Lars van Oostrum heeft het zwaar tijdens een grondgevecht tijdens een training in Groningen. Foto: Siese Veenstra
Topjudoka Lars van Oostrum (23) uit Wildervank wil naar de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. Een zware opgave vol blessures, concurrentie en geldzorgen. „Judo is keihard. Zonder gekke ouders red je het niet.”
Veertien maanden stond hij langs de kant. De stijgende lijn van Lars van Oostrum, zo fraai vastgelegd in de videoserie De Aanpakkers van DVHN, vertoont ineens een lelijke knik. De knappe bronzen plak op het EK onder 23 jaar veroverde hij – zo bleek achteraf – met een afgescheurde knieband.
„Dat was in november 2024. Het ging mis in mijn eerste potje. De fysio heeft mijn knie ingetapet en ik heb de hele dag gejudood. Dagen later werd duidelijk dat ik geopereerd moest worden. Helaas zat er daarna een schroefje niet goed, waardoor een tweede ingreep nodig was. Vervolgens bleek mijn kraakbeen beschadigd op de plek waar dat schroefje had gezeten en volgde een derde operatie.”
Het goede nieuws: vorige maand vierde Van Oostrum eindelijk zijn rentree, met een zevende plaats op het European Open in Ljubljana. „Op zich gaat het goed met me. Ik ben blij dat ik weer vijf partijen heb gejudood”, zegt de Veendammer, „maar ik merk dat ik er lang uit ben geweest.”
Lars van Oostrum. Foto: Siese Veenstra
De afgelopen maanden waren niet makkelijk. „Het was heel raar. Trainers waarderen altijd mijn werklust. Maar revalideren doe je alleen, ik was op mezelf aangewezen. Ik deed nog steeds mijn best, maar op den duur werd het uitzichtloos. Elke keer een nieuwe operatie. Dat was lastig. Wat als er nog een nodig zou zijn? Het houdt een keer op.”
Psycholoog
Van Oostrum sprak erover met zijn coach Sirach Kooiman en zocht mentale hulp op Papendal. „Ik ben op zoek naar de balans tussen kritisch en realistisch zijn. Ik loop nu een tijdje bij een psycholoog. Ik heb het idee dat het helpt. Als ik heel chagrijnig ben dan hindert mij dat erg; de gesprekken helpen om te relativeren.”
Naast de vragen over zijn fysieke herstel speelt de sluimerende onzekerheid over Lars’ vaste plek in de nationale ploeg op Papendal, voegt vader Peter van Oostrum (58) toe. Na de teleurstellend verlopen Olympische Spelen in Parijs (nul judomedailles, voor het eerst sinds 1984) ging stevig de bezem door staf en selectie. „Lars mocht blijven, maar de concurrentie is groot. De bond is keihard.”
Vader Peter van Oostrum bekijkt de training van zijn getalenteerde zoon Lars. Foto: Siese Veenstra
Aanleiding voor het vraaggesprek met beide Van Oostrums in het Alfa-college Sportcentrum is een hartenkreet van senior. Via LinkedIn zoekt hij financiële steun voor zijn zoon, omdat Judo Bond Nederland de broekriem heeft moeten aanhalen en een grotere eigen bijdrage van zijn beste sporters verlangt.
„Het is gênant om geld te vragen”, zegt Peter van Oostrum, terwijl Lars zich in de trainingshal in het zweet werkt. „Ik doe het ook niet voor mezelf, maar voor hem. Mijn vrouw en ik weten hoe gedreven Lars is. Een paar weken geleden smeet hij hier op Kardinge nog met de kleedkamerdeur toen iets niet goed ging. Zonder gekke ouders word je nooit kampioen, kom je nooit op de Spelen. Maar ik wil dat Lars onafhankelijk wordt van ons. Dat gun ik hem.”
‘Tel uit je winst’
Op verzoek schetst hij de verlies- en winstrekening van zijn sportende zoon. Vanwege de juniorentitel op het EK in 2023 ontvangt Lars van sportkoepel NOCNSF een maandelijkse toelage van 300 euro. Daarvan gaat de helft meteen als contributie naar de judobond. Andere fikse kostenposten zijn de huur van zijn kamer op Papendal (450 euro), de maaltijden in het topsportrestaurant aldaar (200 euro) en de eigen bijdragen aan sommige trainingsstages en buitenlandse toernooien (’vier, vijf dagen in Hongarije kosten al snel 1000 euro’).
„Wij kunnen hem gelukkig helpen, maar het is allemaal niet heel makkelijk”, zegt Peter van Oostrum, vader van nog twee zoons. Zijn oproep op het zakelijke online netwerk werd 25.000 keer bekeken, maar leverde tot dusver geen concrete resultaten op.
Judoka Lars van Oostrum tijdens een training met zijn vereniging Judo 53° Noord. Foto: Siese Veenstra
Nog een geluk dat zijn judoënde zoon, in het bezit van een bachelordiploma econometrie, recent een parttime werkervaringsplek vond bij NOCNSF. Daar gaat hij voor zijn masterscriptie wetenschappelijk onderzoek doen naar – hoe toepasselijk – het effect van wedstrijdritme op de winstkansen in judo. Geen vetpot, maar meer dan welkom.
Olympische Spelen
„Deelname aan de Olympische Spelen wordt reëler en reëler”, zei Lars van Oostrum als bijna 21-jarig talent in december 2023, ten tijde van zijn stormachtige ontwikkeling. „Ik denk dat ik goed genoeg ben om daar te komen.” De judoka heeft die droom niet opgegeven, maar klinkt voorzichtiger.
„Mijn derde plek op het EK onder 23 in 2024 was heel goed. Door mijn blessure zit er nu ruim een jaar tussen. Straks, na een paar toernooien, weet ik waar ik sta ten opzichte van de internationale concurrentie en aan welke punten ik moet werken. De volgende Spelen in 2028 zou ik graag willen halen, maar daarvoor moet ik nog beter worden. Daar doe ik nu alles aan.”