Sidané Pontjodikromo in februari jl. in actie tijdens de kwalificaties van het ABN AMRO World Tennis Tournament 2023 in Ahoy, waarvoor hij een wild card had gekregen. Foto: Henk Seppen
Tennisser Sidané Pontjodikromo (22) trok de stoute schoenen aan en stond ineens op de stoep bij een van de bekendste investeerders van ons land: BinckBank-oprichter en Brand New Day-CEO Kalo Bagijn. Die tuigde een investeringsfonds op waarmee iedereen een aandeel kan krijgen in de tenniscarrière van de stad-Groninger. Wint Pontjodikromo ooit Wimbledon, dan ben je spekkoper.
Ein-de-lijk. Na zes jaar ploeteren op de proftour pakte Sidané Pontjodikromo (22) afgelopen zaterdag zijn eerste echte proftitel in het enkelspel. In Antalya won hij de finale van zijn landgenoot Deney Wassermann, nadat die al in de eerste set opgaf vanwege een liesblessure. Nooit fijn om zo te winnen, maar voor deze ene keer maakte de manier waarop hij won Pontjodikromo even echt niet uit.
Toeval bestaat niet, zou je kunnen zeggen. Want zijn eerste proftoernooizege kwam precies een week nadat het zakenblad Quote ruchtbaarheid gaf aan het bijzondere investeringsfonds rondom Pontjodikromo, dat werd opgezet door Kalo Bagijn, een van de oprichters van Binck Bank en huidig CEO van pensioenbank Brand New Day.
Sidané Pontjodikromo (links) kort na de zege in de finale van Anatalya op landgenoot Deney Wassermann (rechts). EIGEN FOTO
Maar eerst de aanleiding. Het is dé zorg van veel proftennissers die nog niet bij de beste 250 van de wereld horen: geld. Want het prijzengeld vergoedt op dat niveau lang niet de kosten van vliegtickets en hotels, laat staan die van een meereizende trainer-coach.
En dus is het voor veel proftennissers in spe een hele toer het financieel rond te krijgen. Sommigen, zoals Max Houkes uit Sleen, hebben een trouwe en robuuste sponsorgroep achter zich, die de eerste jaren op de proftour mogelijk maken. Anderen hebben weer vermogende ouders. En dat zijn nogal wat tennissers. Niet zo gek als je bedenkt dat de forse trainingskosten die vaak nodig zijn om ver te komen, ook al gefinancierd moeten zijn voordat een prof in spe ook maar één bal in het profcircuit heeft geslagen. Met andere woorden: geld kan getalenteerde tennissers beter maken.
Maar sommige tennissers hebben wél enorm veel talent, maar geen vermogende ouders. Sidané Pontjodikromo, opgegroeid in de stad-Groninger wijk Selwerd, is een van hen. Zijn vader bezorgt al jaren de Groninger Gezinsbode, zijn moeder is verpleegkundige. Echt een vetpot, nee, dat was het in huize Pontjodikromo vroeger nooit.
Zus Joany was verder gekomen als er geld was
Zus Joany weet er alles van. Zij was net als haar kleine broertje een zeer getalenteerd tennisster en reikte tot plek 13 op de nationale ranglijst. Ze probeerde het ook als prof, maar gaf al snel de brui aan een profloopbaan. ,,Mede vanwege de kosten’’, zegt de nu 32-jarige zus van Sidané. ,,Als ik, net als Sidané nu, me compleet had kunnen focussen op het tennis, dan was ik zeker verder gekomen.’’
Sidané bleek al vroeg een groot talent, zelfs al snel een van de allergrootste van het land. In elke leeftijdscategorie behoorde hij al snel tot de absolute nationale top, viermaal werd hij Nederlands kampioen. Daardoor kwam hij in aanmerking voor allerlei extra trainingen die door tennisbond KNLTB in de regio en later ook landelijk worden georganiseerd. Op zijn elfde werd Pontjodikromo door Tjerk Bogtstra, oud-Zuidlaarder en oud-bondscoach, opgenomen in zijn tennisschool in Doorn, vlak onder Utrecht. Sidané kwam eerst terecht in een pleeggezin, later verhuisde zijn dan gescheiden moeder naar Leersum om hem bij te staan.
Op zijn zestiende speelde Pontjodikromo al veel internationale jeugdwedstrijden en ook internationaal bleek hij al snel potentie te hebben: op de Under-18 wereldranglijst van 2018 hoorde hij bij de beste zes spelers van de wereld.
Sidané Pontjodikromo traint in Doorn onder het toeziend oog van Tjerk Bogtstra. Foto: JKB/Menno Ringnalda
Hij maakte in het seniorenprofcircuit een goede start, maar daarna volgen drie moeilijke jaren. Hij bleef hangen rond plek 900 op de ATP-wereldranglijst, en zakte zelfs even tot boven de 1000. De verkeerde kant op dus, want een plek rond de 250 geeft pas financiële zelfstandigheid. Ongeveer rond die positie hoeft er geen geld bij, kan een proftennisser leven van prijzengeld en neveninkomsten als sponsorgelden.
Maar om rond die plek te komen is dus geld nodig om de internationale toernooien te kunnen spelen die punten voor die ATP-ranglijst opleveren: ITF-toernooien, zoals dat van Haren. Voor het bekostigen van hotel-, reis- en verblijfskosten heeft een (aankomend) proftennisser zo’n 40.000 euro per jaar nodig. Met een meereizend trainer-coach loopt dat bedrag al snel op tot het dubbele of meer.
