Brandnetelgier is goed te gebruiken als voedings- en beschermingsmiddel in de tuin. Foto Shutterstock
Op het lijstje met minst gewaardeerde planten staat beslist de brandnetel. Geprikt worden in de natuur is al erg genoeg, maar waarom zou je brandnetels in je tuin toelaten?
In het rijtje planten dat je beslist niet in je tuin toelaat, staat voor menig tuinier naast zevenblad en kweekgras ook de brandnetel. Fouter kan haast niet. Ze woekeren er lustig op los en bijten bij pogingen ze te verwijderen venijnig van zich af. Toch doe ik hier een voorzichtige poging tot eerherstel van een plant die belangrijker is dan menigeen denkt.
Diepe indruk
De brandnetel is een van de eerste planten die je als kind bij naam leert kennen. In mijn geval wanneer je, nog naïef en onbevangen, achter een bal een struweel inloopt. De les die je dan leert maakt op sommigen zo’n diepe indruk dat ze altijd argwanend blijven bij het zien van het karakteristieke getande blad. Zelfs als dat blad van ongewapende planten als dovenetel of dropplant is.
En daar is het de plant om te doen, onbevoegden moeten overal van af blijven. Toch lukt het niet helemaal om gevrijwaard te blijven van vraat, er is een aantal dieren dat geheel afhankelijk is van de brandnetel. Daarom zijn er legitieme redenen om brandnetels niet alleen in de tuin te tolereren, maar ze zelfs te verwelkomen.
Een gehakkelde aurelia op een vlinderstruik. Toch is deze volgens Brian Kabbes in de strikte zin geen echte vlinderplant. Foto Brian Kabbes
Brandnetelgier
Wij kennen in ons land twee soorten brandnetels. De grote en de kleine. De grote brandnetel doet z’n naam eer aan en kan wel tot 2 meter hoog worden. Het is een meerjarige plant die met lange uitlopers probeert zoveel mogelijk plaats in te nemen. De kleine brandnetel is eenjarig en zelden hoger dan 50 cm. Laat je niet in de luren leggen door de bescheiden afmetingen, de steek van de kleine brandnetel is heviger en pijnlijker dan die van zijn grotere collega. Iets om rekening mee te houden wanneer van plan bent ze aan te raken. Bij het wieden, maar ook om er gier van te maken.
Tuiniers weten al generaties lang dat ze van afgeknipt blad brandnetelgier kunnen maken. Een probaat huismiddel tegen bladluizen en rupsenvraat, dat als het niet werkt tenminste ook niet schadelijk is voor de omgeving. Een wel erg curieus gebruik van de brandnetel zijn de jaarlijks gehouden wereldkampioenschappen brandneteleten in het dorpje Marshwood in Dorset (Verenigd Koninkrijk). De deelnemers moeten proberen van zoveel mogelijk stengels de bladeren naar binnen te werken. Wie ook een poging wil wagen, het wereldrecord staat op naam van Simon Slee. Hij verslond 23 meter en 40 cm aan brandnetels en de nodige glazen bier om de zelf aangestoken binnenbrand te blussen. Want ja, het is net zo pijnlijk als het klinkt.
De grote brandnetel is minder gemeen dan de kleine. Foto Brian Kabbes
Zonder rupsen geen vlinders
Er is een enorme belangstelling voor vlinderplanten op kwekerijen en in tuincentra. En dat is ook niet zo raar, fladderende vlinders in de tuin verhogen het plezier aanzienlijk. Onder vlinderplanten verstaan de meeste tuiniers planten die door vlinders druk bezocht worden. Dan schieten al snel de vlinderstruik en de zonnehoed in gedachten. Maar dit zijn in de strikte zin geen echte vlinderplanten. Hun bloemen leveren weliswaar rijkelijk nectar, dat gretig gedronken zal worden door talloze vlindersoorten, maar deze gevleugelde diertjes zitten bij afwezigheid van deze soorten gewoon op de bloemen van andere nectar leverende planten.
Toch is het lokken van volwassen vlinders maar een zijde van de medaille. Alle vlindersoorten beginnen hun leven als eitje. Uit dat eitje sluipt een rups die zich uiteindelijk verpopt. Na het verpoppen kruipt er een volwassen vlinder uit de cocon, die meestal bloemen gaat bezoeken om nectar te drinken. Het is dus prima om bloeiende planten in de tuin te hebben waar vlinders op af komen, maar zonder rupsen geen vlinders. En rupsen zijn een stuk minder populair in de tuin. Ze vreten in korte tijd enorme hoeveelheden blad van onze tuinplanten, waardoor ze er wat haveloos bij komen te staan. Denkt maar eens aan je koolplanten, nadat de larven van het koolwitje zich daaraan te goed hebben gedaan.
Maar rupsen moeten we, net als brandnetels toch niet weren in de tuin. Er zijn vlindersoorten die zonder brandnetels niet zouden kunnen overleven, ze zijn voor een aantal van onze mooiste dagvlinders de voedselplant voor hun vraatzuchtige rupsen. Atalanta’s, dagpauwogen, kleine vosjes en landkaartjes zullen de plant snel vinden en er hun eitjes op leggen. Dat maakt de gemeen stekende brandnetel tot een geweldige vlinderplant.