Vinales, 1995. Pieter Griffioen: „Als mensen niet op de foto willen, dan fotografeer ik ze niet.’’ Foto: Pieter Griffioen
Cuba verkeert in een diepe crisis. Fotograaf Pieter Griffioen (76) legde dertig jaar geleden al een land in zorgelijke staat vast. Maar hij fotografeerde ook de krachtige bewoners. Bij galerie Lichtzone in Groningen is nu zijn expositie ‘Gebogen niet gebroken’. „Ik denk dat het er nu nog net zo uitziet als toen. Of slechter…’’
Een zonnig klimaat. Altijd mooi weer. En de mensen zijn héél vriendelijk. Dat is de eerste indruk van Cuba, zegt Pieter Griffioen uit Arnhem. „Maar het gaat om de laag eronder. Die wil ik vastleggen.’’
In de tweede helft van de jaren 90 maakte hij drie reizen naar Cuba. Daarvoor was hij al zes keer in China geweest, in Rusland en in een aantal Oostbloklanden. Bij uitgeverij Focus in het gelijknamige fotomagazine werden die foto’s dan gepubliceerd. In overleg met toenmalig directeur Dirk van der Spek werd in 1995 gekozen voor een ander communistisch land. „Cuba was nog onveranderd. Ik zou er nog reportages kunnen maken, vóórdat de Verenigde Staten daar zouden ingrijpen. Want die dreiging was er dertig jaar geleden ook al.’’
Loeiheet en geen vrijheid
Na zijn reizen door zo’n enorm land als China, dacht Griffioen dat het op het veel kleinere eiland Cuba een makkie zou zijn. „In China ging ik altijd in de winter en reisde ik overal zonder problemen naar toe. Maar in Cuba kostte het al moeite om 25 kilometer verderop te komen. Bovendien is het er altijd loeiheet en vochtig, zodat je maar een klein gedeelte van de dag op straat kunt fotograferen.’’
Op zijn vorige reizen klopte hij vaak aan bij zogenaamde vriendschapsverenigingen die banden hadden met Nederland. „Je wist dat je in de gaten gehouden werd. Maar ze konden helpen, wanneer ik bijvoorbeeld in een fabriek of ziekenhuis wilde fotograferen. Maar op Cuba moest ik mij telkens, wanneer ik in een andere plaats was, opnieuw melden bij die club. Het was er veel strenger.’’
Fotoshoot van model op motor, Havana 1995. Foto: Pieter Griffioen
Hij vertelt over zijn aankomst op het station van Pinar del Rio. „Daar stond een man die mij de stad wel wilde laten zien. Terwijl we rondlopen, wordt hij opeens door iemand op de rug getikt. Of hij zich wil melden op het bureau. Ik zeg: ‘Ik ga met je mee!’ Na een tijdje komt hij weer naar buiten. En? ‘Nu is er niks aan de hand’, zegt hij. ‘Maar morgen moet ik weer komen. En dan alleen…’’’
Het tekent het begrip ‘vrijheid’ binnen het communisme, volgens Griffioen: „Wat is vrijheid, wanneer je geen vrijheid van denken hebt en niet de vrijheid hebt om het eiland te verlaten? Hoe het nu zit, weet ik niet. Maar indertijd had Cuba het hoogste aantal zelfmoorden’’, zegt hij met een veelbetekenende blik.
Lijnen en verhalen
„Je ziet wat er aan het oppervlak zit. Maar het gaat om wat er aan de onderkant zit’’, zegt hij nog maar eens, wanneer we langs de foto’s in de expositie lopen. „Niet als politiek statement. Ik maak straatbeelden en portretten. En met respect voor de mensen. Als ze niet op de foto willen, dan fotografeer ik ze niet.’’
Jongeren maken plezier bij de zee. Kinderen spelen met piepschuim uit de verpakking van een of ander apparaat. Ander speelgoed hebben ze blijkbaar niet. Het basketbalveld oogt triest. „Het gaat ook om het spel van lijnen en kijken.’’ Griffioen wijst op een tafereel van een groep spelende kinderen. „Toen die jongen in die paal sprong, wist ik dat ik moest afdrukken. Kijk, nu staan ze in een boog.’’ Bij een straattafereel: „Die vage man, hier vooraan. Wie is dat? Hij zou een spion kunnen zijn. En dan overal die gezichten uit die ramen, die naar beneden kijken. En wat doen die anderen op straat? Al die verschillende zichtlijnen. Het is vervreemdend en je kunt er verhalen in ontdekken.’’
De beroemde uitspraak ‘het beslissende moment’ van fotograaf Henri Cartier-Bresson valt; een van de voorbeelden van Griffioen. „Je ziet door de deuropening een vrouw van de trap lopen, terwijl een man door een luikje kijkt. Je wacht tot zij bij de deuropening is, en dan kijkt de man in het luikje ineens opzij naar haar. Dán druk je af.’’
Op het beslissende moment afgedrukt: Matanzas, 1995. Foto: Pieter Griffioen
Stekelig
Zo zijn er meer voorbeelden: de filmische foto van een dansend paartje bij zo’n oude Cubaanse auto, terwijl op de achtergrond juist een golf op de kust uiteenspat. Of het kleine meisje dat bij een vrolijk trouwtafereel aan de rand van de foto nét even door een autoraam gluurt. „Als fotograaf kijk je voor je, maar ook voortdurend naar wat zich dáár afspeelt’’, gebaart hij met zijn handen vanuit zijn ooghoeken naar opzij.
Tegen het einde van de rondgang komen we een muurschildering tegen van Fidel Castro en Che Guevarra – jong en strijdbaar. Naast hen staat de leus Patria o Muerte (vaderland of de dood). Op de voorgrond is een kronkelige agave met grote stekels. „Misschien is hier mijn enige statement: die vrijheidsstrijders in toch een wat stekelige omgeving…’’
Vechthanen, Gibara, 1998. Foto: Pieter Griffioen
Hoe het nu precies in Cuba is, volgt Griffioen niet zozeer. Ook heeft hij geen contact meer met mensen van toen. Maar met de huidige brandstof- en energiecrisis, in combinatie met de aanhoudende boycot en dreiging van de Verenigde Staten, zal het land er niet goed voor staan. „Wat je hier op de foto’s ziet: ik denk dat het er allemaal nog precies zo uitziet. Of, dat het dertig jaar later alleen maar slechter geworden is.’’
Tentoonstelling
‘Cuba, gebogen niet gebroken’ van Pieter Griffioen. T/m 26 april in fotogalerie Lichtzone, Oude Kijk in ’t Jatstraat 36, Groningen. Open wo-zo 12-17.