De verhalen liggen op straat. Dat leerde ik al in 2006, tijdens een van mijn eerste lessen journalistiek aan de hogeschool in Zwolle. Dat zal best, dacht ik toen – als ik het me goed herinner, nam ik de uitdrukking vrij letterlijk en schreef ik een keer een reportage over straatklinkers in de binnenstad van Leeuwarden.
In de loop der jaren ben ik het gezegde steeds beter gaan begrijpen. En al helemaal sinds ik correspondent ben in Senegal, en eerder in Kenia. Inspiratie voor verhalen doe ik op door lokale kranten te lezen en internationale nieuwsmedia te volgen. Maar ook vanaf de achterbank van een taxi, tijdens een praatje bij de fruitkraam of wandelend in mijn eigen buurt.
Eerder dit jaar was ik in Niger, een groot land in het hart van West-Afrika waar vorig jaar zomer een militaire staatsgreep plaatsvond. Ik maakte daar twee verdiepende, maar voor de hand liggende verhalen: over de veranderende relatie met Frankrijk, en over de karavaanstad Agadez, die al eeuwenlang bekendstaat als knooppunt voor migranten op doorreis.
Een zee van zandkleurige huizen
Dat laatste verhaal stond al jaren op mijn wenslijst: het voelde bijna surrealistisch toen ik vanuit een klein VN-vliegtuig de historische stad in de Sahara zag opdoemen. Een zee van zandkleurige huizen, met als stralend middelpunt een prachtige moskee, die bestaat uit een minaret van 27 meter omgeven door verschillende kleine bidruimtes.
Vanuit de nok van de minaret hadden we het mooiste uitzicht over de stad: ideaal om beeld te schieten voor mijn reportage over migratie. Wat ik toen nog niet wist, was dat ik enkele dagen later wéér bij de moskee zou staan. Maar dan voor een heel ander verhaal, waarvan ik toen nog niet wist dat ik het zou maken.
Reizen lopen altijd anders dan vooraf bedacht, en toch blijft het soms frustrerend als plannen op het laatste moment overhoop worden gegooid. Onze terugvlucht naar de hoofdstad Niamey werd plotseling geannuleerd. Het volgende vliegtuig vertrok 48 uur later, reizen over de weg was een optie maar niet zonder risico’s: in het onherbergzame gebied zijn verschillende terreurgroepen en bandieten actief.
Wat te doen met deze twee extra dagen in Agadez die ons ‘cadeau’ waren gegeven? De fotograaf kwam direct met een idee, iets wat in hem was opgekomen toen hij door zijn lens de straten van Agadez had bewonderd. Hoe zit het eigenlijk met al die huizen van modder?
Een mengsel van water, klei en stro
Een rondje Google, een belletje naar mijn opdrachtgevers in Hilversum en Amsterdam en het was geregeld: we gingen een verhaal maken over ‘banco’, zoals de lokale bouwstijl in dit deel van Niger wordt genoemd.
Het is niet meer dan een mengsel van water, klei en stro dat gedroogd wordt in de zon. Stapel de bakstenen op elkaar, smeer er een natte laag banco tussen en overheen en je hebt een constructie die heel lang mee kan. Mits je het natuurlijk netjes onderhoudt.
De bouwopzichter van de moskee, een imposante man in een smetteloos wit gewaad, legde me uit hoe hij de dikke moddermuren regelmatig inspecteert op scheurtjes en barsten. De minaret staat al sinds halverwege de 19de eeuw fier overeind. Andere onderdelen van de moskee gaan zelfs al meer dan 500 jaar terug. Ik viel van de ene verwondering in de andere.
Een aannemer, die vlak buiten de stad een huis van banco bouwde in een nieuw aangelegde woonwijk, wees me op de voordelen van dit soort woningen van modder: ,,Wanneer het buiten warm is, blijft het binnen koel. En als het buiten fris is, blijft het binnen aangenaam.”
Met het oog op klimaatverandering, is er hernieuwde interesse voor dit soort duurzame bouwstijlen. In West-Afrika, waar temperatuurstijgingen gemiddeld sneller gaan dan in de rest van de wereld. Maar ook ver daarbuiten. Dat bleek ook toen mijn verhaal vorige maand op televisie en in de krant verscheen. Van alle reportages die ik in Niger maakte, kreeg ik uitgerekend op dit verhaal de meeste reacties. Over vergelijkbare initiatieven in andere landen in Afrika, en zélfs in Nederland.
Ik zag het als een goede reminder om oog te blijven houden voor de kleine verhalen om me heen. Ja, de geopolitieke verschuivingen in mijn regio zijn interessant en verdienen onze aandacht. Maar ik verras de kijker, de lezer én mezelf door open te blijven staan voor de ogenschijnlijke alledaagsheden om mij heen. De verhalen die op straat liggen.
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/ Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Saskia Houttuin (La Tronche, 1988) is geboren in Frankrijk en opgegroeid in Leeuwarden. Na haar studie journalistiek werkte ze bij de Afrika-redactie van de Wereldomroep en de VPRO. Ze werkt nu als freelance correspondent in Senegal voor de NOS, de Volkskrant en het radioprogramma Bureau Buitenland. Ze woont met vriend en twee kinderen in hoofdstad Dakar.