Celine Moes is projectleider van Groenn, een platform dat festivalorganisatoren in Noord-Nederland helpt bij verduurzaming. Foto: Diepzeekonijn
Voor festivalorganisatoren begint het seizoen met een rekensom. Terwijl ze hun evenementen willen vergroenen, lopen de kosten door stijgende brandstofprijzen verder op.
De voorbereidingen voor het festivalseizoen zijn in volle gang, maar achter de schermen draait het allang niet meer alleen om programmering en publieksverwachtingen. Organisatoren moeten laveren tussen oplopende kosten en groeiende duurzaamheidsambities, een combinatie die in de praktijk weerbarstig blijkt.
„Je wil heel veel, want er zijn zoveel keuzes die je kan maken. En uiteindelijk doe je niks omdat het te overweldigend is”, schetst Celine Moes de spagaat waarin met name de kleinere festivals zich soms bevinden.
Moes is projectleider van Groenn, een initiatief van Noorderzon, ESNS, Paradigm en het Bevrijdingsfestival Groningen. Het platform helpt festivalorganisatoren in Noord-Nederland bij verduurzaming.
Maar de ruimte om stappen te zetten staat onder druk door stijgende kosten. Volgens Berend Schans, directeur van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF), werken vooral de oplopende brandstofprijzen door in de sector. „Het is een autonome kostenstijging. En die wordt – voorzichtig gezegd – over het algemeen gewoon doorberekend.”
Hele keten geraakt
Dat raakt de bezoeker – kaartjes worden elk jaar duurder – en de hele keten: van transport van materialen tot de stroomvoorziening op het terrein, waarvoor nog vaak dieselaggregaten worden gebruikt.
Die financiële druk vertaalt zich uiteindelijk in contracten en begrotingen. „Als er nog afspraken gemaakt moeten worden, kan dit daarin worden meegenomen”, zegt Schans. „Maar er zijn ook meerjarige afspraken met partijen. Als het echt uit de hand loopt, zullen er waarschijnlijk bepalingen zijn om zo’n contract open te breken.”
Voor organisatoren betekent dat minder ruimte om te experimenteren. Moes ziet dat terug in de praktijk. „Soms is het antwoord gewoon geld”, zegt ze.
Daarom probeert Groenn de drempel te verlagen met begeleiding en subsidies, zodat festivals toch stappen kunnen zetten. Zo begon het platform met een laagdrempelig innovatiebudget van 1500 euro om kleine experimenten mogelijk te maken, en zijn er via de gemeente Groningen inmiddels regelingen waarbij grote festivals tot 10.000 euro subsidie kunnen aanvragen en kleine festivals tot 2500 euro.
Die ondersteuning is nodig, want de sector kent grote verschillen. Waar Into The Great Wide Open op Vlieland een voorbeeldfunctie vervult door volop te investeren en te experimenteren, draaien kleinere evenementen vaak op vrijwilligers en beperkte budgetten.
Maatwerk
Groenn zet daarom in op maatwerk: de ‘Groenne route’. Festivals worden begeleid via een traject met intakegesprekken, workshops, advies en evaluatie, met als uitgangspunt dat niet alles tegelijk hoeft. „Kijk wat dit jaar lukt”, vat Moes het samen.
Volgens haar is dat essentieel om beweging te krijgen in een sector waar de mogelijkheden groot zijn, maar de middelen vaak beperkt.
Hoewel energiegebruik op het festivalterrein veel aandacht krijgt, ligt de grootste milieu-impact vaak elders. „Mobiliteit van bezoekers, artiesten en leveranciers weegt het zwaarst”, zegt Moes. „Al die mensen die naar en van een festivalterrein komen.”
Celine Moes deelde in 2024 namens Groenn vegetarische hamburgers uit op het Bevrijdingsfestival Groningen. Foto: Diepzeekonijn
Daarom zoeken organisatoren naar manieren om gedrag te beïnvloeden, bijvoorbeeld door bezoekers te stimuleren om met het openbaar vervoer te komen of via een app samen te reizen.
