N10-1-2023, Nederland, Waalwijk Legale wietteelt bij Fyta. Het bedrijf is klaar om te leveren aan coffeeshops. Het moet voorlopig wachten tot andere telers ook zover zijn. foto Marcel van den Bergh (niet voor Trouw, Parool, AD en NRC)
Prat gaat hij niet op zijn aandeel, al beseft Fred van de Wiel dat er deze week geschiedenis is geschreven in Nederland. Voor het eerst wordt legale wiet aangekocht en in de coffeeshop verkocht.
’Zijn’ cannabis, geteeld in de hightech-klimaatcellen van zijn bedrijf Fyta. Bij aanvang van dit wietexperiment levert Fyta, met nog twee telers, aan negentien coffeeshops in Tilburg en Breda. De deelnemende coffeeshops zijn vrij om legaal en illegaal geteelde wiet te verkopen.
Honderden keren heeft Van de Wiel aan vrienden en bekenden moeten uitleggen hoe het tot nu geldende gedoogbeleid van cannabisverkoop ’ook alweer’ in elkaar stak. „En ze reageerden allemaal verbaasd.”
Vooruit, nog maar een keertje dan. „In 1976 voerde justitieminister Dries van Agt dit gedoogbeleid in. Coffeeshops mochten wiet en hasj verkopen, maar niet inkopen. Daarmee werd de achterdeur opengehouden voor de – illegale – aanvoer. Handhavers moesten een oogje toeknijpen.”
Van Agt kon niet om het massale cannabisgebruik heen, in de jaren zestig en zeventig – flower power, Afghaanse jassen, blote voeten – was een jointje gemeengoed geworden. Activist Koos Zwart las op de radio de dagkoersen voor van een grammetje Rode Libanon of Afghaan. De minister wilde de markten van soft- en harddrugs onderscheiden. Jaren later noemde hij zelf het gedoogbeleid overigens absurd. Even goed hield het bijna een halve eeuw stand.
Tot nu, al had ook dat een lange aanloop. In 2017 gaf kabinet-Rutte III al groen licht voor het experiment met inkoop van legaal geteelde cannabis, maar het proces verliep traag als stroop. Van de Wiel (61): „Blowen hoort bij onze cultuur van vrijheid, maar op legaliseringsgebied werden we zelfs bijna ingehaald door Duitsland. Ik ben er trots op dat de teelt nu transparant is en dat wij een nieuwe tijd ingaan. Maar het is toeval dat Fyta aan de start staat, een ander had er ook als eerste klaar voor kunnen zijn.”
Hij zucht onder de aanzwellende mediabelangstelling. „Ik heb al eerder gezegd dat het net zoiets is als tomaten telen.” Heeft hij trouwens óók geen verstand van: „Ik heb geen groene vingers.” Als echte Waalwijker zat de ondernemer ’natuurlijk’ in de schoenenbranche, vanaf 2018 richtte hij zich op medicinale cannabis. Met als logische vervolgstap in 2021 de inschrijving voor de wietproef.
Nee, hij gaat niet in op de hoogte van de investeringen – 27 miljoen euro, lazen we in eerdere publicaties – laat staan de prijs van een grammetje Fyta-wiet. „Wat doen die cijfers ertoe, vraag je dat ook aan een snijbonenteler? Voor de consument telt dat hij nu weet waar de cannabis vandaan komt. Dat wil je toch ook weten van bloemkool.”
Jointtoeter
Gedurende het proces testte een panel steeds het product. „Op smaak, geur en beleving.” Niet dat de ceo zelf met een feestelijke jointtoeter tussen de lippen achter zijn bureau zat. „Ik heb nooit cannabis gerookt en dat ga ik ook niet doen.”
„Twaalf soorten zijn klaar voor levering, het kunnen er wel 42 worden. Over vijfenhalf jaar is de proef klaar, inclusief de evaluatie.” De zweem van criminaliteit gaat er nu af. Van de Wiel gaat niet in op de vraag of het transport zwaar beveiligd wordt. het is vragen naar de bekende weg, volgens hem. „Dat vraag je toch ook niet aan Joh. Enschedé, de gelddrukker?”
Het experiment zal worden uitgerold naar meer gemeenten, telers en coffeeshops. De toekomst ziet er wat hem betreft rooskleurig uit. „Ik denk dat we uiteindelijk toegaan naar verkoop in coffeeshops, die tegenwoordig een apotheekachtige uitstraling hebben, en de coffeeshops waar het gerookt mag worden. En het zou inderdaad best kunnen dat het mettertijd gewoon in het supermarktschap ligt.”
Vreedzaam
„Waarom ook niet, het heilzame van planten is al duizenden jaren bekend. Kan alcoholgebruik in agressie ontaarden, twee mensen met een jointje zitten vreedzaam bij elkaar. Ik hoop maar één ding: dat gebruikers mijn product tóp vinden.”