logoavatar

Kansenongelijkheid in het Noorden. Tussen een vmbo- en een havoadvies zitten soms maar een paar straten

Binnenland
Leerlingen van IKC Trianova in Leeuwarden kunnen dankzij de subsidie Kansen voor Kinderen in Leeuwarden-Oost gratis naschoolse activiteiten doen.
Leerlingen van IKC Trianova in Leeuwarden kunnen dankzij de subsidie Kansen voor Kinderen in Leeuwarden-Oost gratis naschoolse activiteiten doen. Foto: Marcel van Kammen

Waar je wieg staat, bepaalt helaas nog steeds welke kansen je krijgt. Zowel op de pabo op NHL Stenden Hogeschool als op basisscholen in het Noorden staat kansen(on)gelijkheid hoog op de agenda. De oproep om ambitieuzer te kijken naar kinderen en de lat hoger te leggen, klinkt breed. ,,Ambitie hebben, dat moet iets cools zijn."

‘Zo (on)eerlijk zijn de kansen voor een kind in groep 8’ kopte de Volkskrant boven een onderzoeksartikel in 2021. Twee journalisten van de krant doken in de schooladviezen in groep 8 en zagen dat naast de bekende oorzaken ‘opleidingsniveau’ en ‘inkomensverschillen’ nog een ander aspect speelde: regionale verschillen.
Buiten de Randstad bleken kinderen veel vaker een onderadvies te krijgen, oftewel een lager advies dan wat de eindtoets in groep 8 aangeeft. Vooral in Friesland, Groningen, Gelderland en Limburg kwam dit voor. Kinderen kregen daar vaker te horen van de leerkracht: ‘rustig aan, doe maar een niveau lager’.
Het artikel leidde bij de leerkrachten van Scholenkoepel Roobol, met dertien basisscholen en één samenwerkingsbasisschool in de gemeenten Noardeast-Fryslân, Dantumadiel en Achtkarspelen, in de eerste plaats tot onrust. Bestuurder Willem Wouda herinnert het zich nog goed. ,,Er waren collega’s die kritisch waren en zich niet aangesproken voelden. Want wij gaven toch al zorgvuldig advies?”
Maar nadat het stof was neergedaald, keek Wouda toch eens goed in de spiegel. ,,Hoe kan het dat kinderen in Noordoost-Friesland lagere schooladviezen krijgen dan kinderen in het midden van het land? Kinderen worden hier natuurlijk niet dommer geboren dan elders.”
Toen bleek dat het ook bij Roobol weleens voorkwam dat een onderwijsadvies mede gebaseerd werd op vooronderstellingen. Iets dat trouwens op bijna alle scholen wel eens gebeurt. Scholen worden immers ook afgerekend op het gemiddelde uitstroomniveau en schooluitval. De druk om als school goed te presteren kan hoog zijn.

Leerplicht

Maar in Noordoost-Fryslân speelt nog iets anders. Veel kinderen groeien er op in een omgeving waar ‘ambitie’ niet altijd voor school geldt. Wouda moest denken aan een ouderavond in Harkema, waar hij ouders ooit vroeg waarom hun kinderen naar school gingen. ,,Omdat ze leerplicht hebben”, was een antwoord. ,,En dat antwoord klopt, maar het zegt ook iets over hoe een deel van de ouders kijkt naar het belang van zelfontwikkeling en onderwijs.”
Hetzelfde geldt voor andere regio’s waar kinderen een gemiddeld laag schooladvies krijgen, zoals in Oost Groningen en in de veengebieden van Drenthe.
Een van de gratis naschoolse activiteiten op IKC Trianova is een sportprogramma.
Een van de gratis naschoolse activiteiten op IKC Trianova is een sportprogramma. Foto: Marcel van Kammen
In 2022 deden het Fries Sociaal Planbureau en de Rijksuniversiteit Groningen een onderzoek naar de structureel lagere schooladviezen in Noordoost- Friesland. Daarin werd het Volkskrant-onderzoek bevestigd. Ongeveer de helft van de leerlingen scoorde op de eindtoets hoger dan het schooladvies dat ze kregen. En dat advies werd bijna nooit naar boven bijgesteld.
In Noordoost-Friesland staken schoolbesturen van zowel primair als voortgezet onderwijs de koppen bij elkaar. Er moest iets veranderen. Die beweging werd breed gedragen, weet Wouda. ,,Als schoolbesturen stelden we samen het plan Kansrijk adviseren op waarin we vooral het ambitieniveau omhoog wilden halen. Niet alleen op de scholen zelf, maar ook bij de kinderen thuis. Want ambitie hebben, dat moet iets cools zijn. En het mooie is, alle scholen in de regio conformeerden zich aan deze doelstelling.”
In het plan staan afspraken tussen het primair en voortgezet onderwijs waarbij de overgang vergemakkelijkt wordt en gekeken wordt naar wat er wél mogelijk is. Als een kind uitstroomt met mogelijke uitdagingen, wordt gekeken naar hoe een leerling beter geholpen kan worden. Ook wordt de langere termijn beter gemonitord.
Werkt het om ambitieuzer te adviseren of leidt dat tot meer uitstroom? ,,Na ruim twee jaar zijn hier nog nauwelijks conclusies over te trekken", zegt Kim van Soest, Beleidsadviseur Professionele Cultuur Projectleider 'Kansrijk Adviseren' bij Roobol. ,,We houden nu wel beter een vinger aan de pols en zien dat onderadvisering er nog altijd is. Maar ook dat dat langzaam in positieve zin verandert.”
Op de basisscholen zelf is ook het een en ander veranderd in het geven van schooladviezen. Die worden nu altijd door een team bepaald en nooit door één leerkracht van groep 8. ,,Verder proberen we de zogenoemde mentale modellen terzijde te schuiven om tot een oordeel te komen. We kijken naar schoolresultaten en talent en minder naar de thuissituatie van een kind”, zegt Wouda. Verder worden leerlingen zelf meer betrokken bij het leerproces.
Meer havo- of vwo-adviezen is niet de doelstelling, benadrukt Van Soest. ,,Kansrijk kijken betekent niet dat je zo hoog mogelijk adviseert. Maar dat je de potentie van een kind ten volste benut.”

