Visum? Check. Vliegtickets? Geregeld. Een persaccreditatie, toestemming van het ministerie van Communicatie om in het land te mogen werken? Voor elkaar. Het duurde even, maar na een paar maanden van brieven schrijven, bellen, nabellen en wachten, was het eindelijk gelukt om een reis te maken naar Niger. Mijn eerste buitenlandse reportagereis in lange tijd.
Dat ik voor Niger koos, lag voor de hand. Inmiddels was het alweer een halfjaar geleden dat in dit West-Afrikaanse land een staatsgreep had plaatsgevonden. Opstandige militairen hadden daar, zonder al te veel weerstand, de president afgezet. In de weken die daarop volgden werd duidelijk dat het militaire regime een totaal andere visie voor het land voor ogen had.
In het zuiden van Niger zijn meerdere terreurgroepen actief; vooral in het zuidwesten, in de buurt van Niamey, is het de laatste jaren erg gevaarlijk geworden. Terroristen die gelieerd zijn aan Al-Qaeda en Islamitische Staat plegen er aanslagen op burgers en militairen. Veel mensen zijn ervoor op de vlucht geslagen.
President Macron wilde met de junta geen zaken doen
Om deze terroristen aan te pakken, werkte Niger vooral samen met Frankrijk – het land dat in het verleden Niger zo’n 70 jaar lang had gekoloniseerd. Maar net zoals buurlanden Burkina Faso en Mali ook eerder deden, waren de militaire coupplegers ontevreden over de bijdrage van de Fransen. Zij waren er niet in geslaagd om het land veiliger te maken.
Niet lang na de staatsgreep wezen zij de Franse missie de deur. Ook de Franse ambassadeur moest vertrekken, maar dat ging niet zonder slag of stoot. De ambassadeur weigerde het land te verlaten, president Emmanuel Macron hield voet bij stuk: met de junta wilde hij geen zaken doen.
Macron heeft ervoor moeten boeten: met de staart tussen de benen zijn ze vertrokken. De banden zijn onherstelbaar verbroken, de militaire coupplegers zitten nog altijd comfortabel op hun plek. Inmiddels hebben andere landen zich erbij neergelegd: de staatsgreep is voltrokken, de militairen hebben het nu voor het zeggen.
Genoeg te vertellen dus, zo redeneerde ik. Mijn plan was om verhalen te maken over het ‘nieuwe’ Niger, en de besluiten die zij hebben genomen onder de loep te nemen. Zo wilde ik langs bij een middelbare school waar toekomstige officieren worden opgeleid: hoe kijkt deze nieuwe generatie militairen naar hun land?
En natuurlijk wilde ik ook naar Agadez, de woestijnstad die lange tijd bekendstond als hét migratieknooppunt voor West-Afrikanen die richting Europa reisden. Met steun van de Europese Unie maakte de Nigerese regering daar in 2015 een einde aan, door een wet aan te nemen die het smokkelen van migranten verbood. Dit tot grote woede van de inwoners van Agadez, die hun belangrijkste bron van inkomsten in rook zagen opgaan. Het was dan ook geen verrassing toen de militaire coupplegers ook dáár een streep doorheen haalden.
Lang verhaal kort: al deze verhalen heb ik kunnen maken. Maar het gemak waarmee we bij aanvang van onze trip de juiste papieren hadden geregeld, werd bij aankomst op de luchthaven van Niamey ruw verstoord. Bij het verlaten van het vliegveld controleerde een jonge politieagent onze paspoorten. Iedereen mocht doorlopen, ook de fotograaf en ik – iedereen, behalve mijn cameravrouw.
We keken elkaar aan, maar wisten het eigenlijk al: ze is Française. Zou dat de reden zijn om haar apart te nemen? Het leek ons het beste om zo meegaand mogelijk te zijn, dus we overhandigden ons papierwerk, legden uit wat we in Niger kwamen doen. Inmiddels waren alle andere passagiers al voorzien van een stempel, licht wanhopig zagen we hoe een volgend vliegtuig landde en de rijen voor de douane zich opnieuw vulden.
Dit was dus wraak
Na wat een eeuwigheid leek te duren werden we naar een kleine terminal geloods. Daar kregen we het eindoordeel te horen: de fotograaf en ik mochten blijven, de cameravrouw werd op het eerste het beste vliegtuig terug naar huis gezet. Waarom? Dat hebben we officieel nooit te horen gekregen: ‘Orders van hogerhand’, zei de politie schouderophalend.
Vanaf de wachtstoeltjes in de terminal probeerden we uit te vogelen wat er aan de hand was. Wat bleek: diezelfde dag waren meer mensen met de Franse nationaliteit de toegang tot Niger ontzegd. Midden in de nacht kwam de woordvoerder van de premier bij ons langs om tekst en uitleg te geven: blijkbaar, zei hij, had Frankrijk even daarvoor de visumprocedure van een groep Nigerezen gedwarsboomd. Dit was dus wraak.
Onze verwoede pogingen om de autoriteiten ervan te overtuigen onze cameravrouw tóch door te laten bleken vruchteloos. Na een nacht doorhalen werd zij naar het vliegtuig geëscorteerd, de fotograaf en ik strompelden verbaasd en vermoeid in een taxi naar het hotel. We hadden nog geen foto gemaakt, geen letter op papier gezet: maar we waren nu al getuige geweest van het nieuwe Niger – een land dat zich niet meer laat sollen door Frankrijk.
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/ Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Saskia Houttuin (La Tronche, 1988) is geboren in Frankrijk en opgegroeid in Leeuwarden. Na haar studie journalistiek werkte ze bij de Afrika-redactie van de Wereldomroep en de VPRO. Ze werkt nu als freelance correspondent in Senegal voor de NOS, de Volkskrant en het radioprogramma Bureau Buitenland. Ze woont met vriend en twee kinderen in hoofdstad Dakar.