Oh ja, gevoetbald werd er ook nog door Tunesië en Nederland (1-3). Nadat het in Kansas City in de aanloop naar het laatste groepsduel van Oranje op het WK de hele dag over de voorspelde windstoten, regen en hevige onweersbuien was gegaan, trapten beide landen om klokslag 18.00 uur lokale tijd – 01.00 uur in Nederland – op een kletsnat maar prima bespeelbaar veld gewoon af.
Nederland ging als een wervelwind van start, dat wel. En plaatste zich eenvoudig als groepswinnaar voor de knock-outfase, waarin Marokko dinsdag (03.00 uur Nederlandse tijd in het Mexicaanse Monterrey) de tegenstander is.
Ruim anderhalf uur voor het treffen tussen het al uitgeschakelde Tunesië en koploper Nederland verscheen op de grote schermen in het stadion dat de noodweerdreiging (voorlopig) voorbij was en de fans hun plek konden opzoeken. De paar lichtflitsen, donderklappen en de fikse regenbui die daarvoor werden waargenomen en waardoor het publiek even het stadion niet mocht betreden, bleken lang niet het onheil dat was voorspeld.
Geen risico met Van de Ven, Summerville en Depay
In zijn basisopstelling had Ronald Koeman geen plaats voor de internationals die eerder dit WK een gele kaart opliepen – Micky van de Ven, Crysencio Summerville en Memphis Depay – en zodoende op scherp stonden voor het treffen in de één-zestiende-finale. Waarbij aangetekend dat Van de Ven alle twee de voorgaande duels (met Japan en Zweden) in de basis stond, Summerville tegen de Japanners startte en Depay was veroordeeld tot twee invalbeurten van respectievelijk twintig en achttien minuten. Aké begon als linksback en Malen net als in het tweede duel als rechtsbuiten. Laatstgenoemde speelde niet eens onaardig, maar was wederom niet bepalend.
Na de klinkende zege op Zweden klonk er kritiek dat Oranje – zeker in de fase voor rust – te veel kansen weggaf. Ronald Koeman en zijn spelers beloofden beterschap, maar de eerste (reuze)mogelijkheid was na anderhalve minuut voor de Tunesiër Ismaël Gharbi, die hard en wild over schoot. Nog geen minuut later was het aan de overzijde wel raak. Na een harde voorzet van Denzel Dumfries liep Ellyes Skhiri de bal in eigen doel (0-1).
Brian Brobbey vond weer het net. Foto: Getty Images via AFP
Dat de speler van Eintracht Frankfurt het doelpunt op zijn naam kreeg en niet de achter hem goed positie kiezende Brian Brobbey de bal binnenwerkte, was sneu voor Dumfries, omdat hij nu geen assist achter zijn naam kreeg. Het zou in zijn achtste WK-wedstrijd (in 2022 en 2026) naast zijn ene zelf geproduceerde treffer het vijfde door hem voorbereide doelpunt zijn geweest en zijn 25e in totaal als international.
Scherpe Brian Brobbey
In de zevende minuut leek het duel beslist. Net als tegen Zweden bleek de onvermoeibare Brobbey zo scherp als een mes, want uit een vrije trap van Tijjani Reijnders en na een assist van Virgil van Dijk gaf de spits van Sunderland de Tunesische doelman Aymen Dahmen geen schijn van kans (0-2). Het was de snelste voorsprong met twee treffers van Nederland sinds 1971, tegen Luxemburg.
Frenkie de Jong kreeg in de 12e minuut een uitgelezen kans op de 0-3, maar zijn schot werd gekraakt. En in de tegenaanval legde Anis Ben Slimane de defensieve zwakte van Oranje weer eens bloot. Zijn kopbal eindigde in de handen van Verbruggen.
De vroege en riante voorsprong zorgde ervoor dat de Mexican Wave over de tribunes rolde, maar naarmate de eerste helft vorderde en het Nederlandse spelpeil daalde, nam het enthousiasme bij de fans snel af. Nederland was met de zekere groepswinst op zak gemakzuchtig en slordig en speelde vanaf de tiende minuut in een veel te laag tempo.
Tunesië straft lamlendigheid Oranje af
In het tweede bedrijf kreeg het lamlendige elftal van Koeman de rekening gepresenteerd. Uit een corner kon Hazem Mastouri ongehinderd de 1-2 binnenkoppen. Het was de negende tegentreffer in de laatste zeven interlands, waarin geen enkele keer de nul werd gehouden. Omdat Japan iets later tegen Zweden de 1-0 aantekende, was de eerste plaats opeens geen vanzelfsprekendheid meer. Een volgende Japanse óf Tunesische treffer zou Nederland in de volgende ronde opzadelen met een kraker tegen Brazilië, in Houston.
Maar dat gevaar was net zo snel geweken als het onweer eerder op de dag. Uit een corner van Reijnders maakte Jan Paul van Hecke – via Ben Slimane – op het allerhoogste podium al koppend zijn eerste doelpunt in Oranje (1-3). Vrijwel gelijktijdig scoorde Zweden de gelijkmaker tegen Japan (1-1). De derde treffer van Nederland zal Reijnders en Van Hecke goed hebben gedaan, omdat juist zij er bij de 1-2 slecht uitzagen. Reijnders had vervolgens pech dat een bekeken balletje op de lat belandde en Dahmen hem van zijn eerste WK-goal afhield.
Met Teun Koopmeiners, Summerville en de op een WK debuterende Justin Kluivert op de plek van Frenkie de Jong, Malen en Reijnders en later nog met Depay en Noa Lang voor Brobbey en Cody Gakpo werd de tijd eenvoudig volgespeeld. En dus voldeed Nederland aan de opdracht: eerste worden. Maar dat het vanaf nu veel beter moet om een rol van betekenis te kunnen spelen, beseft iedereen.