Op een houten vissersbootje de Atlantische Oceaan overvaren – je moet het maar durven.
De afstanden zijn gigantisch, het weer soms verraderlijk onstuimig. Niet voor niets staat de migratieroute die West-Afrika met de Canarische Eilanden verbindt, bekend als een van de gevaarlijkste routes ter wereld.
Toch hield het zeker 32 duizend mensen niet tegen om het dit jaar het alsnog te proberen. Want zoveel migranten kwamen er tot nu toe aan op de Spaanse eilandengroep. Een record. De laatste keer dat zulke aantallen de archipel bereikten, was in 2006. En het jaar is nog niet voorbij.
Wie bovendien niet zijn meegeteld, zijn de mensen die de Canarische Eilanden helemaal niet hebben bereikt. Omdat ze onderweg zijn onderschept door de kustwacht, of, nog veel dramatischer, omdat ze zijn omgekomen. Volgens een aantal organisaties zouden dat er dit jaar al zeker duizend zijn.
Waarom lukt het Senegal noch Spanje om hier grip op te krijgen?
Vanuit mijn standplaats dook ik de afgelopen weken weer eens in dit fenomeen. Want het is vanuit Senegal, 1500 kilometer verderop, dat momenteel de meeste mensen vertrekken. Hoe kan het dat nog altijd zoveel mensen hun leven op het spel zetten, in de hoop op een beter leven in Europa? En waarom lukt het Senegal noch Spanje om hier grip op te krijgen?
Migratie in en vanuit West-Afrika fascineert me al langere tijd. In 2015, acht jaar geleden inmiddels, was ik samen met een collega in Senegal om verhalen over dit onderwerp te maken. In het oosten van het land bezochten we dorpjes die vrijwel volledig waren gebouwd met het geld dat migranten sturen vanuit het buitenland.
Een school, een moskee, een vuilnisophaaldienst – het dorp functioneerde, dankzij de zoons in Europa. Eigenlijk verzorgden ze alles waar de staat in tekortschoot. We bezochten de rijkste familie van het dorp. Bij iedere geldzending die de gezinsleden vanuit Frankrijk of Spanje ontvingen, konden ze hun huis verder uitbreiden. Een nieuwe verdieping, een nieuw bijgebouw. Aan de muren hingen satellietschotels, kinderen speelden met smartphones.
Bij de buren was het een stuk minder fraai. Zij hadden weliswaar één zoon in Europa, maar die had kort na aankomst niets meer van zich laten horen. Een andere zoon was verdronken in de Middellandse Zee. Op hun erf, waar ook hun roestige metaalwerkplaats was gevestigd, liep nog een jongen rond. Een puber van een jaar of 15. Nog even, zeiden de ouders, en dan kon hij ook misschien die kant op.
‘We gaan we ons succes elders zoeken’
Dit soort verhalen hoorde ik door de jaren heen ook in Nigeria, Burkina Faso en Niger. Allemaal kwamen ze op hetzelfde neer: ,,Zolang wij ons leven hier niet goed voor elkaar krijgen, gaan we ons succes elders zoeken.’’
Is zo’n zoektocht naar een beter bestaan je leven waard? In Mbour, een dorp aan de Senegalese kust, sprak ik onlangs met jonge vissers die net terug waren van hun reis. Bepakt met koekjes en drinkwater waren ze enkele weken eerder in ‘t geniep vertrokken, in de hoop de Canarische Eilanden te bereiken. Op hun telefoons lieten ze filmpjes zien van vrienden die al op La Palma rondliepen. Het zag er mooi uit, vonden ze.
Lang verhaal kort: de vriendengroep heeft de Spaanse eilandengroep niet gehaald. De benzine was op, onder opvarenden was er ruzie over restjes eten. Een Italiaans vrachtschip voer het eenzaam ronddobberende bootje tegemoet en bleek hun redding: ze werden opgepikt en via Marokko teruggestuurd naar Senegal.
Ze hebben de dood in de ogen gekeken en zijn weer veilig thuis. En toch denken ze alweer na over hun volgende poging. ,,Je sterft, of je sterft niet’’, zei een van hen. ,,We nemen het risico voor onze familie. Het is het offer dat wij brengen om te kunnen slagen.’’
Migratie valt niet weg te wensen
De Spaanse autoriteiten en de Senegalese overheid buigen zich over nieuwe maatregelen om de migratie naar de Canarische Eilanden te stoppen. Er wordt gepraat over het versterken van patrouilles, het versneld repatriëren van migranten, voorlichtingscampagnes en het oprollen van smokkelnetwerken. Dit soort initiatieven zijn er al jaren. En hebben ze iets opgeleverd?
Het antwoord op deze vraag kwam ik deze week per toeval tegen in post op X. Socioloog Hein de Haas schrijft: ‘Het echte probleem is het onvermogen migratie te zien als een fenomeen dat weliswaar positieve en negatieve kanten heeft, maar niet weg te wensen valt. Dit illusiedenken verklaart decennia beleidsfalen.’
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/ Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Saskia Houttuin (La Tronche, 1988) is geboren in Frankrijk en opgegroeid in Leeuwarden. Na haar studie journalistiek werkte ze bij de Afrika-redactie van de Wereldomroep en de VPRO. Ze werkt nu als freelance correspondent in Senegal voor de NOS, de Volkskrant en het radioprogramma Bureau Buitenland. Ze woont met vriend en twee kinderen in hoofdstad Dakar.