Orville Bovenschen en Yme Kingma controleren de cannabisplanten. Foto: Jilmer Postma
Nog twee weken en het is zover: dan kopen rokers de eerste legale Drachtster marihuana. Dan worden ze stoned van cannabis die legaal is geproduceerd in de ‘wietfabriek’ aan de Tussendiepen.
De eerste wiettoppen zijn geknipt, de eerste plastic zakjes gevuld. Die staan in kratten opgeslagen in een kluis. ,,We hebben hier jaren naartoe gewerkt”, zegt Orville Bovenschen. ,,Nu is het kind geboren.”
Aan de buitenkant van het cannabisbedrijf van Leli Holland zie je niks bijzonders. Ja, een flink hek. En camera’s. Als je je niet hebt aangemeld, kom je met geen mogelijkheid binnen. Wie wel als gast staat geregistreerd, ruikt meteen na binnenkomst de onmiskenbare lucht van cannabis. ,,Je wordt er hier nog niet high van”, zegt een lachende Yme Kingma.
Hij is de locatiemanager. Bovenschen, getogen in Utrecht, is directeur van Leli Holland, een dochterbedrijf van het Canadese Village Farms. Hij is het afgelopen jaar zeker tien keer heen en weer gevlogen tussen Vancouver en Nederland. Leli Holland begint in februari aan de bouw van nog een productiebedrijf, in Groningen. Dat wordt vijf keer zo groot als het pand in Drachten.
75 coffeeshops
Zo’n 75 coffeeshops in tien verschillende gemeenten hebben zich aangesloten bij de proef en verkopen straks alleen nog staatswiet. Smallingerland hoort daar niet bij (zie kader).
Bevalt de testperiode en blijkt legale kweek beter voor de volksgezondheid en goed in de strijd tegen criminaliteit, dan komt er wellicht een einde aan het gekke Nederlandse gedoogbeleid van wél legaal verkopen maar illegaal produceren. In Canada is de teelt van cannabis al sinds 2018 toegestaan.
De cannabiskwekerij aan de Tussendiepen. Foto: Jilmer Postma
Terug naar het pand in Drachten, het gebouw dat voorheen van Visser Karrosserie was. Het is nogal onooglijk van de buitenkant. Binnen is alles functioneel vertimmerd voor de kweek van jaarlijks 2500 kilo cannabis. Daar ruik je in de kantoorruimtes dan weer niks van.
Het ziet er tamelijk klinisch uit. Gezellig hoeft het niet te zijn. ,,Het moet vooral praktisch en schoon zijn”, zegt Bovenschen. ,,Ik zie het als een ziekenhuis.”
5 miljoen plus 5 miljoen
Het verbouwen heeft 5 miljoen euro gekost. Voor het regelen van alle vergunningen was Leli Holland nog een keer 5 miljoen kwijt. Die investering uit eigen middelen wil het bedrijf in de proefperiode van 5,5 jaar terugverdienen.
Al in 2020 kregen Leli Holland en negen andere bedrijven te horen dat ze staatswiet mochten kweken. Het duurde een flinke tijd voordat de proef echt van start ging. ,,Vooral netcongestie speelde op veel plekken een rol”, legt Yme Kingma uit. ,,Er was dus niet overal genoeg stroom. Daar hadden we hier nog niet echt last van. En een vergunning hadden we ook vrij snel.”
Een bankrekening kreeg het bedrijf ook zonder al te veel problemen: moederbedrijf Village Farms is een beursgenoteerd bedrijf (Nasdaq). ,,Dan denkt een bank: daar zitten geen criminelen achter”, zegt Bovenschen. ,,We zijn al flink door de mangel gehaald.”
Een stekje in rockwool. Foto: Jilmer Postma
Leli Holland is het zesde van tien bedrijven die nu zijn begonnen met kweken. ,,Kom maar mee.” Bovenschen loopt langs een groot scherm waarop alle hoeken in en rond het pand te zien zijn. Elke beweging wordt waargenomen.
Twee keer loos alarm
Gebeurt er iets onverwachts, dan gaat onmiddellijk het alarm af. Yme Kingma maakte al twee keer mee dat hij midden in de nacht uit bed werd gerammeld. Het was twee keer loos alarm. Een deur zat niet goed dicht en klapperde een beetje.
,,De systemen werken goed”, concludeert Bovenschen. ,,Laatst waren hier mensen van de politie. Ze waren onder de indruk.” Dinsdag kwam een afvaardiging van het ministerie van Justitie en Veiligheid nog een kijkje nemen.
Hij opent de deur naar de irrigatieruimte, de plek waar het finetunen van de watertoevoer, voeding en hoeveelheid meststoffen voor de cannabisplanten plaatsvindt. ,,Het water dat planten niet opnemen, verversen we en gebruiken we opnieuw. Illegale kwekers weten niet wat ze zien als ze hier zijn, zo professioneel.”
De techniekkamer. Foto: Jilmer Postma
Een aantal voormalige illegale wietproducenten werkt nu in de fabriek in Drachten. Kan niet anders: hun kennis is onmisbaar. ,,Lokaal talent”, stelt Bovenschen. Voorwaarde is dat ze een Verklaring Omtrent het Gedrag kunnen overleggen. Oftewel: ze zijn nooit gepakt toen ze in een vage schuur of op een obscure zolder cannabisplanten lieten groeien.
‘Van hobby mijn beroep gemaakt’
Neem Meino. Hij is ervaringsdeskundige. ,,Ik heb van mijn hobby mijn beroep gemaakt”, vertelt hij. ,,Legale teelt heeft de toekomst. Ik begrijp niet dat we dit in Nederland niet veel eerder hebben gedaan. Ik ben blij dat we deze stappen zetten én dat ik er onderdeel van uitmaak.”
