Judoka Marit Kamps ontdekte het hardlopen. Foto: APA Foto/Sjef Prins
Judoka Marit Kamps woog meer dan 100 kilo en haalde de wereldtop in de zwaarste gewichtsklasse. Tot ze fanatiek ging rennen en verbluffend veel afviel. ‘Bij mij moet het altijd meer, sneller, beter.’
Voorafgaand aan haar avondtraining op Papendal komt Marit Kamps lachend aanlopen. Het haar strak in de knot, dat is gebleven. Maar verder doet bijna niets herinneren aan haar voormalige bestaan als zwaargewicht. De 25-jarige judoka verloor de afgelopen maanden liefst 25 kilo en onderging een spectaculaire metamorfose. Dat voelt ontzettend goed, zegt de judoka uit Assen stralend.
Ongemakkelijk
Tegelijkertijd is het een wat ongemakkelijk onderwerp in tijden van body positivity, waarin traditionele schoonheidsidealen worden verworpen. In een televisiefragment stond laatst de ‘bolle kop van vroeger’ tegenover haar huidige platte blokjesbuik, memoreert Kamps.
„Ik lijk een beetje tegen de tijdsgeest in te gaan. Maar ik wil juist uitstralen: ik voel me hier prettig bij. Ik voel me nu gelukkiger. Ik lag zeker niet huilend in bed, maar ben echt blijer dan voorheen. Ook omdat ik me mega fit voel.”
Judoka Marit Kamps op de tatami van de nationale selectie op Papendal. Foto: APA Foto/Sjef Prins
Haar gedaantewisseling springt in het oog. Bewust hield de Drentse interviews een tijdlang af. „Ik ben er veel op aangesproken. Goed bedoeld natuurlijk, maar ik was er na een tijdje wel klaar mee. Steeds die opmerkingen over hoeveel ik was afgevallen wanneer ik iemand tegenkwam. Ik zie mezelf natuurlijk elke dag.”
Mensen gooien
Los van die hobbeltjes brengt haar nieuwe uiterlijk Kamps ontzettend veel plezier, bovenal omdat ze sinds kort uitkomt in de judoklasse tot 78 kilogram. „Ik woog meer dan 100 kilo. Dat is niet per se klein. Maar als ik in de plusklasse topmedailles wilde behalen, had er misschien nog wel 20 kilo bij gemoeten. Dat zag ik niet zitten.”
Voorheen was Kamps feitelijk kansloos wanneer ze op de tatami een tegenstander van zo’n 130 kilo trof. Niet ongebruikelijk op internationaal niveau. „Dan liep ik tegen een muur aan, zonder te weten hoe ik haar ooit omver zou krijgen. Ik kan beter judoën dan ik kon laten zien. Nu kan ik weer mensen gooien.”
Judoka Marit Kamps in actie op de Olympische Spelen van Parijs, toen nog in de open gewichtsklasse boven 78 kilogram. Foto: ANP/Koen van Weel
Kamps’ transformatie begon gek genoeg in een andere sport: hardlopen. Na de aanstelling van Guillaume Elmont, de nieuwe technisch directeur van de bond, werden meer looptrainingen aan het programma toegevoegd. Om haar schenen, knieën en rug te ontzien, begon zwaargewicht Kamps uit voorzorg stukjes te rennen. In de overtuiging dat ze prima zou kunnen leren hardlopen.
Verstand op nul
„Ik vond het meteen leuk. Verstand op nul en gaan. Gewoon rennen en vastbijten. Binnen zes weken had ik me ingeschreven voor de 4 Mijl van Assen”, vertelt Kamps met een grote grijns. „Veel mensen langs de kant zagen mij ineens rennen. Ik had het tegen niemand gezegd, wilde lijden met mezelf. Toen was het nog pittig, inmiddels ren ik dat elke week makkelijk. Ik liep zelfs een keer langs een reclame van de halve marathon en dacht: fuck it, ik schrijf me in.”
Bijkomend voordeel van al dat renplezier: de kilo’s vlogen eraf. Zo soepel dat de voorheen onhaalbaar geachte gewichtsklasse (-78 kilogram) binnen bereik kwam. „Ik heb super erg getwijfeld. Maar toen ik de knoop had doorgehakt, was het niet echt lastig. Ik denk dat iedereen het kan. De formule is simpel: je moet minder calorieën eten dan je verbrandt. De uitvoering gaat niet vanzelf en vraagt natuurlijk veel discipline.”
Marit Kamps traint met Joanne van Lieshout, voormalig wereldkampioen in de klasse tot 63 kilogram. Foto: APA Foto/Sjef Prins
Lastiger was het gesprek met haar goede vriendin Lieke Derks, die eveneens uitkomt in de klasse tot 78 kilogram. Op titeltoernooien mag per land in elke categorie maar één judoka deelnemen. Kamps: „Ik heb het mezelf niet makkelijk gemaakt. Met Lieke, Yael van Heemst en Linde Hanstede is de concurrentie in onze klasse groot. Dat is kut, maar uiteindelijk wordt iedereen daar een betere sporter van.”
Zo kijkt Derks er gelukkig ook tegenaan, zegt Kamps over haar aankondiging om toe te treden tot een andere gewichtsklasse. „Lieke zei: ‘Boeien, je moet doen waar jij je als persoon goed bij voelt. Dan vechten we het op de mat wel uit. We blijven daarbuiten vriendinnen’.”
Rupsje-nooit-genoeg
Maar eerst wacht een volgende hardloopuitdaging: de halve marathon van Groningen op zondag 31 mei. „Natuurlijk heb ik weer iets bedacht dat ik wil proberen. Ik hoop eigenlijk op een eindtijd van 1 uur en 55 minuten. Bij de inschrijving zette ik eerst 2 uur 20 neer. Maar ik kan wel sneller, merkte ik. Ze noemen me ook wel een rupsje-nooit-genoeg. Het moet altijd meer, het moet altijd sneller, altijd beter.”
Intense spanning in Milaan
Afgelopen winter bezocht Marit Kamps met haar judovriendin Sanne van Dijke de Olympische Spelen in Milaan. „Heel apart om het van de zijkant mee te maken. Wij vonden de wedstrijden hartstikke spannend, terwijl we niks hoefden te doen. We voelden de druk voor de schaatsers. Zij moesten het op dat moment doen. Ik moest bijna huilen in het stadion, zo voelde ik met hen mee. De Spelen zijn zo intens.”
Op nul beginnen
Op haar eerste internationale toernooi in de nieuwe gewichtsklasse pakte Marit Kamps onlangs in Tadzjikistan meteen een bronzen medaille. Een fijne opsteker na de ingrijpende overstap. „Ik begon letterlijk met nul punten op de wereldranglijst. Dat was lang geleden. Achter mijn naam stond steeds een leeg vak. Best sick.”
Kamps doet op 21 juni mee aan de Grand Slam in Mongolië. Dat is het eerste toernooi dat meetelt voor de olympische kwalificatie. De judoka uit Assen hoopt zich ook te plaatsen voor het wereldkampioenschap (in oktober in Baku) en de World Judo Masters (in december in Tadzjikistan). „De Masters is voor de top 36 van de wereld. Het zou cool zijn als ik me daar in mijn eerste jaar meteen tussen kan wurmen.”