Conservator Muriel Ramuz richt de expositie 'Beauty of the Beast' in DM De Buitenplaats in. Foto: Else de Groot
Dieren als inspiratiebron voor kunst. Ruim honderd jaar geleden zochten kunstenaars naar ‘nieuwe kunst’. Ze vonden die in de natuur, zo laat de tentoonstelling ‘Beauty of the Beast’ zien in DM De Buitenplaats in Eelde.
Twee jaar geleden heropende De Buitenplaats als eerste art nouveau-museum van Nederland met de tentoonstelling Power to the Flower. Na de bloemen van toen, staan nu de dieren centraal in de nieuwe expositie Beauty of the Beast. Bloemen en dieren: het is duidelijk dat de natuur een belangrijke inspiratiebron was voor de art nouveau, een kunststroming waaraan ruim een eeuw geleden in heel Europa op vergelijkbare manier uiting gegeven werd.
Het was een tegenreactie op de industrialisatie, vertelt conservator Muriel Ramuz (Groningen, 1992). „Massaproductie, fabrieken – aan het eind van de 19de eeuw wilden kunstenaars weer terug naar het ambacht. En naar de natuur.’’ Die werd goed bestudeerd door de kunstenaars. Niet alleen in de eigen omgeving, maar bijvoorbeeld ook in de dierentuinen die in de 19de eeuw geopend waren.
Ontdekkingstocht
Dat idee van een dierentuin vormde de basis voor de indeling van de tentoonstelling: de kunstwerken zijn telkens in groepjes samengebracht onder thema’s als ‘apenrots’, ‘volière’ of ‘aquarium’. Opvallend is daarbij de routing van het museum. Waar De Buitenplaats voorheen vaak één grote expositieruimte was, is de zaal nu met schotten opgedeeld in kleinere ruimtes. Het geeft een heel andere beleving van het museumgebouw. Die indeling resteert nog van de vorige tentoonstelling met immersieve voorstellingen van Alphonse Mucha. De verschillende nissen zijn ideaal voor de thematische opzet van Beauty of the Beast.
Johanna van Eijbergen, vaas met rivierdonderpadden, 1909. Foto: Drents Museum/De Buitenplaats
Ramuz kon daarbij putten uit de enorme verzameling van het Drents Museum, waar De Buitenplaats sinds twee jaar onder valt. De collectie van kunst rond 1900 alleen al bevat zo’n 40.000 objecten. Dan moeten we niet denken dat er in het depot een aparte afdeling is met art nouveau. „De kunstwerken zijn vooral ingedeeld op disciplines en materialen, zoals schilderijen, keramiek, hout of metaal. Dat heeft ook te maken met de klimaatomstandigheden, waaronder bepaalde materialen bewaard moeten worden.’’
Dus werd het onderzoek in de verzameling van het Drents Museum een ware speur- en ontdekkingstocht. „En dan kom je bijvoorbeeld zo’n eenvoudige vaas met een schattig slakje tegen’’, wijst Ramuz aandoenlijk naar een pul van George Henri Lantman. Of neem zo’n klein groen bakje met een geribbeld oor, dat een rupsje voorstelt. Het is soms heel subtiel.
Bijzonder en speels
Kan ze ook een topstuk aanwijzen? „Ja, deze vaas met rivierdonderpadden van Johanna van Eijbergen. Of dat vuurscherm hier, met zo’n kronkelende aalvis er op geborduurd, van Christine van Zeegen. Dat zijn echt bijzondere stukken in de collectie’’, antwoordt Ramuz, terwijl we bij de hoek met waterdieren staan. En valt er in zo’n groot depot ook nog iets te ontdekken? „Nou, ergens bovenop een plank zag ik een paneel met drie spelende apen. Het bleek een ontwerp in gips van Joseph Mendes da Costa. Hij was een invloedrijke kunstenaar, die bijvoorbeeld vaak naar Artis ging. Dat paneel is niet uitgevoerd in brons. Maar ik vind het ontwerp opvallend en het past heel goed in deze tentoonstelling.’’
Julie de Graag, Twee uilen, 1921. Foto: Drents Museum/De Buitenplaats
Bij de insecten vertelt ze over de zilveren bonbonschaal, waarop groot en duidelijk een gevleugeld insect is afgebeeld. „Maar kijk eens naar dat dunne hengsel. Daar zitten in het midden twee sprinkhaanachtigen, met daarachter twee vogels, die hen lijken op te eten. Je moet echt goed kijken. Maar er gebeurt van alles. Prachtig toch?’’
Nieuwe Kunst
Bij de term ‘art nouveau’ denk je vaak aan gestileerde voorstellingen. Maar in de tentoonstelling zijn ook meer realistische kunstwerken. Kan Ramuz uitleggen, wat art nouveau is? „Het is nu eenmaal een breed begrip, dat een grote periode beslaat, van pakweg 1890 tot 1914. We kennen ook termen als jugendstil of slaoliestijl. Het belangrijkste is, dat men zocht naar nieuwe kunst. Maar die verschillende termen geven al aan dat het in Europa niet altijd en overal op dezelfde manier werd ingevuld. Zo is de Nederlandse ‘Nieuwe Kunst’ meer ingetogen dan de internationale art nouveau.’’
Zulke verschillen laat Ramuz mooi zien in de tentoonstelling, door bijvoorbeeld een rijtje uilen of apen van meerdere kunstenaars naast elkaar te zetten. Telkens in een andere uitvoering. „Soms is het meer realistisch, inderdaad. Maar er zijn ook andere uitersten, zoals een prent van Chris Lebeau met vogels en golven. Die zijn zo geabstraheerd, dat je bijna niet weet waar je naar kijkt. Fascinerend.’’
Opvallend is dat in de zaalteksten een frivool en speels lettertype voorkomt. Is Beauty of the Beast bedoeld als familietentoonstelling? „Niet speciaal’’, reageert Ramuz. Maar de thematiek leent zich er wel goed voor. „Natuurlijk raad ik iedereen aan om de kinderen mee te nemen en je samen te verwonderen over al deze mooie objecten en er zelf verhalen in te ontdekken.’’
Tentoonstelling
Beauty of the Beast - dieren in de art nouveau, t/m 20 september in Drents Museum De Buitenplaats, Hoofdweg 76, Eelde. Open: dinsdag t/m zondag 11.00-17.00; ook pinkstermaandag 25 mei en alle maandagen in juli en augustus.