Basja Chanowski stuurde een persoonlijke videoboodschap naar de entourage van Sting, waarin ze hem uitnodigt om ambassadeur te worden van de stichting. Foto: Erikjan Koopmans
Ze regelde zangers en muzikanten voor ‘The Voice’ en andere gerenommeerde tv-shows, werkte met grote namen en bouwde op Schiermonnikoog haar eigen muziekcollectief op. Maar voor Basja Chanowski (48) is dat niet langer genoeg.
Met haar nieuwe stichting SOS to the World wil ze de invloed van artiesten inzetten voor iets groters: gedragsverandering rond natuur, dierenwelzijn en bewust leven.
„We praten er met z’n allen heel veel over, maar wat dóe je nou eigenlijk zelf?” zegt Chanowski. „Dat is de vraag waar het voor mij om draait. We zijn onderdeel van de natuur, niet iets wat erboven staat.”
De stichting is inmiddels opgericht en moet uitgroeien tot een internationaal platform waarop bekende artiesten en andere publieke figuren hun voorbeeldgedrag delen. Geen campagnes of politieke statements, maar korte, persoonlijke video’s waarin iemand laat zien wat hij of zij zelf doet en anderen uitnodigt hetzelfde te proberen.
Van eiland naar wereld
Chanowski is geen onbekende in de muziekwereld. Vanuit haar huis op Schiermonnikoog bemiddelt ze met haar bedrijf Più Music tussen artiesten en grote evenementen, zoals het Eurovisie Songfestival en de concerten van De Toppers. Tegelijkertijd bouwde ze de afgelopen 12 jaar aan Jellyfish, een kleinschalig muziekcollectief op het eiland waar gevestigde namen en jong talent samen optreden in een intieme setting.
Juist daar ontstond het idee voor een volgende stap. Waar Jellyfish draait om ontmoeting en samenwerking op kleine schaal, moet SOS to the World die gedachte wereldwijd verspreiden. „Jellyfish is de live-tak, SOS is het grotere verhaal erachter.”
Het uitgangspunt is volgens haar even simpel als effectief: mensen veranderen hun gedrag niet door regels of discussies, maar door voorbeelden. „Mensen volgen mensen. Zeker als het iemand is die je bewondert en respecteert.”
Hoe het moet werken
De stichting wil dat principe concreet maken via een kettingreactie. Bekende artiesten delen een korte video waarin ze één bewuste keuze laten zien – bijvoorbeeld op het gebied van voeding of consumptie. Volgers worden uitgenodigd om zelf ook te laten zien wat zij doen, of mee te doen aan de oproep.
Tegelijkertijd wil de stichting uitgroeien tot een platform dat mensen en hun duurzame initiatieven met elkaar verbindt en volgers actief betrokken houdt, bijvoorbeeld via gezamenlijke acties en evenementen. „Het gaat niet om perfectie”, zegt Chanowski. „Nobody’s perfect. Maar we kunnen allemaal proberen zelf iets te doen.”
Om de beweging op gang te brengen, richt Chanowski zich nadrukkelijk op grote namen. Ze noemt onder anderen Sting, Paul McCartney en Brian May als artiesten ‘met een groen hart’: zij spreken zich al langer uit over dierenwelzijn en duurzaamheid.
Onlangs stuurde ze een persoonlijke videoboodschap naar de entourage van Sting, waarin ze hem uitnodigt om ambassadeur te worden van de stichting. „Die is niet voor niets vernoemd naar een tekstregel van The Police”, zegt Chanowski. „Ik zag een video van Sting waarin hij het had over klimaat en verantwoordelijkheid. Toen dacht ik: ik heb je boodschap gehoord, jouw message in a bottle, maar laat ook zien wat je zélf concreet doet.”
De inzet van zulke namen is volgens haar cruciaal. „Als één grote artiest meedoet, gaan er vele deuren open. Dus als iemand een ingang heeft, houd ik me aanbevolen.”
Do en Liou
Tegelijkertijd begint het initiatief klein. Deze zomer wil Chanowski met een groep Nederlandse artiesten, van jong talent tot meer ervaren namen, de eerste stappen zetten. Onder hen zangeres Do en het snel groeiende duo Liou – broer Lou (18) en zus Liv (12) van den Hoven. Het duo is online al opgemerkt door (uitgerekend) Sting, die hun muziek op social media heeft geliket.
