De eerste melding, om vijf uur ’s ochtends, was de vondst van twee dodelijke lichamen in Meerstad. Wat daarna bekend werd, is bijna te schokkend om op te schrijven.
Bij een melding van de vondst van twee lichamen schieten wij niet onmiddellijk in de actiestand. Het zou een natuurlijke dood kunnen zijn, een zelfverkozen dood. Of iets anders, mogelijk is er iets ernstig misgegaan.
Al snel bleek dat laatste het geval. Twee verslaggevers zijn de hele donderdag bezig geweest om duidelijk te krijgen wat zich heeft afgespeeld in de waterwoonwijk van Groningen. Daar is een minderjarige aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de dood van haar ouders.
Noemen we de voor- of achternamen?
De twee gingen ter plaatse, spraken heel veel mensen, belden zich suf, legden contact met politie en school en probeerden zo een beeld te krijgen van het misdrijf.
De eerste discussie op de redactie ging over het noemen van de namen van de slachtoffers. Bij misdrijven in ons eigen gebied willen we daarmee zorgvuldig omgaan. Een belangrijke afspraak is dat nabestaanden niet via onze berichtgeving moeten horen dat een familielid is overleden.
Dat ging in de eerste onlineversie mis, we noemden wel de achternamen. Dat hebben we zo snel als kon gecorrigeerd. De voornamen bleven staan, omdat we verwarring en speculaties willen voorkomen. Het is misschien niet het enige echtpaar met een minderjarige dochter in de wijk. Zonder de voornamen zou er in de wijde omgeving onrust kunnen ontstaan.
Wat melden we wel en niet?
Daarmee waren de discussies niet ten einde. De vervolgvraag luidde: wat melden we op basis van alle informatie die we hebben verkregen? Daarbij in ogenschouw nemend dat het gaat om een minderjarige verdachte.
De verslaggevers moeten natuurlijk afwegen hoe betrouwbaar de informatie is die ze hebben verzameld. Zeker als wij anonieme bronnen opvoeren, zoals ‘een buurvrouw’, dan moeten wij overtuigd zijn van het waarheidsgehalte van de feiten die we melden. Dan zijn er meerdere bronnen, die het bevestigen. Daarvan was donderdagavond sprake.
Het betekent tegelijkertijd dat er veel verzamelde informatie niet in de verhalen is terechtgekomen. Daarvoor is aanvullend onderzoek nodig, waarbij we steeds de afweging moeten maken wat de relevantie is van wat we willen melden, rekening houdend met het feit dat de verdachte een kwetsbare minderjarige is. Om die combinatie draait het.