Jan Venhuis (88) droomt stiekem ervan nog een halve marathon te joggen. Foto: Nienke Maat
Afgelopen oktober was Jan Venhuis (88) uit Haren de oudste deelnemer aan de 4 Mijl van Groningen. Nog altijd trekt hij twee keer per week zijn hardloopschoenen aan. En stiekem koestert hij een droom: ooit nog eens een halve marathon joggen.
Zon, wind of sneeuw: bijna geen enkele weersomstandigheid houdt Jan Venhuis tegen om zijn vaste rondje twee keer in de week te joggen. Nou ja, bijna geen weersomstandigheden dan. „Alleen als het de hele dag plenst, dan verplaats ik het naar de volgende dag”, vertelt Venhuis in zijn appartement bij de Dilgt in Haren. Daar woont hij dicht bij zijn dementerende vrouw Iety. „Op mijn leeftijd zeg ik joggen, omdat het tempo er wel een beetje uit is.”
Opgejut
Venhuis loopt al hard sinds de jaren tachtig. Sindsdien is bewegen een vast onderdeel van zijn leven en daarin heeft hij meerdere medailles van marathons verzameld die hij heeft gelopen. „Ik ga twee keer per week joggen en daarnaast ik ook twee keer per week naar de fitness. Dat laatste doe ik vooral om sterk te blijven.”
Enkele medailles die Venhuis bewaart. „Ik doe het niet voor de medailles." Foto: DVHN
In 2024 pakte hij het hardlopen weer serieus op, nadat hij er zo’n drie jaar mee was gestopt vanwege de zorg voor zijn vrouw. „Eigenlijk ben ik opgejut door fysiotherapeut Anneloes”, vertelt hij. „Zij vond dat ik het joggen weer moest oppakken. Sindsdien ben ik flink afgevallen en ben ik anders gaan eten.”
Het lopen betekent voor hem meer dan alleen beweging. „Ik kan dan even mijn hoofd leegmaken en ik ben graag buiten in de natuur. Ik voel me echt anders nadat ik gelopen heb.”
Rode draad
Venhuis was vroeger fotograaf en runde samen met zijn vrouw een eigen fotozaak. „Iety stimuleerde me altijd om eropuit te gaan. Dat voelde goed. Zij paste dan op de zaak.”
Hardlopen vormt een rode draad in zijn leven. Toch voelt hij daar soms een zekere schroom bij. „Ik schaam me er soms voor dat ik op deze leeftijd nog loop. Mensen zeggen dan dit schamen nergens voor nodig is, maar zo voelt het voor mij wel. Ik zie oudere mannen die jaloers naar mij kijken en jongeren die het juist mooi vinden en toeroepen: ‘goed bezig meneer’.”
Zijn geheim? „Ik rook niet, ik drink eigenlijk nooit, maar het heeft vooral met doorzetten te maken. Ik heb ook een motto: hoe oud je ook bent, blijf bewegen.” Wat hij mooi vindt aan hardlopen, is dat iedereen gelijk is. „Je leeftijd doet er niet toe.”
Ik schaam me er soms voor dat ik op deze leeftijd nog loop
Venhuis beseft dat hij ook geluk heeft gehad. In zijn familie komen hartproblemen voor, maar dat bleef hem bespaard. „Ik ben gecontroleerd en heb die aanleg niet. Ik heb ook nooit blessures gehad.”
Bang voor hardloopblessures is hij niet. „Eerder ervoor dat ik val”, zegt hij nuchter. „Als ik mijn heup breek, dan is het klaar. Dat zou de enige reden zijn om te stoppen. Zolang ik een gezond lichaam heb en volhoud, kan ik doorgaan.”
‘Stiekem wil ik nog een halve marathon lopen’
Hoewel hij nu twee keer per week vijf kilometer loopt, droomt Venhuis van langere afstanden. „Als ik redelijk makkelijk vijf kilometer kan lopen, waarom zou tien kilometer dan niet lukken? Daar train ik nu voor. En als dat goed gaat, waarom dan geen halve marathon?”, vraagt Venhuis zich af. „Daarin jut Anneloes mij ook weer op.”
Het joggen heeft mijn leven beheerst in serieuze zin
Venhuis is er trots op dat hij nu nog kan joggen. „Daar durf ik wel ja op te zeggen”, klinkt het volmondig. „Het joggen heeft mijn leven beheerst in serieuze zin.” In 2027 hoopt Venhuis, als hij 90 jaar wordt, die afstand te kunnen afleggen. „Mits er geen strenge limiettijd is”, zegt hij met een glimlach. „De snelheid heb ik niet meer.”
Hij heeft zelfs al een favoriete halve marathon in gedachten: van Lauwersoog naar Ulrum. „Dat is een lange tocht langs Nationaal Park Lauwersmeer. Je hebt daar nauwelijks besef van afstand en de natuur doet me daar veel.”
Gemis
Voorlopig hoopt Venhuis vooral snel zijn vrouw weer te kunnen zien. Iety verblijft momenteel in isolatie vanwege het norovirus. Al ruim twee weken heeft hij haar niet kunnen bezoeken. „Ik mis haar”, zegt hij. „Maar ik hoop vooral dat ze me nog herkent.”