Columnist Maaike Borst Foto: Marcel Jurian de Jong
We hadden genoeg van de man. We waren heus wel even vriendelijk geweest, we hadden heus wel even geglimlacht om zijn grapjes, en zelfs een geïnteresseerde wedervraag gesteld en geluisterd. Maar nu was het klaar.
Nee, we wilden geen drankje van hem. Nee, ook niet als hij die toch gewoon bestelde en daarmee de vertwijfelde jonge barkeeper voor het blok zette. Nee, ook niet één laatste.
Het was al laat, de volgende dag had ik kantinedienst op de voetbalclub van mijn zoontje, dus ik had geen zin meer in bier. Maar ik had vooral geen zin meer in die man.
Hij leunde met zijn beide armen gestrekt op de bar, maakte zich groot en keek neer op ons: twee vriendinnen die elkaar zolang niet hadden gezien dat ze behalve de avond ook de halve nacht nog moesten bijpraten.
Het was zo’n tijdstip waarop non-verbale communicatie weleens faalt. De man ving in ieder geval geen signalen meer op. Het was tijd voor duidelijkheid.
‘Dat je dat gewoon zegt!’
„Nu moet je echt stoppen”, zei ik dus streng, en hij droop af.
„Dat je dat gewoon zegt!”, zei mijn vriendin. „Ik blijf altijd maar een beetje dom glimlachen.”
Verbaasd keek ik haar aan. We kennen elkaar al sinds onze studententijd. Ze is net zo oud als ik, en zeker niet bang of timide aangelegd. Een vrouw die ‘haar mannetje’ staat, zouden ze vroeger gezegd hebben, maar dat slaat tegenwoordig gelukkig nergens meer op.
Ik had het nog niet aangedurfd
Eerder die avond hadden we het nog over de ‘manosphere’ gehad. Mijn vriendin had hem gekeken, die veelbesproken documentaire van Louis Theroux over een wereld van vrouwenhaat, spierkrachtverheerlijking en geldobsessie.
Ik had het nog niet aangedurfd, terwijl ík juist de vrouw ben met een bijna volwassen zoon die ik in de gaten moet houden. Zij niet.
„Eigenlijk zou je het samen met hem moeten kijken”, zei ze. Ik was het met haar eens, maar als ik heel eerlijk ben betwijfel ik of het daar van zal komen.
Soms zijn er tijden waarin het makkelijker is om vreemde mannen naar je te laten luisteren dan je eigen kind.
Hij vierde de verblijfsvergunning die hij eindelijk had gekregen
Nadat de man was afgehaakt, raakten we aan de praat met een jonge Rus die naar Groningen was gekomen als lhbti-vluchteling. Ontsnapt aan onderdrukkende gendernormen. Hij vierde de verblijfsvergunning die hij eindelijk had gekregen en dus namen we, nu wel, toch nog maar een biertje.
De volgende ochtend schonk ik met trillende handen koffie in de voetbalkantine en moest ik bekennen hoe belachelijk laat ik het had gemaakt. „’s Nachts een vent, ’s ochtends een vent”, lachten de andere ouders met enig leedvermaak aan de bar.
„Geldt dat eigenlijk ook voor vrouwen?”, vroeg iemand daarna. Dat was een man, uiteraard.