Wouda wil ook af van het hardnekkige beeld van Noordoost Friesland als krimpregio. ,,Dat zijn we niet. Hoger opgeleide mensen trekken hier weg als ze jong zijn, maar komen ook vaak terug als ze jonge kinderen hebben. Ik spreek liever van een open regio of een kansrijke regio waar het goed wonen en werken is, met uitstekend onderwijs voor jeugd.”
Wel zit het rurale karakter de ambities van gezinnen soms in de weg. Kinderen moeten soms ver reizen voor de school die bij ze past. ,,Dan kiezen ouders toch voor het vmbo of het mbo omdat dat dichterbij is.”

Verschillen in één wijk

Ook binnen gemeenten en zelfs wijken kunnen schooladviezen verschillen, bijvoorbeeld in de wijken Camminghaburen, Heechterp en Bilgaard in Leeuwarden-Oost. ,,Veel kinderen daar groeien op in een omgeving waar minder prikkels zijn op het gebied van taal en ontwikkeling”, zegt Esther Boomsma, directeur van IKC Trianova (Proloog). ,,Wij zien het als onze taak om deze kinderen extra kansen te bieden, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen en hun talenten ontdekken.”
 
Dankzij de subsidie ‘School en omgeving’ vanuit het programma Leeuwarden-Oost organiseert IKC Trianova vier uur per week gratis naschoolse activiteiten. ,,We bieden van alles aan, van muziek en kunst tot sport en cultuur”, legt Boomsma uit. ,,Hierdoor gaan de schoolresultaten omhoog, want kinderen leren nieuwe vaardigheden en ontdekken wat ze leuk vinden en waar ze goed in zijn.”
Bij Proloog wordt er bewust kansrijk geadviseerd. Dit betekent dat er altijd naar de brede ontwikkeling van leerlingen wordt gekeken, en niet slechts naar één toetsmoment. ,,Opleidingsniveau van ouders speelt bij ons geen rol in het advies,” benadrukt Boomsma. ,,We kijken juist naar de prestaties over een langere periode.”
 
Steeds vaker wordt bij Proloog gekozen voor dubbeladviezen, zoals vmbo-t/havo, zodat ouders en kinderen meer keuzevrijheid hebben. Het idee dat mondige ouders het schooladvies kunnen beïnvloeden, wijst Boomsma van de hand: ,,We hebben een zorgvuldig proces waarbij de school uiteindelijk het advies bepaalt.”

Hoge verwachtingen

Bij OPRON, met negentien scholen, waaronder ook speciaal onderwijs in de gemeenten Midden-Groningen, Stadskanaal en Veendam is de insteek ook om altijd met hoge verwachtingen naar kinderen te kijken. ,,We houden geen rekening met de sociale status”, zegt bestuurder Paulien Hietbrink. Als de uitstroom tussen haar gemeenten varieert, dan heeft volgens dat volgens haar heel veel oorzaken. Ze zegt er daarom genuanceerd naar te kijken. Wel heeft OPRON voor 2028 doelstellingen bepaald die eraan bijdragen generatiearmoede in de regio te doorbreken.
In het beleidsplan van de school staat dat de scholen van OPRON alle kinderen dezelfde ontwikkelkansen wil bieden. Dat betekent ook dat de ene school meer geld krijgt dan de andere. ‘Om gelijke kansen te bieden, is het nodig om ongelijk te investeren. Alleen zo kun je kinderen gelijke kansen bieden’. Verder streven de scholen naar meer eenduidigheid en willen ze leerlingen meer gaan betrekken bij het leerproces.