Pontjodikromo heeft in Doorn en Leersum wel sponsors die hem al jaren steunen. Maar toch bleven er zorgen. ,,Dan dacht ik: ik móet echt de volgende pot winnen, want anders kan ik mijn vliegticket niet eens betalen’’, vertelt Sidané. ,,Of: dan kan ik volgende week niet naar dat andere toernooi. Dat is best lastig. Je wilt als tennisser bezig zijn met tennis, en liever niet met dit soort zaken.’’
Via via werd hij voorgesteld aan Kalo Bagijn, die in een dorp in de buurt bij Pontjodikromo woont. ,,De moeder van een vriend van me met wie ik op hier school zat, tennist met Kalo’s vrouw’’, vertelt Pontjodikromo. ,,Dus ik heb haar geappt en toen zei Kalo: kom maar eens langs.’’
Bagijn, oprichter van BinckBank en nu CEO van pensioenbank Brand New Day, was direct enthousiast over de Groninger. ,,De strijdlust, de toewijding en de gedrevenheid van Sidané zijn echt bijzonder. Hij blijft volharden, hij wil absoluut slagen als proftennisser. Daarom heb ik ook ‘ja’ gezegd. Ik ben met een paar financiële en juridische specialisten bij mijn bedrijf om tafel gegaan om te kijken wat we konden doen. Dat was niet eenvoudig, maar het is gelukt.’’
Kalo Bagijn, co-oprichter en co-directeur van Brand New Day. Foto: ANP
Certificaten vanaf 2000 euro
Vanaf 2000 euro kan iedereen een certificaat kopen in de tennisloopbaan van Pontjodikromo. In totaal is er voor de komende drie jaar 330.000 euro nodig om hem te laten tennissen. Dat is inclusief een meereizende coach, Martijn van Haasteren, die Sidané deelt met drie andere aankomende proftennissers.
Investeerders krijgen in ruil voor hun investering een aandeel in het toekomstige prijzen- en sponsorgeld van Pontjodikromo. Haalt hij de mondiale top 100, dan zal het rendement zo rond de 80 procent bedragen. Niet gek voor een investering. Slaat hij zich naar de top 10 van de wereld, dan krijg je zelfs bijna zesmaal je inleg terug, zo becijferde Quote.
Pontjodikromo krijgt het geld niet zomaar
Maar Pontjodikromo krijgt het geld niet zomaar: voor elk van de drie tranches van rond de 100.000 euro moet hij een flinke stap maken. Om voor de volgende tranche in aanmerking te komen moet hij eind dit jaar bij de beste 500 tennissers van de wereld horen, het jaar daarop moet hij binnen plek 350 staan, en zo verder. Hoe hard die eis is? Bagijn: ,,Kijk, als hij eind december nou 501 staat of iets erboven, dan denk ik niet dat de investeerders heel moeilijk gaan doen, maar een grens is er niet voor niets. Dat is wel een heel duidelijk indicatie van de progressie die de investeerders willen zien.’’
Sidané Pontjodikromo in februari jl. in actie tijdens de kwalificaties van het ABN AMRO World Tennis Tournament 2023 in Ahoy, waarvoor hij een wild card had gekregen. Foto: Henk Seppen
De toernooizege in Antalya bracht ‘Pontjo’ rond plek 560, dus hij ligt mooi op koers. ,,Dat is echt fijn, het geeft rust’’, zegt hij vanaf Mallorca, waar hij na dertien weken non-stop toernooitennis met zus Joany en haar vriend is neergestreken om zich een weekje op te laden voor de volgende cyclus toernooien. ,,Als ik zo doorga haal ik die tranche wel en dan kan ik ten minste een heel jaar alleen met tennis bezig. Ik merk echt dat het heel veel doet. Je loopt maar bezig te zijn met dat geld, terwijl je wilt tennissen. Dat is nu anders.’’
Sidané’s zus Joany is ook bij het investeringsfonds betrokken. Zij steunde haar tien jaar jongere broer altijd, studeerde farmacie en werkt al jaren als managing director bij Lead Healthcare, een HR-bedrijf in de zorg. Bovendien is haar vriend Arash Bagheri, oud-voetballer van Velocitas 1, accountant. ,,Dat is wel fijn’’, zegt Joany. ,,Want dit is echt juridisch ook een lastig project. Wat doe je als Sidané ineens wil stoppen, bijvoorbeeld?’’
Sidané Pontjodikromo en zus Joany op een welverdiende vakantie in Mallorca. EIGEN FOTO
‘Als je van tennis houdt: leuk fonds’
Die vraag kan Bagijn makkelijk beantwoorden: ,,Dan is het klaar en ben je je geld kwijt. Zo simpel is dat. Investeerders kunnen iemand natuurlijk nooit dwingen door te gaan. Dit is daarom ook echt niet een investering waarvan ik normaal gesproken als belegger zou zeggen: doen. Je moet echt van tennis houden en je moet vertrouwen hebben in de wilskracht, het talent en doorzettingsvermogen van Sidané. Als je dat hebt, is dit gewoon een heel leuk fonds.’’
De eerste tranche van 100.000 euro is zo goed als vol. Joany verwacht dat de rest van de dik drie ton volgt. ,,Sidané is heel likeable, hij is echt een heel gedreven speler. Iedereen vindt hem leuk, hij heeft een hoge gunfactor. Het is ook een maatschappelijk doel: een kans gunnen aan een topsporter die minder geld tot zijn beschikking heeft. En dit geldt ook als een pilot: misschien kunnen andere individuele sporters ook profijt hebben van de manier waarop dit investeringsfonds is opgezet.’’
Bagijn hoopt dat ook, maar laat het graag aan anderen over. ,,Het is top dat dit fonds er nu is, maar vraag me niet wat het aan tijd heeft gekost. Veel dus. Als iemand dus zin heeft om dit uit te bouwen door bijvoorbeeld een goed platform te bouwen, be my guest.’’