Hittestressdeskundige Allard Roest vindt een koele plek aan de Golfslag in Lewenborg. Foto: Corné Sparidaens
„We kunnen heel veel leren van Zuid-Europa”, ziet klimaatonderzoeker Allard Roest (34) van de Hanze. Hij laat zien wat het verschil is tussen een hete plek in Groningen en eentje die al beter is aangepast op ons warmer wordende klimaat.
In de wijk Ruischerwaard aan de oostkant van Groningen is het broeierig. Drie meisjes lopen met ijsjes over straat. Een deur van de rijtjeswoning vliegt open als de postbode voorbij komt. „Wilt u een glaasje water?”, vraagt de bewoonster. „Nee bedankt, ik heb flesjes bij me.”
Hier woont ook Allard Roest. Hij doet onderzoek naar klimaatadaptatie. Oftewel: hoe passen we de omgeving aan aan een warmer en natter wordend klimaat? Middenin zijn woonkamer staat een apparaat op een statief die de gevoelstemperatuur binnen meet. „Ik heb sindskort schelpen op mijn dak laten leggen, dus ik ben benieuwd of het nu koeler blijft”, vertelt Roest.
Ruischerwaard versus Lewenborg
Op zijn laptop laat hij met de Klimaateffectatlas zien welke wijken er gevoelsmatig erg warm zijn in Groningen. Zijn eigen wijk Ruischerwaard kleurt rood, donkerder dan de omliggende wijken. De huizen staan dicht op elkaar met kleine versteende tuintjes. De boompjes van de wijk uit 1997 zijn nog niet indrukwekkend en bieden weinig koelte.
De wijk Ruischerwaard in Groningen-oost heeft weinig koeltevlekjes op de kaart. Beeld: Klimaateffectatlas
Hitte in de wijk ten opzichte van het buitengebied. Beeld: Klimaateffectatlas
Aan de andere kant van de N360 richting Delfzijl ligt Lewenborg, een bloemkoolwijk uit de jaren 70. De modelkaart kleurt een stuk minder rood. De tuinen zijn ruimer waardoor er naast een terras, ook plek is voor iets groens. De wijk biedt meer ruimte voor wind, bomen, water en groen – kenmerkend voor bloemkoolwijken.
Tijd om dat eens te ervaren. Roest pakt zijn meetapparaat. Als we de deur achter ons dichttrekken, biecht Roest op: „Ik ben vrij gevoelig voor hitte.” Hij neemt er zelfs medicatie voor. Dus dat hij deze tocht onderneemt met ruim 30 graden, is een complimentje waard.
Ruischerwaard - de wijk van hitteonderzoeker Allard Roest - heeft veel bebouwing en weinig bomen. De bomen die er staan, zijn nog klein in de kruin en bieden nauwelijks koelte. Foto: Corné Sparidaens
Hitte van het asfalt
Een paar huizen verderop staat Roest even stil. De achtertuin van deze woning sprong in de Klimaateffectatlas uit als een koele plek in deze hete wijk, helaas is de hoge boom die dit veroorzaakte onlangs gekapt. „Echt zonde.”
Op de parkeerplaats van de Albert Heijn bij Lewenborg zet hij zijn meetapparatuur neer. Het donkere asfalt houdt veel warmte vast. Pas vanavond laat dit wegdek de warmte weer los. Hier merk je veel stralingswarmte: van boven én beneden. Prettig is anders. „Mijn voeten zijn hier heter dan de rest van mijn lichaam”, constateert Roest. ,
Klimaatadaptatiedeskundige Allard Roest onder de ongenadige zon. Foto: Corné Sparidaens
„De wind redt ons hier nog een beetje. Dat is onze vriend”, constateert Roest. Klinkers met openingen voor gras, zouden het hier kunnen doen afkoelen.
