Lars van Oostrum veroverde in november brons op het NK voor senioren. Foto: Dijks Media / Kees Kuijt
Judoka Lars van Oostrum uit Wildervank beleefde vorig najaar zijn grote doorbraak. Hij werd Europees kampioen bij de junioren (-21), bereikte de kwartfinale van het WK judo voor junioren en pakte het brons op het NK voor senioren. Door een zware blessure is zijn indrukwekkende opmars nu (tijdelijk) tot stilstand gekomen.
Hoi Lars, je bent in april geblesseerd geraakt. Wat is er gebeurd?
,,Ik werd op een toernooi in Dubrovnik in Kroatië, in mijn derde of vierde potje, op mijn rechterzij gegooid. Daarbij is het gewricht tussen het sleutelbeen en het schouderblad ontwricht. AC-luxatie, noemen ze dat. Mijn sleutelbeen stond gewoon omhoog.”
Had je veel pijn?
,,Ja, in eerste instantie wel. Alhoewel? Ik had niet super veel pijn, maar voelde dat iets los zat. Als ik mijn hand boven mijn hoofd hield, bewoog het sleutelbeen. Dat moet niet.”
Ben je meteen geopereerd?
,,Nee, ik heb die zondag wel meteen contact gehad met een sportarts. De donderdag erna sprak ik de orthopeed en een week later ben ik geopereerd, in Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede. Daarbij is een gaatje door het sleutelbeen geboord en is het met een draadje vastgezet aan het schouderblad. De pezen moeten vanzelf weer vastgroeien.”
Komt deze blessure vaker voor bij judoka’s?
,,Ja, best wel vaak. Ik heb het vorig jaar, tussen het EK en het WK, ook aan de linkerkant gehad. Maar toen was sprake van een eerstegraads luxatie. Daar kon ik, met pijnstillers, prima met judoën. Nu was een operatie ook niet per se nodig, maar zonder operatie zou het sleutelbeen min of meer instabiel blijven. Bovendien zou een operatie nóg ingrijpender zijn, als ik er opnieuw last van zou krijgen.”
Hoe ver ben je nu in je revalidatie?
,,Ik wist van tevoren dat ik drie maanden niet mocht judoën. In die periode heb ik veel op de airbike gezeten om conditioneel in orde te blijven. Verder ben ik gewoon doorgegaan met mijn krachttraining, zelfs een dagje vaker in de week. Een paar weken geleden ben ik voorzichtig weer begonnen te judoën. Inmiddels doe ik de meeste trainingen deels weer mee. De randori-trainingen, zeg maar potjes judoën, sla ik nog over, maar de pakking-gevechten doe ik gewoon mee. Net als de technische trainingen in de ochtenden.”
Lars van Oostrum. Foto: Harry Tielman
Je revalideert gewoon ‘op’ Papendal, waar je sinds vorige zomer woont?
,,Ja, op de eerste twee weken na de operatie na. Toen was ik bij mijn ouders in Wildervank. Maar daarna ben ik weer naar Papendal gegaan. Dat is zowel qua medische begeleiding als qua krachtmaterialen wat praktischer.”
Wat motiveert jou bij die revalidatie?
,,Gewoon een kwestie van je best doen. Ik wil sowieso niet dat mijn schouder straks sterk genoeg is, maar ik conditioneel niet goed ben. Verder hielp het me doelen te stellen voor mezelf: net iets langer trainen op de airbike of een bepaald wattage trappen.”
Wanneer ben je weer competitief, denk je?
,,Ik verwacht over een maandje weer potjes te kunnen vechten op de trainen. Geluk bij een ongeluk is dat er direct na de Olympische Spelen weinig op het programma staat. Mijn eerste wedstrijd staat gepland voor eind september. Ik kan het dus conservatief aanvliegen.”
Je zou sowieso niet naar die Olympische Spelen, maar je traint sinds een jaar wel met judoka’s die wél in Parijs in actie komen. Heb je inmiddels een idee hoe je je tot hen verhoudt?
,,Voor mijn gevoel ben, of: was, ik op de goede weg. Ik kon de meeste gasten goed partij bieden. Mijn judostijl is ook wat volwassener geworden; ik doe iets minder domme dingen. Ik hoop dan ook dat ik volgend jaar wat grote toernooien bij de senioren mag doen.”
Wat denk je, heeft deze blessure je teruggeworpen?
,,Het is natuurlijk niet ideaal. Maar ik heb het gevoel dat ik er juister wat sterker uit ben gekomen. Letterlijk. Ik ben wat sterker, wat zwaarder geworden. Eerder was ik maximaal 91 kilo, nu 94 à 95 kilo.”