Arend van Wijngaarden is parlementair verslaggever van Dagblad van het Noorden Foto: Marcel Jurian de Jong
Tot nu toe weigerde Nederland te beginnen met de Lelylijn omdat de spoorlijn ‘te duur’ zou zijn. Dat is na het advies van Klaas Knot afgelopen vrijdag geen argument meer.
In een conferentiecentrum naast de Tweede Kamer presenteerde oud-directeur van de Nederlandsche Bank Klaas Knot vrijdag een zwaarwegend advies over de financiering van de Lelylijn. Doordat D66, VVD en CDA tegelijkertijd het regeerakkoord naar buiten brachten in Nieuwspoort is het Lelylijn-advies wat ondergesneeuwd geraakt.
Knot adviseerde het nieuwe kabinet om jaarlijks 400 miljoen euro opzij te zetten voor aanleg van de spoorlijn Groningen-Lelystad. De voorbereidingen van aanleg van deze kostbare spoorlijn duren sowieso tientallen jaren, waardoor er tijd genoeg is om te sparen. Een goede oer-Hollandse gewoonte, noemde Knot dat.
Knot maakte meteen korte metten met andere wilde financieringsplannen. Van het bedrijfsleven is niet genoeg geld te verwachten en deels financieren met geld dat is bedoeld voor defensie is ook niet realistisch. Europa en de regio kunnen ook nooit genoeg bij elkaar krijgen.
Het Rijk weigerde tot nu toe te beginnen met de zogenoemde MIRT-studie naar de Lelylijn omdat volgens de MIRT-systematiek eerst zicht moet zijn op 75 procent van de kosten. Knot heeft met zijn advies laten zien dat er zicht is op die 75 procent, als het kabinet maar elk jaar die 400 miljoen euro spaart. De MIRT-verkenning kan volgens die redenering dus gewoon beginnen.
Het bedrag van 400 miljoen euro is slechts 0,04 procent van het bbp. Vergeleken met andere kostenposten van de rijksoverheid geen onoverkomelijk bedrag.
Klaas Knot is niet de eerste de beste. Als hij na een degelijke studie zegt dat de spoorlijn op deze manier prima te financieren is, dan moet zo’n advies serieus genomen worden.
Er kunnen natuurlijk nog genoeg andere argumenten zijn om de lijn niet aan te leggen. Er is in Noord-Nederland in bepaalde kringen toch ook wel weerstand tegen de lijn. Sommige mensen houden het Noorden liever rustig en vrezen de komst van westerlingen die de huizenprijzen opdrijven. Anderen vrezen een aantasting van het landschap.
Ook buiten het Noorden is niet iedereen enthousiast. Zo laat het College van Rijksbouwmeesters weten dat de meerwaarde van de lijn ook met het nieuwe masterplan nog onvoldoende is aangetoond.
En er zijn natuurlijk ook genoeg politici die het belangrijker vinden om in de Randstad te investeren dan elders in het land.
Dat kan je allemaal vinden. Maar kom voortaan niet meer aan met de dooddoener ‘te duur’.