Er is veel aandacht voor creativiteit in het naschoolse programma Kansen voor Kinderen op IKC Trianova in Leeuwarden.
Er is veel aandacht voor creativiteit in het naschoolse programma Kansen voor Kinderen op IKC Trianova in Leeuwarden. Foto: Marcel van Kammen
Net als de scholen in Leeuwarden-Oost krijgen de scholen van OPRON geld om extra lesuren te geven. Dit wordt bekostigd uit de pot van Nij Begun, de herstelpot vanuit Den Haag voor de schade die de gaswinning in het gebied heeft veroorzaakt. De scholen mogen tussen de twee en zes uur per week extra les aanbieden.
Hietbrink is blij met deze kans. ,,De extra uren zullen onder andere besteed worden aan sport of culturele en muzikale ontwikkeling. We hebben als besturen in het primair onderwijs de koppen bij elkaar gestoken en de behoeftes verschillen per regio en per school.”

Rijke taal

Oog hebben voor kansenongelijkheid begint al op de lerarenopleiding. Op de pabo op Hogeschool NHL Stenden in Leeuwarden is daarom al vanaf het eerste jaar aandacht voor rijke taal als basis voor rijk onderwijs. Niet elk kind groeit op in een omgeving met een grote woordenschat. ,,We leren studenten om de lat hoog te leggen en kennis aan te bieden”, zegt Lindy de Wild - Landlust. Zij is onder meer docent Aardrijkskunde en coördinator Mens, Maatschappij en Burgerschap bij de Pabo in Leeuwarden.
,,Taal vormt een basis voor het leren en begrijpend lezen heeft een grote invloed op het schooladvies. Met rijke taal en rijke thema’s in de klas breng je ook meer kennis en vaardigheden op kinderen over.” Een ander voorbeeld van aandacht voor kansenongelijkheid is dat studenten leren te differentiëren door de leerprestaties van kinderen in beeld te brengen. Zo kunnen ze beter inschatten hoe een kind geholpen kan worden met leren, want niet elk kind heeft dezelfde ondersteuningsbehoefte.
,,We leren studenten tijdens de opleiding ook over de ecologische pedagogiek”, zegt Landlust. ,,Dat staat voor een wisselwerking van invloed van de omgeving op het kind en andersom. Dat kan sociale achtergrond zijn maar ook zoiets als gezonde voeding of sociaal-economische achtergrond. Studenten kunnen kansenongelijkheid vervolgens terugzien in de klas en ze kunnen dit koppelen aan de verschillende omgevingsfactoren."
Wat volgens Landlust helpt is dat Pabo-studenten één tot twee dagen per week stagelopen en om het half jaar van school wisselen. Zo krijgen ze de kans om in verschillende omgevingen les te geven. Daarnaast wijst ze op de achtergrond van veel studenten zélf. 40 procent van de studenten op NHL Stenden is zelf vanuit het mbo doorgestroomd naar het hbo en weet dus wat het is om boven een gegeven schooladvies uit te stijgen.
Kansenongelijkheid is soms nog best een abstract onderwerp voor, met name, jonge studenten, merkt Landlust. ,,Het zien van bepaalde verbanden gaat ook gepaard met kennis en levenservaring. Daarom leren we studenten in hun derde jaar om actief buiten hun eigen bubbel te kijken. Dit zorgt voor begrip voor mensen die misschien andere kansen hebben gekregen dan zijzelf en dat nemen ze ook mee in hun professionele omgeving.”

Zelfvertrouwen

Onlangs deed Fatima-Zohra Charki van het Nederlands Jeugdinstituut een oproep aan scholen om altijd optimistisch te adviseren. ,,Door lage verwachtingen en onderadvisering krijgen leerlingen niet de kans zich optimaal te ontwikkelen. Ook kan onderadvisering de motivatie en het zelfvertrouwen van leerlingen ondermijnen. Bovendien hebben de verwachtingen van leerkrachten invloed op de leerprestatie van kinderen. Hoe hoger die verwachtingen, hoe beter leerlingen hun competenties en talenten benutten.”
Charki waakte in haar oproep wel voor het overvragen van leerlingen. Want een advies moet niet leiden tot ongezonde prestatiedruk. ,,Geef leerlingen het voordeel van de twijfel als je niet helemaal overtuigd bent dat ze een bepaald niveau aankunnen. Of geef een dubbel advies, bijvoorbeeld voor de theoretische leerweg van het vmbo én voor de havo. Dan kunnen leerlingen in het voortgezet onderwijs ontdekken welk niveau het best bij ze past.”

Sociale Stijgers

Veel mensen in de noordelijke provincies zijn een 'sociale stijger', ook wel 'transklasser' genoemd. Zij zijn van eenvoudige komaf en door studie en werk opgeklommen op de maatschappelijke ladder, al dan niet tegengewerkt door de sociale omgeving. Het leven in twee klassen betekent voor velen vaak een permanente spagaat. In een reeks artikelen over dit fenomeen laten wij (ervarings-)deskundigen aan het woord. Volgende week deel 4: een interview met sociale stijger en ‘spreidstandburger' Ellen de Bruin.

Verantwoording bij de grafieken

SUGGESTIES

LAATSTE NIEUWS

Impressie van de nieuwbouw voor arbeidsmigranten op bedrijventerrein De Wieken in Hoogeveen.
HOOGEVEEN

Bouw migrantencomplex in Hoogeveen gaat door. ‘Beroep tegen vergunning is ingetrokken’