Zo nu en dan verlaat ik mijn post in Turkije om elders in deze turbulente regio oorlogen, protesten of verkiezingen te verslaan. Vorige week was ik in Georgië, een land dat me na aan het hart ligt.
In een vorig leven had ik een lichte obsessie met alle voormalige Sovjet-landen. Fascinerende en vaak kleine staatjes waar mensen van mijn leeftijd van dichtbij een van de grootste omwentelingen in de wereldgeschiedenis hebben meegemaakt. Namelijk de overgang van controlestaat naar democratie. Dat doet veel met mensen, zag ik. En er komen boeiende verhalen uit voort die ik als journalist woest opschreef.
Georgië is, vind ik, één van de mooiste van al die landjes. Toegegeven, dat heeft veel te maken met de goddelijke aubergine met walnotensaus en zachte rode wijnen. Maar natuurlijk ook met Georgië’s turbulente geschiedenis. Wie daar meer van wil weten zou er goed aan doen het prachtige vuistdikke boek Het Achtste Leven (voor Brilka) van Nino Haratischvili te lezen. Het verhaal van een Georgische familie, levendig verteld door verschillende generaties van overwegend sterke vrouwen. Beginnend bij de Tweede Wereldoorlog, via de val van het IJzeren Gordijn, naar de perestrojka en het verdwijnen van het grote Russische machtsblok, en het hervinden van de Georgische identiteit. Een prachtig boek waarin je via de levens van acht familieleden veel leert over de ontberingen en overlevingskracht van een volk.
Tienduizenden mensen demonstreerden tegen ‘Russische wet’
In april liep ik in Tbilisi al tussen tienduizenden mensen die op straat bijeen waren gekomen. Ze demonstreerden tegen een wet die ze voor het gemak ‘Russische wet’ noemden. Een wet die rechtstreeks komt uit het playbook van het Kremlin. Een wet waarmee non-gouvernementele organisaties die geld krijgen uit het buitenland (dat zijn vooral westerse landen) het stempel ‘buitenlandse agent’ krijgen.
Een teken aan de wand dat de prille Georgische democratie alweer aan het wankelen was. Dat er een pro-Russische koers werd gevaren. Of eigenlijk meer: een antidemocratische koers. „Wij hebben geleefd in de Sovjet-Unie”, drukte een gepensioneerde vrouw me op het hart. „We weten heel goed wat we niet meer willen, en dat is onder het juk van de Russen leven.”
Vorige week wandelde ik weer door die bekende Rustaveli Avenue in Tbilisi. Er waren cruciale verkiezingen die de Europese toekomst van Georgië zouden maken of breken. Mensen spraken in termen van ‘kruispunt’ en ‘nu of nooit’. Want de pro-Russische koers die de conservatieve Georgische Droom-regering voert, zet het EU-lidmaatschap op het spel. De regering is hard op weg om het smoren van kritische geluiden vast te leggen in wetgeving. Inmiddels was er nog een klassieker uit het antidemocratische playbook ingezet, namelijk een anti-lgbti-propagandawet. In Brussel werd besloten het lidmaatschapsproces voorlopig te stoppen.
Berichten van frauduleuze praktijken kwamen al gauw binnen
Een grote meerderheid van de Georgiërs wil lid worden van de EU, en dus zou je denken dat de uitslag van deze verkiezingen dat wel zou laten zien. Niets was minder waar. Georgische Droom riep 10 minuten na het sluiten van de stembureaus de overwinning al uit. Meer dan de helft van alle stemmen zouden ze hebben gekregen. Berichten van frauduleuze praktijken kwamen al gauw binnen. Stemmen kopen, valse stembiljetten, id-fraude, alles kwam voorbij. De oppositie betwist de uitslag dan ook. Dat verhaal is voorlopig nog niet voorbij.
Fraude heeft de regering ongetwijfeld een handje geholpen. Maar toen ik eerder deze week de stad uit ging, leerde ik ook hoeveel steun ze daadwerkelijk hebben. Voor veel Georgiërs is Georgische Droom absoluut geen nachtmerrie, maar juist een garantie voor stabiliteit en veiligheid. En de angst voor Rusland speelt daarbij een grote rol.
Georgië deelt een grens met Rusland. In 2008 was er een korte maar hevige oorlog. Rusland houdt sindsdien 20 procent van het Georgische grondgebied bezet. Sinds de oorlog in Oekraïne laait de angst in Georgië ook weer op. Georgische Droom vertelt mensen dat het gevaarlijk is als een pro-westerse regering de macht pakt. Want kijk wat er met Oekraïne gebeurde, toen men zich daar afkeerde van Rusland.
In het grensgebied sprak ik mensen die zo bang waren door de verkiezingsspotjes waarin foto’s van gebombardeerde Oekraïense steden werden vertoond, dat de tranen ze in de ogen stonden. Het Russische leger zit daar namelijk al op steenworp afstand aan de andere kant van de demarcatiegrens. De indruk wordt gewekt dat Rusland elk moment kan binnenvallen. Alleen met Georgische Droom kan dat doemscenario worden voorkomen, is de boodschap.
Met geld is een hoop macht te kopen
Een reële dreiging, of vooral propaganda? Het is waarschijnlijk een beetje van beide. Maar het is vooral het verhaal van angst als succesformule. Een formule die doet denken aan strategieën van leiders in andere zogenoemde illiberale democratieën in de buurt. Niet alleen in Rusland, ook in het Hongarije onder Orban en in het Turkije onder Erdogan. Orban gebruikte in verkiezingscampagnes de angst voor vluchtelingen. Erdogan gebruikt de angst voor terrorisme, met name van Koerdische strijdgroepen. De oppositie wordt door deze leiders afgeschilderd als de bron van die dreiging en als diegenen die het gevaar juist binnenhalen. En het werkt keer op keer.
Vanuit mijn hotelkamer in Tbilisi kijk ik uit op een ietwat eigenaardige megalomane glazen villa in de heuvels aan de rand van de stad. Het is de villa van de rijkste man van Georgië, de oligarch Bidzina Ivanisjvili die zijn fortuin verdiende in Rusland. In 2012 richtte hij de partij Georgische Droom op en sindsdien domineert hij de Georgische politiek. Met geld is een hoop macht te kopen, zoveel is zeker. Ivanisjvili zei vlak voor de verkiezingen dat hij oppositiepartijen zal verbieden, als Georgische Droom wint.
In het vliegtuig terug naar Istanboel denk ik aan Erdogans presidentiële paleis met duizend kamers in Ankara. Ik denk ook aan al die oppositiepolitici die in Turkije in de gevangenis zitten. En ik vraag me af hoelang het duurt, voor ik weer terug moet naar Tbilisi.
Onze V/M
Mitra Nazar (Delfzijl, 1980) is Turkije-correspondent voor onder meer de NOS, Nieuwsuur en het AD. Ze woont met haar partner en dochter sinds 2020 in de wereldstad Istanbul. Voordat ze neerstreek in Turkije was ze jarenlang vanuit Belgrado correspondent op de Balkan. Ze heeft een Iraanse vader en een Friese moeder, groeide op in Hurdegaryp en Leeuwarden en studeerde Taal- en Cultuurstudies en Pedagogische Wetenschappen (met een minor Journalistiek) in Utrecht.
Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant publiceren iedere week een column van Onze Vrouw/ Man, een van de acht mediacorrespondenten uit een ander continent.