Kunstenaar Isabella Werkhoven op haar 'solotentoonstelling' in Pictura in Groningen. Foto: Corné Sparidaens
Isabella Werkhoven heeft een solotentoonstelling in Pictura en nodigt ándere kunstenaars uit om mee te exposeren. Het geeft een mooi en gevarieerd overzicht van haar eigen ontwikkeling en wat haar inspireert, en tegelijk een tijdsbeeld van dertig jaar kunst in Groningen en verre omstreken.
Toen Isabella Werkhoven (1969) benaderd werd voor een solotentoonstelling in Pictura in haar woonplaats Groningen, wist ze al snel dat dit géén solo moest worden. Ze had al mooie solo-presentaties gehad in bijvoorbeeld Museum MORE in haar geboorteplaats Gorssel, in Museum Belvédère en in verschillende galerieën. „Nu wilde ik mijn ontwikkeling laten zien aan de hand van werk van ánderen dat ik gezien heb’’, vertelt ze afgelopen weekend, vlak voor de opening van de expositie, terwijl aan de muur de laatste zaalteksten aangebracht worden. De tentoonstelling met ruim tachtig kunstwerken van meer dan vijftien kunstenaars in alle zalen van het Kunstlievend Genootschap krijgt er een museaal tintje door.
Experimenteel
De indeling is min of meer chronologisch. In de voorste expositieruimte is een opstelling van een (oorspronkelijk) super8-filmpje van Werkhoven, werkend aan een uitzicht vanuit haar toenmalige atelier in de wijk Noorderhoogebrug. De opname uit 1996 is geprojecteerd op het schilderij, waarop alleen de pinksterbloemen geschilderd zijn.
Het is een nogal experimenteel en conceptueel werk, waar ze indertijd mee bezig was. Ze maakte met name een soort collages, waarbij ze foto’s combineerde met schilderijen. „Fotografie was feitelijk en schilderkunst was fantasie. Met die gegevens speelde ik’’, vertelt ze. Zulk collagewerk van toen heeft ze zelf niet meer. Maar er zijn wel werken van Vittorio Roerade, die op een eigen manier ook fotofragmenten in zijn schilderijen plakte. „Hij exposeerde in het CBK en ik schreef in die tijd voor het magazine Carp*. Toen heb ik hem geïnterviewd, als eigenzinnige portretschilder.’’
Een ander opvallend werk is van Frank Lenferink; een donker schilderij van een leeg restaurant. „Met een groepje bevriende kunstenaars bezochten we na ons afstuderen regelmatig exposities. Toen ik dit zag, was ik enorm onder de indruk. Heel sterk van sfeer. Het deed denken aan werk van Léon Spilliaert, die ook een leeg restaurant geschilderd had. Vooral het diffuse van het schilderij sprak mij aan.’’
Liefde voor de schilderkunst
In de volgende expositiezaal is weer een gevarieerd overzicht, onder meer met stillevens van haar man Simeon Nijenhuis. Werkhoven vertelt, hoe zij zelf aanvankelijk in Kampen studeerde, maar daarna naar Groningen wilde. „Aan Minerva had je nog een realistische studierichting.’’ Oh, dan kreeg ze vast les van Matthijs Röling. „Nee, zeg! Simeon en ik werden op een of andere manier in de abstracte klas geplaatst. Dat was een tegenvaller. Ik ging er juist héél realistisch door schilderen.’’ Achteraf pakte het toch goed uit: „We kregen les van iemand als Martin Tissing. Die heeft echt de liefde voor de schilderkunst overgebracht. Ik heb nu het idee dat ik dankzij die lessen een ‘autonoom’ kunstenaar ben en vanuit mijzelf altijd tot een plan kom. Veel studenten die ‘klassiek’ zijn opgeleid, blijven vaak wat steken, is mijn indruk.’’
