Op een ochtend in Accra, de hoofdstad van Ghana, ontwaakte ik in mijn hotelkamer met een gedachte: dit doe ik nooit weer. In de vroege uurtjes waren we teruggekeerd uit Atuabo, een kuststadje in het westen van het land, vlakbij de grens met Ivoorkust. Het dorp was ontstaan rondom de landelijke gasinstallatie, waar wij na veel over en weer bellen eindelijk mochten gaan filmen voor een reportage.
Zeven uur heen, zeven uur terug. Onze planning was strak, er moesten diezelfde week nog aanvullende interviews worden afgenomen en een reportage worden gedraaid over een ander onderwerp. Er zat niets anders op, redeneerde ik: we gaan op en neer. Een extra overnachting zou ons schema helemaal in de war schoppen. De lichtelijke euforie dat het tóch was gelukt om toestemming te krijgen, overheerste die dag. En een lange dag in de auto, ach: dat hoort erbij.
Een onverstandig besluit, besefte ik toen we de terugweg grootdeels in het donker aflegden. De chauffeur reed veilig, de auto in prima staat, maar om de zoveel tijd kwamen twee felle koplampen op ons afgestevend en moest er op de rem worden getrapt. Ingehaald worden in het donker, op een weg zonder straatverlichting. Ik hoef denk ik niemand uit te leggen hoe gevaarlijk dat is.
Geen verhaal is je leven waard
Zo’n nachtelijke rit, besloot ik de volgende ochtend, moet ik écht niet meer doen. Geen verhaal is je leven waard, spookte door mijn hoofd – een veelgehoord adagium onder correspondenten die in lastige gebieden werken. Aan veiligheid denken hoort bij mijn werk. Ik nam deel aan meerdere veiligheidscursussen, waar je alles over wat je in een crisisgebied of ‘moeilijk land’ kan overkomen: van een ontvoering tot het beschermen van je bronnen tot cyberveiligheid.
En, misschien nog wel het belangrijkste onderdeel: eerste hulp bij ongelukken. Want één ding hebben vrijwel alle landen op het Afrikaanse continent gemeen: de verkeersveiligheid is er vaak dramatisch slecht. Wegen vol gaten en onverwachte hobbels, roekeloze bestuurders, gebrek aan handhaving, slechte straatverlichting – het leidt er allemaal toe dat op 100.000 mensen, ruim 26 van hen omkomen bij een verkeersongeluk. Relatief gezien het hoogste aantal ter wereld.
In mijn nieuwe standplaats Senegal, waar ik nu net een week woon, staat verkeersveiligheid toevallig weer bovenaan de agenda. Ruim een maand geleden botsten op het platteland twee nachtbussen tegen elkaar op, nadat een van de voertuigen een klapband kreeg. Het gevolg: maar liefst 45 doden, een nationaal trauma. De president kondigde drie dagen van nationale rouw af.
Verbod op nachtbussen
Nog voor de rouwperiode was verstreken, kwam de overheid na spoedberaad met een waslijst aan maatregelen om de beroerde verkeerssituatie het hoofd te bieden. Een greep uit de maar liefst 22 decreten: een verbod op het invoeren van gebruikte autobanden, snelheidsmeters met een begrenzer, de oprichting van autogarages in rurale gebieden.
Maar de maatregel die alle krantenkoppen haalde, was het aangekondigde verbod op nachtbussen. Van elf uur ’s avonds tot vijf uur ’s ochtends mogen passagiersbussen de weg niet meer op. Tot nu toe is dit één van de slechts twee besluiten die ook daadwerkelijk is ingevoerd.
In Senegal, waar nauwelijks treinen rijden, is een dergelijke maatregel niet zonder gevolgen. Voor veel mensen is de nachtbus ideaal, zo niet onmisbaar: in een land waar de afstanden groot zijn is ’s nachts filevrij reizen een uitkomst. Bovendien geldt voor veel mensen hier, een dag niet gewerkt is een dag geen inkomen.
De transportindustrie bleek te machtig
Bij het horen van het lezen over de maatregelen kreeg ik direct een déjà vu. In Kenia, waar ik de afgelopen vijf jaar woonde, gebeurde in 2018 exact hetzelfde. Een vreselijk groot nachtelijk ongeluk, een batterij aan beloftes vanuit de overheid, waaronder ook het verbod op nachtelijk busverkeer. De maatregel hield maar kort stand. De transportindustrie bleek te machtig.
Gaat dat in Senegal ook gebeuren? Het zou zomaar kunnen. Gemiddeld komen hier jaarlijks zo’n zevenhonderd mensen om in het verkeer. Om dat aantal naar beneden te halen moeten er grotere, structurele problemen worden aangepakt: de infrastructuur, het slechte onderhoud van auto’s en bussen, het rijgedrag van chauffeurs. Sommige van hen hebben nooit hun rijbewijs gehaald, of ze maken veel te lange uren.
Hopelijk blijkt het ongeluk van begin dit jaar ook werkelijk een wake up-call. Mijn eigen lijstje besluiten blijft in ieder geval onveranderd: maar ondertussen: ’s nachts geen lange afstanden rijden, geen verhaal is je leven waard.
Onze vrouw/man
Saskia Houttuin (La Tronche, 1988) is geboren in Frankrijk en opgegroeid in Leeuwarden. Na haar studie journalistiek werkte ze bij de Afrika-redactie van de Wereldomroep en de VPRO. Sinds 2017 woont ze in Afrika en werkt ze als freelance correspondent voor de NOS, de Volkskrant en het radioprogramma Bureau Buitenland.
Ze van Nairobi, de hoofdstad van Kenia, samen met haar vriend en dochter verhuisd naar Dakar, de hoofdstad van Senegal.
Dit is de wekelijkse column Onze Vrouw/Man, van een mediacorrespondent van een ander continent.