Orville Bovenschen in de ruimte waar straks wietplantjes groeien. Foto: DVHN
Tientallen mensen namen vrijdagmiddag een kijkje bij de nieuwe vestiging van Village Farms International op industrieterrein Westpoort in Groningen. Het Canadese bedrijf werd groot in de snijbloemen en is nu één van de grootste wietkwekers ter wereld.
Michael DeGiglio draagt een strak blauw maatpak. Hij heeft een donkere zonnebril op en houdt die op wanneer hij het publiek toespreekt. De CEO van het Canadese bedrijfVillage Farms International kwam naar Groningen voor de opening van zijn nieuwe wietfabriek (3300 vierkante meter) op industrieterrein Westpoort in Groningen. Die is stunning en, volgens de CEO zelf, één van de allerbeste ter de wereld.
Achter hem staat Orville Bovenschen. Ook hij is strak in het pak en draagt een zonnebril. Bovenschen groeide op in Maassluis en vertrok in 2016 naar Canada toen de wietteelt daar werd gelegaliseerd. Hij had affiniteit met het product en ging aan de slag bij het bedrijf van DeGiglio.
Wietproef
Inmiddels is hij verantwoordelijk voor de bouw van nieuwe, legale wietfabrieken in Nederland. De gemeente Groningen doet mee aan de wietproef. Bij dit experiment kopen shops hun wiet bij legale kwekers. In Nederland zijn tien kwekers actief waarvan Village Farms er één is. Het Canadese bedrijf begon in de jaren negentig met snijbloemen, ging later in de tomaten en toen wiet in 2018 legaal werd in Canada ging het bedrijf dat verbouwen.
Ruim een jaar geleden opende het bedrijf zijn eerste fabriek annex kwekerij in Drachten. Daarin kan zo’n 2000 kilo wiet per jaar worden geoogst. De Groningse vestiging is aanzienlijk groter en kan jaarlijks 8000 kilo leveren. Eind september moet de fabriek op volle toeren draaien. Village Farms investeerde 26 miljoen euro in de bouw van beide fabrieken in het Noorden en in totaal werken er 95 mensen.
Nieuw
Marinus Bikker (47) is bedrijfsleider bij coffeeshop De Retro in Groningen. Sinds de wietproef in juni 2024 in Groningen begon, koopt hij in bij Village Farms en daarom is hij ook uitgenodigd voor de opening. Hij kijkt geamuseerd om zich heen. Die strakke pakken van DeGiglio en Bovenschen is hij niet gewend.
Vroeger kocht hij in bij kwekers die illegaal wiet verbouwden. Dat waren andere tijden. Inmiddels maakt hij zich druk over het kassasysteem dat soms hapert. De overheid houdt namelijk strikt bij hoeveel wiet hij inkoopt en hoeveel er weer uitgaat.
Kweekruimtes
Bovenschen leidt een groepje rond door de nieuwe fabriek. „Hier kunnen 1400 planten staan”, zegt hij trots en hij strekt zijn armen uit. „En we hebben tien van dit soort ruimtes.” Hij staat (zijn zonnebril nog steeds op zijn hoofd) in een grote ruimte met fel witte lampen. Over een half jaar groeit hier Tangarine, Tropical Haze of Red Amber.
Die nieuwe fabriek is modern én kostbaar. Wat gebeurt er als de wietproef níet wordt doorgezet? Bovenschen kan het zich eigenlijk niet voorstellen. „Maar als dat gebeurt is het ook niet erg. We hebben de investering er binnen vier jaar uit.” Bovendien kon het bedrijf de fabriek helemaal zelf financieren, zonder ingewikkelde leningen of hypotheken.
Nederlands feestje
En dat steekt Marinus Bikker wel een beetje. Denk erom, hij is dolblij met de legale wiet. Dat is fantastisch. Maar dat er een boel buitenlandse multinationals aan het experiment meedoen, vindt hij jammer. „Dat geld waait allemaal het land uit”, zegt hij.
Toen hij hoorde dat Nederland ging experimenteren met legaal geteelde wiet hoopte hij dat het ook een Nederlands feestje zou worden. „Coffeeshophouders hebben geld zat. Die hadden moeten investeren in grote kwekerijen. De overheid had daar meer op kunnen sturen.”