Schrijver Mathijs Deen: 'Op de eilanden kom je in een andere wereld terecht.' Foto: Kim Sauter
Als er één schrijver met de Wadden wordt geassocieerd, dan is het wel Mathijs Deen. Hij is razendpopulair met zijn zogenoemde Waddenthrillers over rechercheur Liewe Cupido, maar schreef ook De Wadden: een geschiedenis. Op 24 september houdt hij in Groningen samen met Onno Blom de Ubbo Emmiuslezing onder de titel ‘Wad inspireert je?’.
Wat inspireert jou op het Wad?
Mathijs Deen (62): „Dat is enerzijds het karakter van het gebied en anderzijds het verleden dat ik daar zelf gehad heb. Wij gingen toen ik kind was altijd op vakantie naar Vlieland. Die vakanties daar, dat waren oases van geluk. De verantwoordelijkheden van alledag, die voelden we als kind natuurlijk niet maar mijn ouders wel en die vielen daar van hun schouders af. Het was gewoon een week lang geweldig. Vissen, lopen. Pannenkoeken eten.”
„Ik heb die ontspanning ook gebruikt als startpunt voor mijn boek De Wadden. Het feit dat mijn vader daar veranderde van een iemand met het hart niet bepaald op de tong in een meer communicatieve, ontspannen man. Wat is er aan de hand in dat gebied? Kun je dat op een of andere manier verklaren, dat het Wad dat effect heeft op mensen?”
En is dat te verklaren?
„Toen ik mijn boek schreef heb ik mensen leren kennen op alle Waddeneilanden, maar ook in het terpen- en wierdengebied van Friesland en Groningen. Die regio is in de loop van de tijd veranderd van een getijdengebied naar een omdijkt landschap en ik ontdekte ook dat de mensen op het vasteland zich anders hebben ontwikkeld dan de mensen van de eilanden.”
Waarin zijn eilanders dan anders dan Friezen en Groningers op de vaste wal?
„Het onderscheid is in de loop van afgelopen eeuw, met de komst van het toerisme, wel enigszins vervaagd. Maar je kunt stellen dat eilanders veel dynamischer omgaan met het water dan mensen op het vasteland. Daar wordt het water als een bedreiging gezien, alles is erop gericht het land te behouden ten opzichte van de zee en de rivieren. Daar is ook het Nederlandse poldermodel uit voortgekomen.”
„Op de eilanden wacht je tot de storm is overgetrokken en dan zie je daarna wel of je huis is ondergestoven door het zand. Dan verplaats je het een stukje. Je moet op het eiland meer kunnen improviseren dan controleren. Die effecten zijn nu wel vervaagd, maar toch voelt het als je naar de eilanden gaat alsof je in een andere wereld terechtkomt. De geschiedenis schud je niet zomaar af.”
Geldt dat ook voor de Duitse en Deense Waddeneilanden?
„Duitsland heeft een heel andere manier van omgaan met de eilanden. De dijken zitten in Nederland potdicht, alleen bij Harlingen, Holwerd, Lauwersoog en Noordpolderzijl is het een beetje open. In Duitsland zie je overal tegenover de eilanden haventjes liggen. Er wordt opener omgegaan met de eilanden. Daar is iets anders aan de hand, maar dat heb ik niet onderzocht.”
Mathijs Deen op het Wad. Foto: Kim Sauter
Je populaire thrillers over Liewe Cupido spelen zich wel af op de Duitse en Deense Waddenkust. Is dat een bewuste keuze?
„Dat is een heel bewuste keuze, want die boeken zijn geschreven op uitnodiging van een Duitse uitgever, die vroeg of ik geen krimis kon schrijven. Juist omdat deze uitgeverij alleen boeken uitgeeft die zich op of aan zee afspelen, was het in feite een verzoek om moorden op zee. En mijn inspecteur moest een Duitser zijn.”
„Dat stelde mij voor een dubbel probleem: ik kende het genre helemaal niet zo goed en ik weet niets van de Duitse politie. Dus moest mijn Duitse rechercheur eigenlijk een Nederlander zijn. De broer van mijn schoonzus was eerste luitenant bij de marechaussee op het Wad en hij vertelde mij dat er ook veel werd samengewerkt met de Duitsers. Dat bood perspectief. Ik liet Liewe Cupido afkomstig zijn van Texel, maar met een Duitse moeder. En hij groeide uitgerekend op op een plek op Texel waar Duitsers dol op zijn.”
Mathijs Deen: 'Ik ben blij als ik er na vijf delen zonder kleerscheuren van afkom.' Foto: Peter Arno Broer
De meeste mensen zien de Wadden als een rustig vakantieoord, maar jij geeft het gebied ook een gevaarlijke kant.
„Maar zo is de zee ook. Die is onverschillig, de zee gaat zijn of haar eigen gang. Het had een voordeel voor mij, want als het gaat om moord en doodslag heb ik maar weinig fantasie en ook een zekere afkeer, dus het feit dat zich alles op zee afspeelt en het bloed al is weggespoeld, vind ik ook wel een groot voordeel.”
