Inge van der Riet (48) en Kris van der Riet (45) op de steiger bij Alphen aan de Maas, de vaste ligplaats van de Najade (helemaal links in beeld). Foto: Marcel Krijgsman
Bij de motorbootclub genoot Herma van der Riet (75) uit Dreumel volop van het leven. Een ongelukkige samenloop in de haven van Terschelling maakte daar precies een jaar geleden abrupt een einde aan.
Toen die vrijdagochtend de telefoon ging, had Inge al heel wat belletjes achter de rug. Het was de dag voor Koningsdag en als woordvoerder bij de gemeente Gorinchem zat ze midden in de lintjesdrukte.
Nu was het ineens haar vader. Papa belt nooit zelf, dacht ze nog, en een beetje korzelig nam ze de telefoon op.
„Ja, pap?”
„Herma is overleden.”
Haar moeder was „tussen een boot” gekomen, meer kreeg hij niet over zijn lippen, maar ze twijfelde geen moment.
„Ik kom nu naar je toe.”
De eerste boot
Water was nooit ver weg in het leven van Herma en Ton van der Riet. Ze hadden elkaar leren kennen in het zwembad van Dreumel, een Gelders dorp in het Land van Maas en Waal. Hij was, na zeven jaar scheepsmachinist en duiker bij de marine, werkzaam als loodgieter in het bedrijf van zijn vader. Zij was badjuf.
Samen begonnen ze een installatiebedrijf aan huis. Ze kregen twee kinderen: Inge en Kris. Zij herinneren zich hoe de keuken vroeger diende als plek voor werkoverleg en kantine tegelijk. Iedereen schoof aan voor een bakje koffie.
Herma van der Riet. Eigen foto
De eerste zomervakanties bracht het gezin steevast door bij camping It Soal in Workum. Later huurden ze een boot, en eind jaren 80 kochten ze er zelf een: De Libertas. Daarmee gingen ze op vakanties door Nederland en voeren ze in de weekenden naar plaatsen als Mook en Heusden.
Soms voeren ze over het IJsselmeer of de Waddenzee. Vader Ton hield van het open water, maar moeder Herma vond het vaak ook beangstigend. In haar eentje ging ze dan met de klapfiets en het openbaar vervoer naar de bestemming. De fiets was in dezelfde wit-blauwe kleuren gespoten als de boot.
Inge en Kris van der Riet. Foto: Marcel Krijgsman
Op school spraken Inge en Kris zelden over hun vaartochten. „Zeg maar niet dat we een boot hebben”, hadden hun ouders weleens gezegd. Het zou anders ook maar pocherig overkomen.
Als ze leden van de Koninklijke Nederlandsche Motorboot Club (KNMC) in colonne op het water zagen, sprak vader Ton spottend: „Stelletje kakkers!”
Bij de KNMC
Toch was het diezelfde KNMC waar Herma en Ton een jaar of negen geleden als gepensioneerden aansluiting vonden. Herma had in haar leven ook zware periodes gekend. Ze raakte overspannen toen de kinderen klein waren en worstelde later met psychische problemen. Maar langzaam had ze op haar eigen manier het levensgeluk weer gevonden.
Op de watersportclub leek het wel alsof ze in de herkansing van hun studententijd waren gekomen. Twee à drie keer per jaar gingen ze met hun eigen schip, de Najade, mee op toertocht, waarvan ze zelf ook eens de organisatie op zich namen. Hij speelde basklarinet bij het schipperskoor, zij zong in het madammenkoor.
Ze mochten graag aanschuren tegen de etiquette. Wanneer de dresscode jasje-dasje was, verscheen Ton doodleuk in een wit T-shirt met stropdasprint. Herma vond dat prachtig.
Herma van der Riet. Eigen foto
Misschien was het omdat de kinderen de deur uit waren dat haar angst voor het ruime sop inmiddels was verdwenen. Niemand keek er dan ook nog van op dat het stel op Goede Vrijdag vertrok voor een tocht met de KNMC langs de Waddeneilanden.
Op vrijdagochtend 25 april 2025 stonden ze op het punt om aan te meren in de haven van Terschelling. Daarna zouden ze samen, net als al die andere keren, een cappuccino drinken bij paviljoen De Walvis.
Op het hoogtepunt
„Wil je dat ik Kris bel, of wil je dat zelf doen?”, vroeg Inge.
„Bel jij maar.”
Daar reden ze dan, broer en zus, samen over de Afsluitdijk naar Harlingen, bellend met familie. Hij had haar opgepikt in de elektrische Volkswagen van hun moeder die ze had achtergelaten op zijn oprit in het dorpje Alem.