De voormalige illegale wietkwekers werken hier samen met mensen die barsten van de ervaring in ‘normale’ kwekerijen. Zo is hoofdkweker Johan expert in chrysanten. De productie van die planten heeft veel overeenkomsten met de kweek van cannabis.
Er zijn ook medewerkers die hun opleiding aan een landbouwuniversiteit hebben genoten, zoals Monica uit het Italiaanse Bari. Ze woont in Groningen.
Een bloeiende cannabisplant. Foto: Jilmer Postma
,,Wat hier gebeurt, is ondenkbaar in mijn eigen land”, zegt ze. ,,Ik vind het prachtig. Ik leer veel over de structuur van de cannabisplant, maar ook over de manieren om ziekten buiten de deur te houden.” Yme Kingma constateerde de afgelopen tijd dat er ,,ongelooflijk veel animo is om hier te komen werken”.
Voorkomen dat planten bloeien in moederruimte
Bovenschen stapt de ‘moederruimte’ binnen. Daar staan de planten die stekjes moeten voortbrengen. Ze lijken op elkaar, maar het zijn vijf verschillende soorten. In de een is het THC-gehalte (de werkende stof van marihuana) bijvoorbeeld hoger dan in de andere, en de geur verschilt per plant. Het licht is er fel en 18 uur per dag aan. ,,Je voorkomt daarmee dat de planten gaan bloeien”, zegt de directeur.
Een moederplant. Foto: Jilmer Postma
De stekjes moeten na een groeiproces van weken wél gaan bloeien, want van de knoppen wordt uiteindelijk rookbare wiet gemaakt. Dat groeien gebeurt in een van de vijf flower rooms. De stekjes zijn geplant in rockwool, het isolatiemateriaal dat ook uitstekend werkt als vochtvasthouder. Zijn de cannabisplanten 20 centimeter hoog, dan volgt registratie. Zo is wiet in de coffeeshop altijd te herleiden.
Weer een deur verder staan planten in volle bloei. Het is flink warm in deze ruimte en het ruikt er een beetje naar citroen, maar ook enigszins naar boerenkool. Hier is het licht twaalf uur per dag aan en twaalf uur per dag uit.
Dag-nachtritme
,,Flipping the plants, noemen we dat”, zegt Bovenschen. ,,Het dag-nachtritme triggert de bloei van planten. Die voelen door de afwisseling van licht en donker bij wijze van spreken dat de herfst nabij is en dat is het signaal om te gaan bloeien.”
Wietplanten in Drachten krijgen voeding en water dankzij een ingenieus systeem. Foto: Jilmer Postma
De lucht is vochtig en er wordt een flinke hoeveelheid koolstofdioxide naar binnen gepompt. ,,CO2 is voor een wietplant als eiwitpoeder voor een bodybuilder.” Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is uit den boze. ,,Cannabis is schoner dan een tomaat. Dat is echt zo. Weet je? Mensen roken toch wiet, dan kun je het maar beter zo goed en veilig mogelijk maken.”
Volgende kamer: de droogruimte. Planten hangen op de kop aan rekken. Zo loopt al het vocht eruit, 70 procent binnen 48 uur. ,,Dat moet ook, anders krijg je rot.” Het geloei van luchtdrogers is duidelijk hoorbaar.
Een secuur werkje
,,Liefst hadden we in deze kamer een hoger plafond gehad voor een betere luchtcirculatie, maar gebouw-technisch kon dat niet. Voor ons was het overnemen van dit pand de snelste manier om op de markt te komen. En ik ben niet ontevreden.” Zijn de planten helemaal droog, dan kan het knippen van de koppen beginnen. Dat is een secuur werkje.
Cannabisplanten hangen te drogen. Foto: Jilmer Postma
Laatste halte is de kluis. Daar ligt de eerste wiet van de eerste oogst in plastic zakken klaar om met beveiligd transport in tassen naar verschillende coffeeshops te worden vervoerd. Bovenschen trekt er eentje open. ,,Ruik maar.” Het spul moet 5 tot 6 euro per gram opbrengen. In een zakje zit 500 gram.
Vooralsnog beperkt Leli Holland zich in Drachten zich tot het maken van wiet. Later volgt hasj, wat ingewikkelder, bewerkelijker en duurder is. Daarvoor komen specialisten over uit Canada. Zij moeten het team in Drachten de kneepjes van het vak bijbrengen. Ook maakt de Drachtster wietfabriek over een tijdje voorgedraaide joints.
,,We zijn er nog niet helemaal, maar dat duurt niet lang meer.”
De eerste oogst is een feit en zit al in zakjes. Foto: Jilmer Postma
De coffeeshops in Drachten doen niet mee aan de proef met legale wiet, hoewel die dus om de hoek wordt geproduceerd.
Daar zijn drie redenen voor, vermeldt een raadsbrief al in 2019. Ten eerste: de ondernemers betwijfelen of een selecte groep van tien telers voor heel Nederland voor een ‘voldoende en structureel representatief aanbod’ kan zorgen.
Ten tweede: de coffeeshops in Drachten verkopen meerdere buitenlandse hasj-soorten. Tijdens het experiment mag alleen in Nederland geteelde waar worden verkocht. Maar accepteren de klanten dat?
Ten derde: het gaat om een tijdelijk experiment. Stel dat de proef niet uitmondt in nieuw landelijk beleid, dan vrezen de coffeeshophouders dat ze hun huidige leveranciers kwijt zijn.