Je zegt dit wel, maar je bent intussen toch een succesvol misdaadromanschrijver geworden. Je hebt vorig jaar nota bene de Gouden Strop gewonnen.
„Ja, vind je dat niet raar? Ik vind het wel raar. Het is pas bij mijn vierde thriller, De Loods, dat ik wat reacties kreeg van mensen die zelf in de opsporing werkzaam zijn. En die ook waardering hebben voor de boeken, wat ik echt ontzettend leuk vind. Maar het is wel rijkelijk laat in de serie, want deel vijf wordt de laatste. Ik heb voor mijn boeken wel contact gehad met vissers, met de marechaussee, met wadlopers, redders en duikers. En als ik dan het boek De prijs van Willem Asman lees (dit jaar winnaar van de Gouden Strop, red.), met wie ik binnenkort op tour ga, word ik heel bescheiden. Ik denk steeds: shit, zit dat zo?”
Krijg je dan het gevoel dat je een beetje door de mand valt?
„Dat niet echt, maar het imposter-syndroom ligt wel op de loer. Elk boek doet het beter dan het vorige qua verkoop. Bij elk volgend boek wordt het erger dat ik denk: als ze erachter komen dat ik er niks van weet... Ik ben blij als ik er na vijf delen zonder kleerscheuren van afkom.”
„Maar dat is één manier om ertegenaan te kijken. Toen ik met De Hollander (Deens eerste thriller, red.) voor de Gouden Strop werd genomineerd, was ik nog heel onzeker. Mijn vrouw zei: ‘Maar het zijn jóuw boeken. Je schrijft ze op jouw manier en daar krijg je die waardering voor.’ Dat zelfbewustzijn is wel gegroeid. Ik heb net deel vijf afgeschreven, dat wordt weer een beetje anders dan de eerste vier. En ik denk nu ook: ik heb mijn eigen wereld geschapen met mijn personages, die zijn voor mij gaan leven en ik schreef dat op op een manier zoals alleen Deen dat kan. In die zin zijn het geen andere boeken dan de eerdere werken die ik heb geschreven. Dat heeft kennelijk goed gewerkt en daar ben ik heel blij en dankbaar voor.”
Mathijs Deen: 'Eilanders verschillen van mensen op het vasteland.' Foto: Kim Sauter
Kun jij ooit nog over iets anders schrijven dan het Wad?
„Nou, op 9 oktober komt er een korte roman van mij uit. Die heet Gras. En nee, die gaat niet over zeegras. Het speelt zich af in tuinen van landgoederen. Er komt geen Cupido in voor. Ik vind het een geruststellende gedachte dat ik nu even wat anders kan gaan doen. Ik kan altijd weer terug, dat zei mijn uitgever ook al hoopvol. Maar ik denk niet dat dat gebeurt. Ik kijk er anders naar: als je een elastiekje uitrekt, dan moet je weten wanneer je het los moet laten, anders raakt de rek eruit. Ik heb veel bewondering voor Georges Simenon en ben blij dat hij 75 spannende boeken over Maigret heeft geschreven. Maar ík heb dat vermogen en talent niet. Ik voel me op het ogenblik als het gaat om de thrillers als een citroen waar al het sap uitgeperst is. Je kunt niet zeggen: doe nog maar een glas.”
In het kort
Schrijver en radiomaker Mathijs Deen werd op 14 september 1962 geboren in Hengelo en groeide op in Boekelo. Hij studeerde Nederlands aan de Rijksuniversiteit Groningen en gaf daar vier jaar les in de neerlandistiek. Ook werkte hij als radioredacteur en -verslaggever bij Radio Noord in Groningen. In 2003 werd hij redactielid, presentator en documentairemaker bij OVT, het geschiedenisradioprogramma van de VPRO. Deens eerste roman Moeder Doen verscheen in 1997. In 2013 schreef hij De Wadden. Een geschiedenis. Met zijn reeks zogenoemde Waddenthrillers – De Hollander, De Duiker, De Redder en De Loods kreeg hij zijn grootste bekendheid. Met De Duiker won hij in 2024 de Gouden Strop, de prijs voor de beste Nederlandse spannende roman. In mei 2026 verschijnt het laatste deel in de serie, De Visser. De boeken worden ook verfilmd tot een miniserie, de opnames gaan waarschijnlijk volgend jaar van start.
Gratis kaarten voor Ubbo Emmiuslezing
De Ubbo Emmiuslezing 2025 heeft als thema ‘Wad inspireert je’ en wordt verzorgd door Mathijs Deen en Onno Blom, auteur van Het litteken van de dood. De biografie van Jan Wolkers. Wolkers woonde een groot deel van zijn leven op Texel, maar was ook één week de enige eilandbewoner van het Groningse Rottumerplaat. De lezing vindt plaats op woensdag 24 september om 20.00 uur in de Nieuwe Kerk, Nieuwe Kerkhof 1 in Groningen. Entree is 10 euro. Meer informatie en tickets op ubboemmiuslezing.nl.
Deze krant verloot 20 x 2 vrijkaarten. Belangstellenden kunnen tot en met 17 september mailen naar meer@mediahuis.nl. Winnaars krijgen persoonlijk bericht.