Van Werkhoven: „Ik wilde mijn ontwikkeling laten zien aan de hand van werk van ánderen dat ik gezien heb.'' Foto: Corné Sparidaens
In deze ruimte zijn ook foto’s van Corine Hörmann en abstracte werken van Drewes de Wit en Wessel Middelbos. Zijn dat ook inspiratiebronnen voor Werkhoven? „Niet direct. Die twee schilders kwam ik tegen in mijn tijd als recensent van Dagblad van het Noorden. Dat werk van Drewes vond ik zo fascinerend, klein, wazig en zacht. En Corine heeft net als ik een atelier in De Papiermolen, het Groningse openluchtzwembad. In dat eerste ateliergebouw in Noorderhoogebrug begonnen we met een groepje, maar bleef de een na de ander weg en waren we uiteindelijk met zijn tweeën over. Het is belangrijk om ook bij je atelier contact te hebben met andere kunstenaars. Dat werkt stimulerend.’’
Opvallende momenten
In de gang, bij drie werken van Hessel Miedema: „Die had al snel een eigen stijl met zijn pasteltekeningen. Dat vind ik zó bijzonder, dat hij al hélemaal een eigen wereld wist te creëren. Zo dromerig ook.’’
Zo werkt het blijkbaar in deze tentoonstelling: Isabella Werkhoven heeft vrienden uitgenodigd en andere kunstenaars waar ze een klik mee heeft, of ze nu vergelijkbare kunst maken of iets heel anders. „Het zijn allemaal kunstenaars die me hebben geïnspireerd: de een met het werk zelf, de ander door zijn of haar werkwijze of gedrevenheid.’’ Ondertussen stipt ze kenmerken aan als ‘diffuus’, ‘sfeer’ of ‘dromerig’, die ook in haar eigen schilderijen voorkomen.
Isabella Werkhoven, Dry the rain, 2026. Foto: Pictura
Velen zullen Werkhoven kennen van haar tintelende landschappen en uitzichten op het zwembad vanuit haar atelier in De Papiermolen. „Ik schilder altijd wat ik om mij heen zie. Vanuit mijn atelier, inderdaad, of wanneer ik onderweg ben. Vaak gaat het om een opvallend moment: bijvoorbeeld dat een boom bloeit, of hoe het licht ineens valt.’’
Niet klip-en-klaar
In het zaaltje de Witte Doos van Pictura heeft Werkhoven kunstenaars bij elkaar gebracht uit de tijd van de Living Room Gallery in Amsterdam. Ook hier een metersgrote realistische tekening van Geer van der Klugt, die zeer verwant is aan haar eigen werk, en geabstraheerde schilderijen van Lenferink, die dan weer ver af staan van Werkhovens oeuvre. „Toen ik door Living Room werd gevraagd, voelde het als thuiskomen’’, vertelt ze er bij.
In de grote bovenzaal is een ruim overzicht en een weerzien met kunst die Werkhoven al vele jaren niet gezien heeft. Bijvoorbeeld de video-installatie Digitale rivier (2001) van het kunstenaarsduo Bloklugthart, waarin ze oude familieportretten tot leven wekten – ver voordat AI of morph-programma’s bestonden.
Werkhoven vertelt over hoe haar eigen schilderijen ook langzaam maar zeker veranderen. „Ik wil dat je mijn werk binnenstapt als in een soort film: ‘Hé, wat gebeurt hier…?’’ Die sfeer wordt gecreëerd door haar manier van schilderen, die steeds losser wordt. „Tegenwoordig begin ik met een abstracte ondergrond, waar al heel veel dingen in gebeuren, en die ik soms ook laat staan en kan gebruiken. Omdat het zo geschilderd is, is niet meteen klip en klaar wat je ziet, en ontstaat er veel ruimte om zelf te interpreteren.’’
Welgeteld hangen er maar dertien schilderijen van Isabella Werkhoven zelf. Maar samen met de werken van al die andere vrienden en collega’s vertellen ze toch veel over haar kunst.
Tentoonstelling
This is not a solo | Dit is geen solo; mise-en-scène van een memoire met Isabella Werkhoven, Beth Namenwirth, Ruud de Rode e.a. T/m 3 mei in Pictura, St.-Walburgstraat 1, Groningen. Open wo-zo 13-17.