Wachtend in de drukke veerterminal op de snelboot van half zes keken ze uit over de donkere zee. Ze zou toch niet verdronken zijn? Een badjuf hoort niet te verdrinken.
Aangekomen bij de boot waar het gebeurde, voelden ze een vreemd soort opluchting. Ze was niet verdronken. Ze was gestorven in de armen van hun vader. Kris: „Mama is op het hoogtepunt van haar leven overleden.”
Die avond brachten ze gedrieën de nacht door op de Najade, die amper was beschadigd. Kris hield zijn vader vast.
Met z’n vieren
De volgende ochtend liepen ze naar het verpleeghuis waar ze lag opgebaard. Terwijl de rouwauto opdoemde, en de fanfare muziek inzette voor Koningsdag, stortte vader Ton zowat ter aarde.
Het liefst was hij niemand onder ogen gekomen. En dus kozen ze een terugweg naar het vasteland die het meest voor de hand lag: op de Najade. Kris: „Klein was belangrijk voor pap. De boot was zijn beste plek voor de slechtste momenten.”
Halverwege zagen ze de veerboot met daarop de kist van Herma voorbijvaren. De vlag hing halfstok. „Nog één keer waren we met zijn vieren op zee.” Inge: „En mama op de grote boot. Dat beeld kennen we nog van vroeger, met de klapfiets op de veerboot.”
Lang heeft vader Ton geworsteld met de vraag wat hij anders had kunnen doen. Kris: „Maar papa is een goede schipper. Anderen zeiden: ‘Dat dit nu de beste moet overkomen’.”
Inge en Kris van der Riet blikken terug op het leven van moeder Herma. Foto: Marcel Krijgsman
Langzaam krijgt het ongeval een plekje. Afgelopen september fietste Kris in zijn eentje van Alem naar Terschelling langs alle plekken waar ze als gezin kwamen. In De Walvis dronk hij uiteindelijk een cappuccino met een stel mannen uit Meppel. „Fietsend door Nederland besefte ik hoeveel ik van papa en mama heb gekregen.”
Vader Ton krijgt nog geregeld aanspraak van zijn vrienden van de KNMC. Met dochter Inge zal hij in juni voor het eerst weer meedoen aan een toertocht. Het is de hondenverwentoertocht. Tavi, haar Franse spaniël, gaat mee.
Sterke getijdenstroom
Het ongeluk op Terschelling haalde vorig jaar niet direct het nieuws. Pas na enkele dagen bevestigde de politie dat inderdaad een vrouw om het leven was gekomen. Als enige oorzaak werd genoemd dat de motorboot van het echtpaar vlak voor het aanmeren was gegrepen door de sterke getijdenstroom.
Omstanders zagen dat de Najade ook moest uitwijken voor een zeiljachtje. Dit voer het KNMC-konvooi, dat uit achttien vaartuigen bestond, op de motor tegemoet. Webcambeelden uit de haven en gegevens van het volgsysteem AIS ondersteunen deze waarneming.
Herma van der Riet. Eigen foto
Op de plek waar het gebeurde, was een versmalling in het vaarwater: een half uur eerder was daar de 56 meter lange vrachtferry Terschellinger Bank aangemeerd. Zoals gebruikelijk lag deze haaks op de kade. De havenmeester had de toertochtleider op de voorste KNMC-boot via de marifoon gewezen op de ligging van het schip, voor de ingang van de jachthaven. „Maar daar kunt u achterlangs.”
Aanvaring
De eerste zeven boten deden dit zonder problemen. Daarna werden ze, een voor een, door een rubberbootje verwelkomd. De motorjachten minderden vaart, liepen op elkaar in en de colonne viel deels stil.
Het zeiljacht, dat ondertussen uit de jachthaven was vertrokken voor een tocht naar Texel, moest ook door de vernauwing. Het passeerde het binnenlopende KNMC-lint aan de walkant voer na de zevende motorboot langs de aangemeerde ferry. De boot van Ton en Herma van der Riet was nummer acht.
De Najade, die al was gegrepen door de sterke getijdenstroom uit de Waddenzee, moest uitwijken naar links, nog meer richting de kade. Een langzame aanvaring met de stilliggende vrachtferry dreigde, en uit reflex stapte Herma vanaf het achterdek in het gangboord om een schamping af te wenden.
Gewoonlijk ben je in het gangboord beschermd door de ijzeren reling en de tussenliggende ruimte. Maar de puntige klep van de Terschellinger Bank stak daar boven uit, net waar Herma stond. Ze zakte in elkaar. Herma van der Riet werd 75 jaar oud.