Die eerste fase speelt zich af binnen Jellyfish, het kleinschalige muziekcollectief dat Chanowski op Schiermonnikoog opbouwde. Het eiland, onderdeel van Unesco Werelderfgoed Waddenzee, vormt daarbij een belangrijk decor. Artiesten werken er een aantal dagen samen en staan gezamenlijk op het podium, dicht op het publiek.
De optredens variëren van kleine sessies met nieuw talent tot grotere concerten bij de Berkenplas, het grootste meer van het eiland. Maar ook daar is het aantal bezoekers gelimiteerd tot duizend.
„Hier vallen heel veel dingen weg”, zegt Chanowski. „Ego’s, verwachtingen, de druk. Artiesten die meedoen aan Jellyfish repeteren samen, eten met z’n allen en trekken een paar dagen met elkaar op. ’s Avonds zit je bij een vuurtje en ontstaan er vanzelf andere gesprekken.”
Achter de schermen van succes
De motivatie voor Jellyfish ligt niet alleen in duurzaamheid, maar ook in haar ervaringen in de muziekwereld. Als talentscout en begeleider zag Chanowski hoe kwetsbaar artiesten kunnen zijn.
Frederique Winterink (rechts) helpt Basja Chanowski met het verwezenlijken van haar plannen. Op de voorgrond Basja's hond Tommi. Foto: Erikjan Koopmans
„Vaak zijn ze gevoelig of onzeker. Ze denken dat mensen hen als persoon geweldig vinden, maar ik stel vaak de vraag: wie ben jij zonder je talent? Als succes wegvalt, blijft er soms weinig over. Dat besef kan hard aankomen. Je ziet depressie, verslaving. Dat gebeurt overal.”
Daarom legt ze in haar werk steeds meer nadruk op persoonlijke ontwikkeling. De evenementen blijven bewust kleinschalig. „De impact zit niet in de grootte van het publiek, maar in wat mensen meenemen.”
Om de volgende stap te zetten, is financiering nodig. De stichting is daarom bezig met het benaderen van fondsen en mogelijke partners uit het bedrijfsleven. Het geld is bedoeld voor professionalisering: eigen materialen, duurzame logistiek en het kunnen aantrekken van grotere artiesten.
Die praktische kant hangt volgens Chanowski direct samen met de boodschap van SOS to the World. „We willen niet alleen praten over een andere manier van leven, maar die ook zelf laten zien. Door materiaal op het eiland op te slaan, zodat we niet telkens spullen en techniek van het vasteland hoeven te kopen of huren. Artiesten willen we per zeilschip laten overkomen.”
‘Heel charmant’
Tot nu toe draaide Jellyfish grotendeels op vrijwillige inzet en beperkte middelen. Sinds kort krijgt Chanowski hulp van Frederique Winterink (59), die begin maart van Apeldoorn naar Schiermonnikoog verhuisde. Zij heeft ruime productie-ervaring en was eerder onder meer verantwoordelijk voor het opzetten van grote kinderevenementen.
„Frederique denkt mee over de verdere professionalisering van het initiatief. We hebben het jarenlang gedaan met hulp van eilanders en kleine bijdragen. Maar alleen met ondersteuning kunnen we dit echt laten groeien.”
Winterink ziet waar het beter kan. Ze noemt het plan te groot om alleen te dragen. „Het staat, het is goed en bijzonder, maar als je een volgende stap wilt maken en grotere artiesten wilt aantrekken, dan heb je fondsen nodig.”
Sinds kort krijgt Basja Chanowski hulp van Frederique Winterink (links), die begin maart van Apeldoorn naar Schiermonnikoog verhuisde. Foto: Erikjan Koopmans
Haar rol zit vooral in het organiseren en vooruitdenken. „Als je de basis beter optuigt, met eigen middelen op het eiland, wordt de organisatie veel makkelijker”, zegt Winterink. „Nu proppen we alles in fietstassen of in een auto die bijna niet wil rijden. Dat is heel charmant, maar het kan natuurlijk beter.”
Ondanks de ambitie blijft Chanowski realistisch. Ze weet dat het binnenhalen van grote namen lastig is en dat ook SOS to the World afhankelijk is van timing en netwerk. Tegelijkertijd ziet ze het al voor zich. „Sister Sledge stond hier ooit met de voeten in het zand te zingen. Waarom zou dat niet nog eens kunnen gebeuren?”
Maar belangrijker vindt ze dat artiesten zich verbinden aan het verhaal achter de stichting. „Ik ben nu een pitbull. Ik ga door totdat iemand zegt: ik doe mee.”