De tranen staan in mijn ogen. Ik slik. Doe mijn best ze weg te knipperen. Het helpt niet. Ze rollen inmiddels over mijn wangen. Ietwat beschroomd reik ik naar de tissuedoos die op tafel staat. Meestal bedoeld voor de cliënten, nu ook voor mij.
Mijn interne criticus vertelt mij dat ik het niet kan maken, zo te huilen, terwijl Tom zoiets groots en belangrijks vertelt. Een mildere stem in mij vindt dat het oké is. Dat wanneer ik het voelen en uiten van emoties bij anderen aanmoedig, dit natuurlijk ook voor mijzelf geldt. Ook in deze rol als psycholoog.
Tom zit tegenover me. We kennen elkaar al een poosje. Hij had zich aangemeld in verband met aanhoudende depressieve klachten, die hij poëtisch ‘de macabere onderstroom’ noemde. Onderstroom, omdat ze hem niet op een schreeuwerige, aanwezige manier lastigvielen, maar meer als een zuigend soort kracht, die vanuit de schaduw aan zijn been leek te trekken. Hem op een onbewaakt ogenblik zou kunnen overvallen en meevoeren naar donkere oorden. Voelbaar in alle facetten in zijn leven. Lang dacht hij dat het erbij hoorde. Dat het geen naam hoefde. Geen hulp. Tot het begon te schuren in zijn relatie.
Froukje Jackson
Froukje Jackson en Irma van Steijn zijn beiden GZ-psycholoog bij Maarsingh & van Steijn. Froukje in Groningen en Irma in Leeuwarden. Zij schrijven om en om een wekelijkse geanonimiseerde column over wat zij meemaken in o.a. de spreekkamer. E-mail: f.jackson@maarsinghenvansteijn.nl of i.vansteijn@maarsinghenvansteijn.nl.
Want Amber wil samenwonen. Hij zegt het alsof het iets kleins is, maar zijn handen verraden hem. Ze liggen gespannen in zijn schoot. Hij is bang, zegt hij. Bang om te worden zoals zijn ouders.
Sombere moeder
Tom had wel eens verteld over de ruzies die zijn ouders hadden. Hoe somber zijn moeder was geweest. Dat ze soms dagen aaneengesloten in bed kon liggen. Hij schetste de situatie altijd luchtig, vertelde erover in algemene bewoordingen en grove lijnen. Niemand kent de details. Ook Amber niet.
Vandaag haalt hij diep adem en vertelt mij meer. Hoe hij als enig kind de tijd rekte om naar huis te gaan na school, om niet met zijn moeder geconfronteerd te worden. Hoe hij altijd bij vriendjes ging spelen, en hen nooit bij hem thuis uit kon nodigen. Hoe hem dit het gevoel gaf altijd bij een ander in het krijt te staan.
Moederziel alleen
Tom vertelt over een regenachtige middag rond zijn 10de levensjaar. Zijn vriendjes waren weg, zijn vader nog niet thuis, dus hij schuilde in een speeltuintje. Moederziel alleen. De pijn en de eenzaamheid staan op zijn gezicht te lezen. Het gevoel niet belangrijk te zijn, nergens bij te horen komt weer omhoog. Sinds hij Amber kent, heeft hij er gelukkig minder last van, maar nu zij klaar is voor de volgende stap in hun relatie, beseft hij zich hoe pijnlijk het nog is. Hoe kwetsbaar het voelt.
Ik vraag Tom hoe het voor hem is om het hierover te hebben. Wat mijn reactie met hem doet. Er verschijnt iets zachts op zijn gezicht. „Ik vind het niet leuk voor jou dat je huilt”, zegt hij. „Maar… het voelt ook als erkenning. Alsof het gewicht er mag zijn. Maakt het minder eenzaam en donker.”
Hij zucht nog eens diep. „Misschien wordt het tijd dat ik dit met Amber deel. Ze heeft me altijd gesteund. Samen kunnen we de onderstroom naar boven halen.”