Ook in het voedselaanbod wordt gezocht naar duurzamere keuzes, bijvoorbeeld door minder vlees te serveren en door producten lokaal in te kopen. „Je bent een mini-maatschappij”, stelt Moes.
Op zo’n tijdelijke plek kunnen organisatoren keuzes maken die bezoekers direct ervaren en mogelijk meenemen naar buiten het festival. Met kleine ingrepen kunnen ze daarnaast experimenteren met alternatieven. „Een hardcup in plaats van plastic bekers of één composttoilet om te testen hoe dat is.”
Proeftuin
Daarnaast fungeren festivals steeds vaker als proeftuin voor nieuwe energieoplossingen. Volgens de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie zijn het ‘living labs’ waar innovaties zoals batterijopslag en lokale energieopwekking worden getest.
Maar die oplossingen zijn nog niet altijd eenvoudig toepasbaar. „Er worden wel steeds meer batterijpakketten gebruikt, maar dat is nog best ingewikkeld”, zegt Berend Schans. „Want er bestaat nog geen regelgeving voor.”
Als zo’n batterijcontainer in brand vliegt, zijn de gevolgen moeilijk beheersbaar en komen er schadelijke stoffen vrij. Dat zorgt voor terughoudendheid bij organisatoren en veiligheidsdiensten. „Dan kom je alsnog uit bij diesel.”
Volgens Moes blijft het desalniettemin een richting waarin de sector zich ontwikkelt. „Batterijen gebruiken in plaats van aggregaten is nog steeds een heel goede keuze”, vindt zij. „Maar elk festival is anders, dus de impact verschilt ook.”
Afval en bewustwording
Naast energie en mobiliteit blijft afval een belangrijk thema. Festivalgangers produceren gemiddeld, afhankelijk van het type evenement, rond de 0,8 kilo afval per persoon per dag.
Volgens Moes ligt de sleutel niet alleen in afvalscheiding, maar evenzeer in bewustwording en preventie. Op het Bevrijdingsfestival Groningen komt dit jaar een grote pissebed te staan, door kunstenaar Michel Velt gemaakt van festivalafval. „We gaan mensen aanzetten om na te denken over hun afvalgedrag. Op een activistische manier willen we ze bewuster maken van deze onderwerpen.”
Platform Groenn gaat bezoekers van het Bevrijdingsfestival aanzetten om na te denken over hun afvalgedrag. Foto: Diepzeekonijn
Volgens Moes gaat het niet alleen om wat er op het terrein gebeurt, maar ook om de keuzes die organisatoren vooraf maken. „Ga je meer prullenbakken plaatsen, afvalteams inzetten, of daar bewustwording omheen creëren? Er liggen gewoon heel veel kansen. Maar net als bij andere duurzaamheidsvraagstukken geldt dat niet elke organisatie dezelfde stappen kan zetten. Wat werkt, verschilt per evenement.”
Toegankelijkheid
Opvallend is dat Groenn duurzaamheid breder definieert dan alleen de milieuaspecten van evenementen. Binnen het platform krijgt ook sociale duurzaamheid steeds meer aandacht: toegankelijkheid, inclusiviteit en diversiteit. Thema’s die volgens Moes net zo essentieel zijn.
„Inclusiviteit en toegankelijkheid zijn geen extra, maar het uitgangspunt van ieder festival”, zegt ze. „Zonder dat iedereen mee kan doen, kunnen we dit allemaal in de prullenbak gooien.”
Die focus krijgt ook praktisch vorm. Zo wordt gewerkt aan aangepaste platforms en voorzieningen voor bezoekers die snel overprikkeld raken of een beperking hebben die niet altijd zichtbaar is.
Die aanpak draait om bundeling van krachten. „Festivals delen hun kennis, inspireren elkaar en zoeken gezamenlijk naar oplossingen, juist omdat de uitdagingen voor veel organisatoren vergelijkbaar zijn. Wij zijn de partij die al die festivals kan samenbrengen.”