Ika Hotsma van Stichting Stolpersteine Groningen. Foto: Kees Bouma
„Waar is opa? Ja, daar praten we niet meer over.’’ Zo ging het vaak na de Tweede Wereldoorlog bij families van vermoorde Joden, verzetsmensen en anderen.
„Ik had een gat in mijn hart, dit hebben jullie nu gevuld,’’ vertelde een vrouw bij de legging van een struikelsteen voor het huis waaruit haar grootvader was weg gevoerd.
Ika Hotsma (72) is bestuurslid van de Stichting Stolpersteine Groningen. Het bestuur doet een oproep voor nieuwe vrijwilligers. „Laatst mocht ik voor Radio Noord vertellen over onze stichting en tot mijn verrassing meldden zich kort na de uitzending meteen twee gegadigden.’’
Plaatsen gedenksteentjes
De Stichting Stolpersteine - naast Groningen zijn er in diverse steden dergelijke stichtingen – houdt de herinnering levend aan slachtoffers van het nationaalsocialisme tijdens de Tweede Wereldoorlog door het plaatsen van gedenksteentjes.
Deze ‘struikelstenen’ van de kunstenaar Gunter Demnig worden vanaf 1992 in het trottoir gelegd voor het laatste woonhuis van vervolgde Joden, Sinti, Roma, politieke gevangenen en anderen. Op de stenen staat een tekst, die begint met ‘Hier woonde’ en gevolgd door de geboorte- en overlijdensdatum en de plek van overlijden. Dat is in veel gevallen een concentratiekamp.
Er zijn 3000 Joden uit Groningen weggevoerd, daarvan zijn 110 teruggekeerd. De Stichting Stolpersteine Groningen heeft inmiddels 130 stenen gelegd. In heel Europa liggen al meer dan honderdduizend struikelstenen.
Waar komt u betrokkenheid bij slachtoffers van de nazitijd vandaan?
„Mijn vader moest onderduiken omdat hij niet voor de Arbeidseinsatz in Duitsland wilde werken. Hij heeft gezien dat mensen werden opgepakt en geëxecuteerd. Hij was sterk anti-Duits. Ik heb van jongs af aan meegekregen wat er in de oorlog is gebeurd. Toen dit in 2021 langskwam was ik meteen geïnteresseerd. En het geeft veel voldoening.’’
Hotsma komt uit Den Haag, maar na haar studie scheikunde is ze in Groningen blijven wonen. Ze heeft jarenlang lesgegeven aan de analistenschool en later aan de sprint vwo- en havo – opleiding. Samen met haar echtgenoot, die ook in het bestuur zit, woont ze in de wijk Hoornse Meer.
Sinds een vergelijkbaar initiatief in de Schilderswijk stopte hebben Hotsma en haar medebestuursleden het overgenomen, nu voor de hele stad.
„Mijn zus woont in Hoogeveen en daar zijn ze klaar. Dat betekent dat voor elk huis waar iemand is weggevoerd een steen ligt. Nou, dat is in Groningen nog lang niet het geval.’’
Plechtigheid
„Bij de steenlegging vindt een plechtigheid plaats. Daar komen vaak veel emoties los, ook na al die jaren. Vooral bij verzetsmensen. Kinderen hebben de arrestatie van hun vader meegemaakt. Zo’n vrouw bleef dan achter met vier kinderen zonder inkomen.’’
„Als iemand weet dat er Joodse mensen in hun huis hebben gewoond en het aanvraagformulier invult gaan wij op zoek naar familie. Dat is vaak niet eenvoudig, het gaat tot aan Nieuw-Zeeland toe. We zijn allemaal boven de zeventig. Je moet in elk geval kunnen mailen. We gaan op zoek in oude krantenarchieven, op websites en in de Groninger archieven.’’
Waarom vindt u het belangrijk dat dit in stand blijft?
„Als je ziet hoe blij familie is als er een steen gelegd wordt bij de plek waar de nazi’s hun dierbare heeft weggehaald dan weet je dat het belangrijk is. Niet voor ons, maar voor die familie. Ze kunnen de aanvraag uit handen geven. "
„We verzorgen als stichting ook educatie, regelmatig op het Wessel Ganzevoortcollege. Jongeren moeten die verhalen ook kennen. Want het gebeurt weer en daar moet je tegen in verzet komen. Je moet je laten horen.’’
„Deze families hebben niets te maken met wat nu in Israël en Gaza gebeurt. Dat zijn niet de mensen waar wij een steen voor leggen.’’