De 40-jarige Dorien is verwezen door de bedrijfsarts met als vraag haar vaardiger te maken in het contact met collega’s. Ze raakt regelmatig met hen in conflict.
We zijn begonnen aan de eerste sessie en ze moppert al zo’n 15 minuten achter elkaar. Ze is mijn laatste cliënt van de dag en ik vraag me af of ik gewoon moe ben, of dat het iets anders is waardoor ik geïrriteerd raak. Ik móet haar stoppen, anders gaat ze een uur lang door, dat is gewoon ontzettende slechte therapie en bovendien doodvermoeiend. Het lijkt alsof Dorien denkt dat je bij een psycholoog vooral moet zeuren over andermans stommiteiten.
Dorien vertelt dat ze pech heeft met verkeerde collega’s. Haar leidinggevende Jan snapt bijvoorbeeld helemaal niets van hoe mensen in elkaar zitten.
Ik vraag haar even stil te zijn en goed om zich heen te kijken of ze ergens in mijn kamer Jan ziet zitten, misschien onder de tafel? Uiteraard vindt ze dit een belachelijke vraag en daar geef ik haar gelijk in. Toch beantwoordt ze mijn vraag correct, Jan is nergens te zien. Ik vraag haar nogmaals rond te kijken, dit keer naar andere collega’s die volgens haar niet functioneren. Nu wordt ze wat onzeker en kijkt ze me vragend aan.
Irma van Steijn
Froukje Jackson en Irma van Steijn zijn beiden GZ-psycholoog bij Maarsingh & van Steijn. Froukje in Groningen en Irma in Leeuwarden. Zij schrijven om en om een wekelijkse geanonimiseerde column over wat zij meemaken in o.a. de spreekkamer. Mail: f.jackson@maarsinghenvansteijn.nl of i.vansteijn@maarsinghenvansteijn.nl
Ik vertel haar dat we niets aan haar collega’s kunnen vragen of veranderen als die hier niet zijn: „maar jij bent hier wel Dorien, misschien kun je leren met een mildere bril naar je collega te kijken, dan zie je daadwerkelijk iets anders dan met een diskwalificerende bril op je neus. Een voorbeeld is dat je chagrijnig wordt wanneer een collega de afwasmachine niet heeft aangezet aan het einde van de werkdag. Maar wanneer je kijkt wat diezelfde collega allemaal wel gedaan heeft die dag én dat de volgende dag de machine ook wel kan draaien, dan blijf je milder en raak je minder snel in conflict. Het bespreken van corvee-klusjes op het werk wordt makkelijker als de ander zich niet afgewezen voelt, maar gewoon geattendeerd op een taakje. Wanneer je iemand aanvalt, kun je een tegenaanval verwachten.”
Wanneer ik naar haar gezicht kijk zakt de moed me in de schoenen. Ze kijkt alsof ik iets onmogelijks uitkraam, want „mensen moeten gewoon de boel goed afsluiten als ze de laatste zijn op het werk”. Op mijn vraag wat ze dan eigenlijk van therapie verwacht vertelt ze dat het een idee van de bedrijfsarts was en waarschijnlijk zonde van haar tijd.
Ik geef haar volmondig gelijk dat het zonde is van de tijd en ik schaam me een beetje wanneer ik merk dat mijn eigen vermoeidheid direct verdwijnt.