Begin juni, toen in Nederland zich net de eerste hittegolf van de zomer begon aan te kondigen, beviel ik in Amsterdam van onze tweede dochter. Zo’n 5000 kilometer naar het zuiden, in de Senegalese hoofdstad Dakar, braken op dat moment grote, meerdaagse protesten uit tegen de arrestatie van de bekende oppositiepoliticus Ousmane Sonko.
Sinds we dit voorjaar naar Dakar zijn verhuisd is het een aantal keren voorgekomen dat we gedurende zo’n demonstratie ons huis niet uit konden. Nou ja, de deur uitgaan kán wel – alleen zijn de wegen rondom onze wijk afgezet en houden winkels op dat soort dagen de rolluiken naar beneden. Je kunt dus eigenlijk nergens heen.
De eerste keer probeerden we het nog. Maar een poging om vanuit onze woonwijk naar het centrum van Dakar te rijden liep uit op een vruchteloze, frustrerende zoektocht naar een uitweg – agenten gebaarden ons vanaf elke rotonde om rechtsomkeert te maken, boven de hoofdwegen stegen rookpluimen op van brandende autobanden. Je zou maar net met weeën in de auto zitten, bedacht ik – toen al hoogzwanger – vanuit de bijrijdersstoel. Of een andere medische noodzaak hebben. En dan?
Onze dochter was nog maar net geboren, toen het bij mij misging
Op het moment dat het wederom losging in onze standplaats, begin juni van dit jaar, was ik gelukkig in Nederland voor de geboorte van ons meisje. De bevalling verliep voorspoedig, onze dochter was kerngezond. Maar ze was nog maar net geboren, toen het bij mij misging: ik verloor bijna 3 liter bloed en moest met spoed worden geopereerd. Daarna kreeg ik een bloedtransfusie.
Het was even spannend, maar: eind goed, al goed. Toch bleven de wat-alsscenario’s nog wekenlang door mijn hoofd spoken. Hoe was dit in Senegal afgelopen, zeker op zo’n dag dat de stad door protesten is lamgelegd? Hadden we überhaupt wel het ziekenhuis op tijd kunnen bereiken? En de gynaecoloog dan, de verloskundigen? De anesthesist, de operatiekamer, de zakjes bloed?
De private zorg in Dakar is – laat ik dat voorop stellen – over het algemeen goed. Artsen zijn kundig, apotheken zijn ruim bevoorraad. Maar dat zijn de ziekenhuizen in het luxere segment van de hoofdstad, voor de mensen die het kunnen betalen. Zodra je een eindje buiten de stad rijdt, de binnenlanden in, zijn de omstandigheden alweer een stuk weerbarstiger.
Zo zie ik regelmatig verhalen voorbij komen over het gebrek aan voorraden bij bloedbanken. Sinds de coronapandemie zijn er minder mensen in Senegal die bloed doneren – waarom, is onduidelijk. Senegalese artsen slaan alarm over de risico’s die bijvoorbeeld kraamvrouwen daardoor lopen: ‘De situatie is erg zorgwekkend’, zegt één van hen tegen de medische nieuwswebsite Allô Docteurs Africa. ‘Alle sectoren hebben continue bloed nodig. Soms is er helemaal geen voorraad, terwijl er een noodgeval is.’
De ambulance kwam niet opdagen, of het verkeer stond vast.
Net als in veel andere landen op het Afrikaanse continent, is moedersterfte hier nog altijd een realiteit van alledag. Er is een dalende lijn, gelukkig, maar in 2020 overleden hier 261 vrouwen per 100.000 geboortes. Ter vergelijking: in Nederland overleden datzelfde jaar 4 op de 100.000 vrouwen aan moedersterfte.
Op het Senegalese platteland zijn de oorzaken vaak pijnlijk simpel: de ambulance kwam niet opdagen, of het verkeer stond vast. Er was geen antibiotica meer. Bijna een derde van de rurale klinieken heeft niet eens een verloskundige in dienst, laat staan een gynaecoloog.
Soms zijn er verhalen die zo schrijnend zijn, en zo typerend voor de staat van de gebrekkige zorg, dat ze ook hier het nieuws halen. Neem bijvoorbeeld het verhaal van Astou Sokhna, een jonge vrouw in het noorden van Senegal die na een bevalling van 20 uur smeekte om een keizersnede. Verloskundigen schudden hun hoofd, een keizersnede was immers niet gepland. Astou en haar ongeboren kind overleden allebei.
Een chronisch gebrek aan middelen en de krakkemikige faciliteiten
Drie vroedvrouwen kregen gevangenisstraf, de ziekenhuisdirecteur werd op non-actief gesteld. Op straat werden sit-ins en protestacties gehouden en in heel het land werden stakingen georganiseerd. Waar iedereen het over eens was: dit moet nooit meer gebeuren. Maar je kunt je afvragen of het bestraffen van het zorgpersoneel een stap in de goede richting is geweest.
Ja, in het geval van Astou Sokhna hebben ze onkundig, zo niet meedogenloos gehandeld. Maar uiteindelijk zijn ook zij de dupe van het chronische gebrek aan middelen en de krakkemikkige faciliteiten. Nog voor mijn verlof er op zat, mijn pasgeboren baby tegen me aan, nam ik me voor: hier ga ik de komende jaren verhalen over maken. Want dit verdient ook onze aandacht, hier in Nederland.
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/ Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.
Saskia Houttuin (La Tronche, 1988) is geboren in Frankrijk en opgegroeid in Leeuwarden. Na haar studie journalistiek werkte ze bij de Afrika-redactie van de Wereldomroep en de VPRO. Ze werkt nu als freelance correspondent voor de NOS, de Volkskrant en het radioprogramma Bureau Buitenland.
Na vijf jaar Nairobi, de hoofdstad van Kenia, woont ze nu met vriend en dochter in Dakar, de hoofdstad van Senegal.