Een aantal knoppen om aan te draaien
Dan loopt Roest de wijk in. Statief op de schouder. In Lewenborg houdt hij halt bij een grasveldje met een groot bladerdek erboven van vier oude bomen. De cijfertjes op het meetapparaat schieten omlaag. Het is een prima plek om naartoe te vluchten als het in huis niet meer uit te houden is. „Gemeenten zouden bij nieuwbouwwijken ook moeten kijken of ze op een aantal plekken oudere bomen met meer bladmassa kunnen neerzetten, zodat er direct toegang is tot koelte”, merkt Roest op.
„Gemeenten hebben een aantal knoppen om aan te draaien: ruimte voor wind, bomen tegen zon en hoeveelheid tegels.”
Roest vindt een koele plek aan de Golfslag in Lewenborg onder de bomen. Foto: Corné Sparidaens
Waar overheden tegenwoordig ook weer vaker naar kijken bij het ontwerp van een wijk – bijvoorbeeld in de nieuwe wijk Suikerzijde – is hoe de dominant waaiende wind zoveel mogelijk door de straten kan waaien. „Daar zijn ze in Zuid-Europa ook heel goed in. Wij kunnen daar nog veel van leren”, zegt Roest. Zo gebruiken ze daar ook vaak wit bitumen voor wit asfalt of witte dakbedekking om de hitte buiten de deur te houden.
Als de klimaatonderzoeker ondertussen langs een oprit met grote zwarte tegels komt, ontsnapt hem de uitspraak. „Dit zijn mijn aartsrivalen.”
Een koele plek op papier
Roest laat een plek zien die volgens de modellen weliswaar koel hoort te zijn, maar dit in de praktijk niet is. Naast dit kunstgrasveld – wat veel meer opwarmt dan gewoon gras – is het windstil en dus niet uit te houden. Met zweet op zijn hoofd laat Roest zien dat zijn meetapparaatje aangeeft: zware arbeid mag niet en een werkgever zou hier zijn werknemers iedere 15 tot 20 minuten van water moeten voorzien.
Dit zou de meest koele plek van Ruischerwaard moeten zijn. Foto: Corné Sparidaens
Gemeenten hebben het beleid dat bewoners maximaal 200 of 300 meter van koelte moeten wonen. „Ze kijken vaak niet goed naar de kwaliteit van die koele plek”, zegt Roest. Dat geldt zowel voor dit kunstgrasveld als het grote grasveld aan de rand van Ruischerwaard, waar de hitte-index oploopt tot 42 graden . „Dit is ‘hoge hittestress’. Dit is dus alleen op papier een koele plek. De gemeente kan beter inzetten op verkoeling bij de bewoners in de straat zelf: schaduwrijke bomen plaatsen bij speelplekken of bestaande groenstroken.”
Voor bewoners die het op dagen als deze wat behaaglijker willen hebben, is er één goed langetermijnsadvies: tegeltje eruit, boompje erin.
Assen en Stadskanaal
In elke stad bestaan grote hitteverschillen. Op de klimaatatlas illustreert Roest dat in twee plekken.
Assen. De oude zone vanaf landgoed Overcingel naar de Brink is ruim en kent grote bomen. Loop je dan richting het bedrijventerrein Havenkwartier dan kleurt de kaart knalrood van de hittestress. De gebouwen zijn functioneel neergezet. Hier wil de gemeente 650 tot 1000 woningen bouwen. Roest: „Met de plannen van het nieuwe Havenkwartier zal de gemeente Assen goed moeten nadenken.”
Hittekaart Assen Beeld: Klimaateffectatlas
Stadskanaal. In de relatief nieuwe wijk Waterland in Stadskanaal zou je zeggen: er is water, dus het is er lekker koel. Maar op de modelkaarten kleurt de wijk rood. Dat komt vooral omdat de bomen nog piepjong zijn: ze geven ministipjes op de kaart. Ook de wijk Maarsstee slaat rood uit: veel woningen dichtbij elkaar en een heleboel tegeltuintjes. Koelere plekken zijn het sportpark, de Atlantislaan en de weg richting Onstwedde. Het geheim? Grote bomen.