Iedere goedbedoelde uitvinding wordt binnen de kortste keren als vernietigingswapen aangewend | Column Jean Pierre Rawie
Jean Pierre Rawiecolumns

Je kunt het zo gek niet bedenken, maar iedere in oorsprong goedbedoelde uitvinding wordt binnen de kortste keren als vernietigingswapen aangewend. In de oudheid had je de zeiswagen, met aan de wielen vastgemaakte vlijmscherpe messen, die de benen van de tegenstander moesten wegmaaien. Het in het Bijbelboek Jesaja aanbevolen omsmelten van zwaarden tot ploegscharen komt zo in een ander licht te staan.
Af en toe waren de uitvinders bepaald naïef; dat Alfred Nobel niet had voorzien dat het door hem bedachte dynamiet voor andere dan vreedzame doeleinden gebruikt zou worden, is nogal onnozel, maar het blijft schokkend hoe gauw men van gloednieuwe verworvenheden tot heil der mensheid oorlogstuig maakt.
In 1903 voerden de gebroeders Wright de eerste bemande vlucht uit, en zo’n tien jaar later, gedurende de Eerste Wereldoorlog, had je al luchtgevechten en bombardementen, nog niet op de schaal waaraan men later in de eeuw gewend is geraakt, maar de onmiddellijke militaire toepassing geeft te denken.
Opmerkelijk is dat elk nieuw wapen in het begin hevige ethische verontwaardiging heeft opgeroepen. Toen in de late middeleeuwen de kruisboog zijn intrede deed, waarmee stalen kurassen doorboord konden worden, kwamen moralisten, de paus voorop, woorden tekort om deze monsterlijke noviteit te veroordelen. Eenzelfde lot viel het buskruit ten deel, wat niet verhinderde dat het weldra door alle strijdenden werd benut.
Men is er boos over als tijdens een vuistgevecht één der combattanten opeens een boksbeugel tevoorschijn haalt, doch die woede leidt er slechts toe dat de volgende keer zijn tegenstander er ook eentje heeft. À la guerre comme à la guerre.
Elk nieuw wapen heeft hevige ethische verontwaardiging opgeroepenDat er door de geschiedenis heen oorlogen gevoerd worden, terwijl die – ook voor de agressor – louter verlies opleveren, is een raadsel waar niemand een antwoord op heeft. Aandoenlijk zijn de aanhoudende pogingen die oorlogen aan bepaalde spelregels te binden; telkens komt men met conventies die over en weer zouden moeten worden nageleefd (geen burgerdoelen aanvallen, krijgsgevangenen fatsoenlijk behandelen etcetera). Zo gauw het geweld losbarst, blijken die afspraken minder waard dan het papier waarop ze zijn genoteerd, en maken de vechtende partijen zich schuldig aan allerlei oorlogsmisdaden. De één meer dan de ander, dat is waar, al weet iedereen dat de frische fröhliche Krieg niet bestaat.
Het is verontrustend hoe rap men gewend raakt aan volstrekt onaanvaardbare gevechtshandelingen. Het laffe bombarderen van steden bijvoorbeeld vanaf de jaren 30, waarbij aanvankelijke ontzetting bliksemsnel plaatsmaakte voor met gelijke munt terugbetalen (‘Zij zijn begonnen!’). Na Rotterdam en Coventry volgden als vanzelfsprekend Hamburg, Berlijn en Dresden.
In de jaren 70 was er veel te doen over de zogeheten neutronenbom (door de toenmalige NAVO-baas Luns consequent neutronengranaat genoemd), die naar beweerd werd gebouwen zou sparen, en alleen mensen zou doden. Juist om die reden was er massaal verzet tegen. De bedenker van die neutronenbom begreep dat niet: ‘It’s a weapon to kill the enemy soldier. That’s what war is all about.’ Tsja.
De nieuwste ontwikkeling is de drone-oorlog, die volgens deskundigen de toekomst heeft (zolang men geen atoomwapens inzet). Helaas wordt daarmee geen strijd tussen drones onderling bedoeld, maar worden er talloze onschuldigen door veilig vanuit de verte afgevuurde vliegende bommen verscheurd. Zo schrijdt de beschaving voort.









