Griekspoor, Van de Zandschulp en Van Rijthoven op Wimbledon. Foto's: ANP
Nederland is plotsklaps weer een tennisland. Botic van de Zandschulp, Tallon Griekspoor en Tim van Rijthoven maakten in een jaar tijd reuzensprongen. De noordelijke tennistalenten staan te popelen om zich in dat rijtje te scharen.
In augustus 2020 speelden Van Rijthoven en Griekspoor op het gravel van tennisvereniging REO in Roden de finale van het StaanArbo-tennistoernooi. Van de Zandschulp zou ook deelnemen, maar meldde zich geblesseerd af. Nog geen twee jaar later bood dat drietal op het heilige gras van Wimbledon prima weerstand tegen mondiale toppers als Rafael Nadal, Novak Djokovic en Carlos Alcaraz.
In hun route naar de finale op het Drentse gravel speelden Griekspoor (ATP-53) en Van Rijthoven (ATP-104) tegen noordelijke toppers. Groninger Sidané Pontjodikromo verloor nipt van Van Rijthoven (6-7, 4-6) en Niels Visker uit Lageland maakte het in de halve finale Griekspoor flink lastig: 3-6,6-7.
Als doping
De jongste successen van de Nederlanders op Wimbledon werken als doping voor de noordelijke tennissers. ,,Het is supermotiverend’’, laat Sidané Pontjodikromo vanuit Duitsland weten. Hij klinkt opgewekt, want hij heeft net na een supertiebreak in de laatste kwalificatieronde, waarin hij twee matchpoints wegwerkte, het hoofdfase van het ITF-toernooi van Marburg bereikt.
‘Pontjo’ behoorde als junior tot de grootste talenten van Nederland. In 2018 trof hij op 17-jarige leeftijd de vier jaar oudere Van Rijthoven al in de finale van een ITF-toernooi. Pontjodikromo verloor. ,,Tim serveerde toen ook al heel goed, maar in de rally kon ik prima meekomen. Het is heel bijzonder om hem opeens op Wimbledon te zien knallen.’’
Waar Van Rijthoven langzaam opklom en de laatste weken enorme sprongen maakt, is Pontjodikromo blijven hangen rond plek 850 op de wereldranglijst. ,,Soms denk je: shit, ik had daar nu ook al moeten staan. Anderzijds is het heel motiverend. Voor mij is het een mooie uitdaging om hun successen te kopiëren. Ik moet ontdekken wat zij beter doen dan ik en wat ik kan doen om beter te worden. Ook zij hebben lange tijd laag op de wereldranglijst gestaan, maar zijn altijd doorgegaan. Ze hebben bewezen dat het snel kan gaan.’’
Beetje jaloers
Ook voor Visker werken de Nederlandse successen motiverend. Maar voordat hij mag dromen van een partij op het centre court van Wimbledon, moet hij eerst weer op niveau komen na een vervelende schouderblessure, die hem al sinds oktober aan de kant houdt. ,,Eerst moet ik ritme opdoen, daarna kan ik plannen maken voor de toekomst.’’
,,Ik vind het heel mooi dat de Nederlanders zo goed presteren. Ik ben heel blij voor ze’’, zegt Visker. ,,En ondertussen ben ik ook een beetje jaloers. Wat zij doen, dat wil ik ook. Doordat ze het nu laten zien, besef ik dat het mogelijk is. Zij hebben zich elk jaar verbeterd. Botic en Tallon hebben mentaal enorme stappen gezet. Ze hadden het tennisniveau altijd al. Ze zijn nu positiever op de baan en hebben hun woede onder controle.’’
Van de Zandschulp (26), Griekspoor (26) en Van Rijthoven (25) zijn een paar jaar ouder dan de pas 20-jarige Visker. ,,Ik heb dus nog even de tijd. Alleen de megatalenten, zoals Alcaraz en Sinner breken vroeg door. Sommige tennissers zijn pas op hun dertigste op hun best. Van Rijthoven heeft een lange blessure gehad, zoals ik nu, maar heeft toch de stap gezet. Ook dat geeft vertrouwen.’’
Grote stap
Voor Jasmijn Gimbrère uit Niebert en nummer 632 op de ranglijst bewijzen de successen van haar landgenoten dat het mondiale toptennis dicht bij elkaar zit. ,,Ranking zegt niet altijd alles. Van Rijthoven stond op plaats 205 toen hij de nieuwe nummer één van de wereld, Daniil Medvedev, versloeg in Rosmalen.’’
Toch weet ze dat er voor haar nog een grote stap te zetten is. ,,Ik moet mezelf elke dag verbeteren, hard trainen en mijn doelen in zicht houden. Ik kijk met veel plezier naar de Nederlandse successen, maar ik zit nog in een ander stadium. Al weet ik dat zij ooit ook in dat stadium zaten, dus wat dat betreft geeft het vertrouwen en motivatie om hard te blijven werken.’’
Samen
Jacco Eltingh, voormalig toptennisser en de huidig technisch directeur van de KNLTB, ziet mogelijkheden voor de noordelijke toppers stappen te zetten. ,,Ze moeten hieruit leren dat het woord ‘samen’ heel belangrijk is. Daarmee bedoel ik samen trainen, samen reizen, samen dubbelen, samen kosten delen of samen een coach delen als er niet genoeg financiële middelen zijn. Uiteraard wel met maatwerk en binnen ieders eigen ontwikkelingsplan. De noordelijke tennissers kunnen een stap zetten, maar voor enkelen moet er dan wel iets veranderen. Voor de een is dat thuis verlaten, voor de ander een andere trainer nemen en weer voor een ander is het stoppen met zeuren en de schuld niet altijd bij een ander neerleggen. Dat is geen veroordeling, maar een prikkel om daar goed over na te denken. Spelers moeten zich afvragen of ze eigenaar zijn van hun eigen tennisreis. De coaches en begeleiding moeten zichzelf de vraag stellen of hun spelers centraal staan.’’
Dichterbij de top
Max Houkes uit Sleen, die bezig is aan een goed jaar en vorige week in de kwartfinale van het ITF-toernooi van Den Haag een set afsnoepte van Jelle Sels (ATP-242) kan zich vinden in de woorden van Eltingh. ,,Iedereen heeft zijn eigen weg. Ik werk nu met mijn eigen coach, Colin van Beem. Ik weet dat er coaches zijn die direct met een training stoppen als hun speler zegt dat-ie moe is, zodat zij snel naar huis kunnen. Zo is Colin niet. Hij belt me zelfs om half tien ’s avonds om nog te zeggen dat ik een bepaalde oefening moet doen. Daar ben ik ontzettend blij mee.’’
De prestaties van de Nederlanders op Wimbledon doet Houkes goed. ,,Hoewel ik er niets mee te maken heb, voelt het alsof ik zelf dichterbij de top ben gekomen.’’