Er staat een container op de parkeerplaats tegenover het oude kerkhof. Dat gebeurt wel vaker, dus in eerste instantie schonk ik er weinig aandacht aan. Containers komen en gaan, net als de seizoenen. Maar deze container bleef. En bleef. En bleef nog een beetje langer.
We zijn nu vijf weken verder.
Voor de container staat een gloednieuw rood-wit hek. Alsof iemand heel zorgvuldig heeft nagedacht: „We zetten hier iets neer waar niemand iets mee mag.” Dat maakt het geheel toch net wat mysterieuzer. Een container zonder activiteit is al bijzonder, maar deze afgezette container is bijna kunst.
In het begin had ik nog allerlei verklaringen paraat. Misschien wordt hij binnenkort gebruikt voor een verbouwing. Misschien wordt er een van de leegstaande panden leeggetrokken. Misschien ligt er een planning die alleen zichtbaar is voor mensen met een helm en een felrode jas. Maar er gebeurt niets. Geen werklui, geen geluid, geen beweging. Zelfs de wind lijkt er met een boog omheen te gaan.
En dan begint het te knagen bij me. Niet omdat ik er last van heb, absoluut niet, maar omdat het vragen oproept. Is er een bedrijf dat zijn container kwijt is? Wordt er wel braaf betaald voor vijf weken stilstand? Is er ergens een administratieve vergissing die langzaam geld kost zonder dat iemand het doorheeft? Of, nog mooier: is dit een experiment? Kijken hoe lang het duurt voordat iemand iets zegt? Misschien denkt u nu: waar maak je je druk om? Maar dat is dus precies het punt: ik maak me er niet druk om.
Nee, het doet me denken aan die ene keer dat ik zelf iets achterliet. Geen container, maar een fiets. Door de liefde gedreven verhuisde ik van Assen naar Erica. Na wat voelde als 317 ritjes met een auto vol dozen, planten en goede moed stond ik voor een laatste beslissing: de fiets. Hij was nog prima. Betrouwbaar zelfs. Maar ik had geen plek meer, geen energie, geen zin in nóg een rit. Dus haalde ik het slot eraf en liet hem achter. „Voor algemeen gebruik”, besloot ik grootmoedig. Alsof ik een maatschappelijk experiment startte.
Later voelde dat toch… ongemakkelijk. Niemand wist ervan. Voor hetzelfde geld heeft iemand wekenlang gedacht dat hij een gestolen fiets gebruikte. Of erger: dat niemand hem wilde hebben en dat ie er nog staat. En ineens kijk ik anders naar die container. Misschien is dit ook zo’n achtergelaten object. Niet vergeten, maar losgelaten. Iemand die dacht: ach, hij staat daar wel goed. Iemand die hoopte dat een ander er betekenis aan zou geven.
Misschien is die container helemaal geen mysterie. Misschien wacht hij gewoon op iemand die hem nodig heeft.
Of op iemand die hem eindelijk durft weg te halen.