Met één hand aan het stuur scheurt Davit me door de smalle straatjes in het oude centrum van Tbilisi. Zijn andere hand heeft hij nodig voor zijn telefoon, die continu rinkelt en die hij dan meteen opneemt.
Vanaf de achterbank zie ik in de achteruitkijkspiegel een mix van zachtheid en spanning op zijn gezicht, als hij in het Georgisch met de persoon aan de andere kant van de lijn spreekt. „Het is mijn dochter”, zegt hij, verontschuldigend, als hij de telefoon weer naast zich neerlegt. „Ze is bij de demonstratie. De politie kan hard slaan. Als het mis gaat moet ik haar en haar vriendinnen ophalen.” Davit is mijn taxichauffeur en rijdt me in het holst van de nacht naar de luchthaven in Tbilisi.
De afgelopen dagen was ik namelijk weer in mijn geliefde Georgië. Een ongeplande werkreis waarvan je wist dat-ie zou komen. Sinds de verkiezingen in oktober is het onrustig in het land. De regerende partij Georgische Droom had naar eigen zeggen met ruim 50 procent van de stemmen gewonnen, maar de oppositie wees al meteen op frauduleuze praktijken. Ik schreef erover in mijn vorige column, ik vroeg me toen af hoelang het zou duren voor ik terug in Tbilisi zou zijn, na die ongewisse uitslag van de verkiezingen. Niet heel lang, zo bleek.
Georgiërs willen niet de Russische invloedsfeer ingetrokken worden
Grote protesten braken uit toen de premier vorige week zei dat de regering het proces van EU-toetreding voorlopig stopzet. Dat zette de boel op scherp. Wie aan de Europese toekomstplannen van de Georgiërs komt, die kan een storm verwachten. Georgiërs voelen zich Europees. Ze spreken Europees. Ze dromen Europees. En als er één ding is wat Georgiërs niet willen dan is het de Russische invloedsfeer ingetrokken worden. En dat is precies wat er gebeurt onder leiding van de huidige regering. Veel Georgiërs zijn ervan overtuigd dat Poetin zich aan het bemoeien is met Georgië. Men vreest dat Poetin al met één voet in Tbilisi is via de oprichter van de partij Georgische Droom, oligarch Bidzina Ivanisjvili, die zijn rijkdom vergaarde in Rusland na de val van de Sovjetunie. „Iedereen weet dat als je je geld in Rusland hebt verdiend, je het niet zomaar mee kan nemen naar Georgië zonder dat je daarvoor toestemming krijgt van Poetin”, zei een voormalig parlementariër die ik interviewde. „Ivanisjvili is honderd procent Poetins ‘guy’ in Georgië.”
Het is een wonder dat het Davit überhaupt lukte bij mijn hotel te komen om me op te pikken. De stad is ’s nachts bezaaid met oproerpolitie, er wordt geregeld tot in de vroege uurtjes gevochten met demonstranten. Straten rondom het centraal gelegen parlement worden dan afgezet en er hangt overal traangas in de lucht. Mijn vroege vlucht viel op een wat ongelukkig tijdstip, kun je wel zeggen. Het hoogtepunt van de onrust was steeds rond twee, drie uur ’s nachts. Ik moest om vier uur op het vliegveld zijn. Gelukkig kent Davit de achterafstraatjes goed, en wist zich een weg te banen naar mijn hotel. Hij was bovendien wel wat gewend, zo bleek toen we begonnen te praten.
Dat is niet wie wij Georgiërs zijn
Zijn dochter is 19 en studeert architectuur. Dan heeft hij nog een zoon van 21 die ook elke avond naar de demonstratie gaat. De zoon studeert vinologie, waarmee hij wijnkenner wordt. Ik stel me zo voor dat het een populaire studierichting is in wijnland Georgië. Over de zoon maakt Davit zich minder zorgen. Naast wijnliefhebber, is hij namelijk ook rugbyspeler. „Die redt zich wel”, zegt hij. Beide kinderen staan al een week iedere nacht op straat om te strijden voor hun toekomst. Als hij een vrije avond heeft, dan gaat Davit ook mee naar de demonstratie. Hij staat dan ook met een Europese vlag te zwaaien en leuzen te roepen. „Wat moeten we anders? Dit is onze enige kracht. We moeten laten zien dat we niet meegaan in die Russische toestanden. Dat is niet wie wij Georgiërs zijn.”
Ik schat Davit in als begin 50’er. Bij Georgiërs van middelbare leeftijd duurt het meestal niet lang voor ze beginnen over de protesten van eind jaren 80. Georgië maakte toen nog deel uit van de Sovjetunie, maar de mensen wilden onafhankelijkheid. De protesten waren groot en vreedzaam, maar werden door Sovjetpolitie een paar keer zo hard neergeslagen dat er doden vielen. Georgië werd uiteindelijk in 1991 onafhankelijk. Davit was overal bij. „Wij hebben de Sovjetunie hier zelf moeten vernietigen. Door de straat op te gaan en vol te houden. Hoe zwaar het ook was. We bleven gaan.”
De nieuwe generatie moet opnieuw strijd voeren
Nu, drie decennia later, moet de nieuwe generatie opnieuw strijd voeren, verzucht Davit. „Weer de Russen. Hoe lang moet dit doorgaan?”, zegt hij, terwijl hij de afslag naar het vliegveld pakt. „Leren we dan niets van de geschiedenis?”
Ik heb de Georgische oproerpolitie deze dagen in actie gezien en ik vond ze absoluut angstaanjagend. Ze zien eruit als een bruut leger. Ze stellen zich op in rijen met schilden en wapenstokken en zijn met duizenden. Ze dragen gezichtsbedekking en kijken gevaarlijk uit hun ogen. Davit had vanzelfsprekend flashbacks naar de jaren 80.
Geregeld gaat hij met zijn auto in een zijstraat vlak bij de protesten staan. Hij wacht daar tot zijn hulp nodig is. Zo heeft hij al tientallen gewonde demonstranten naar het ziekenhuis gereden. „Ik doe wat ik kan”, zegt hij. „Maar de rest is aan hen, aan de jeugd van nu. Zij moeten het doen. Hun vrijheid opeisen.” Bij de luchthaven aangekomen geeft Davit me een hand en wenst me een goede vlucht. „En kom gauw terug. We hebben Europa nodig. Jullie mogen Georgië niet vergeten!”, roept hij me na.
Mitra Nazar
Mitra Nazar (Delfzijl, 1980) is Turkije-correspondent voor onder meer de NOS, Nieuwsuur en het AD. Ze woont met haar partner en dochter sinds 2020 in de wereldstad Istanbul. Voordat ze neerstreek in Turkije was ze jarenlang vanuit Belgrado correspondent op de Balkan. Ze heeft een Iraanse vader en een Friese moeder, groeide op in Hurdegaryp en Leeuwarden en studeerde Taal- en Cultuurstudies en Pedagogische Wetenschappen (met een minor Journalistiek) in Utrecht.
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/ Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent. Volgende week: Niels Posthumus in Manchester.