Een patrouillevaartuiig van Rijkswaterstaat vaart over de Waddenzee. Foto: Rijkswaterstaat
Naast schippers zijn vanaf maandag ook bedrijven verantwoordelijk voor snelheidsovertredingen op de Waddenzee. Rijkswaterstaat denkt zo effectiever snelvaarders te kunnen afschrikken.
Rijkswaterstaat kan voortaan een bestuurlijke dwangsom opleggen, naast een strafrechtelijke boete die de snelheidsovertreder op het water nog steeds kan krijgen. Zo’n dwangsom is volgens landelijk adviseur water en scheepvaart Merlijn de Wit doorgaans aanzienlijk hoger, en daardoor effectiever.
„Daarmee wordt het hopelijk gemakkelijker hardnekkige overtreders te laten stoppen met te snel varen”, legt De Wit uit. Strafrechtelijke bekeuringen liggen veel lager en kunnen als klein bedrijfsrisico worden ingecalculeerd. Een bekeuring bedraagt bijvoorbeeld 100 of 150 euro, terwijl bij deze last onder dwangsom al gedacht wordt aan 2000 tot 2500 euro.
Te zichtbaar
Een groot probleem van de strafrechtelijke bekeuring is dat er bij het uitschrijven van een proces-verbaal een ‘staandehouding’ nodig is. „Handhavers moeten vaststellen wie de schipper is. Dat is lastig, wij zijn met onze twee grote, gele patrouillevaartuigen heel zichtbaar. Als ze ons zien aankomen, varen ze niet meer te snel en als we er niet zijn, zien we niet dat ze te snel varen.”
Dit probleem haalde de Onderzoeksraad Voor Veiligheid ook aan na de dodelijke aanvaring in het Schuitengat tussen een watertaxi en een snelboot. Daarbij kwamen in oktober 2022 voor de kust van Terschelling vier opvarenden van de watertaxi om het leven. Volgens De Wit speelt dit incident slecht zijdelings een rol bij de invoering van een aanvullend handhavingsmiddel.
De Tiger onderweg naar Terschelling. Foto: Neeke Smit
„We hebben dit wel allemaal afgestemd met de werkgroep handhaving van het OVV-rapport en andere partijen als de politie, het Openbaar Ministerie en de Inspectie Leefomgeving en Transport”, reageert De Wit. „Maar dit is een lang dossier dat daarvoor ook al speelde.”
Beroepsmatig vervoer
De dwangsom gaat alle schippers op de Waddenzee aan, maar richt zich vooral op beroepsmatig vervoer. Bij een waargenomen of gemelde snelheidsovertreding gaat Rijkswaterstaat met het bedrijf in gesprek. Scheepvaartverkeersdata kunnen na een melding of waarneming als ondersteunde informatie worden gebruikt. „Maar bedrijven krijgen altijd eerst een waarschuwing”, legt woordvoerder Frank Jansen uit.
Het gaat in eerste instantie om een proef van een jaar. Als het middel bevalt kan dat ook op andere waterwegen of voor andere handhaving op het water worden ingezet.
De proef staat los van een andere pilot waar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat al heel lang op broedt: de mogelijkheden voor watertaxi’s vergroten om tussen zonsondergang en zonsopkomst sneller te mogen varen op de hoofdvaargeulen. Die proef wacht nog steeds op een laatste afstemming met natuurwetgeving.