Jojanneke Bastiaansen heeft het boek 'Babybullshit en hoe het echt zit' geschreven. Het verschijnt 25 januari bij Uitgeverij Boekerij. Ze promoveerde in de neurowetenschappen, heeft voor GGZ Friesland gewerkt, werkt bij het Universitair Medisch Centrum Groningen en is columnist voor Ouders van Nu. Foto: Corné Sparidaens
Reuzenvoeten, breinpulp en uitvallende tanden: als je alle verhalen moet geloven, zijn zwangeren flink de pineut. Wetenschapper en schrijver Jojanneke Bastiaansen uit Groningen dook in de wereld van feiten en fabels rondom de zwangerschap, en schreef haar bevindingen op in Babybullshit en hoe het echt zit.
Het raarste dat neurowetenschapper Jojanneke Bastiaansen (39) uit Groningen tegenkwam in haar zoektocht naar grootmoederswijsheden en mythen rondom de zwangerschap? Het verhaal van een vrouw met tanden in haar vagina na haar bevalling. ,,Ik hoorde erover in een podcastaflevering van Aaf Brandt Corstius en Marc Marie Huijbregts. Aaf had een boek gelezen waar dat in voorkwam, zogenaamd doordat de baby DNA in de moeder achterlaat. Ik moest het wel drie keer terugspoelen.’’
Geen zorgen, de getande vagina is een klassiek volksverhaal. Waarschijnlijk ooit ontstaan uit angst voor de vrouw en nu terug in een nieuw jasje. ,,Het is faliekante onzin’’, zegt Bastiaansen. ,,Er kan in de vagina een dermoidcyste groeien - een meestal onschuldige knobbel die vloeistof of een bepaald materiaal ontwikkelt, zoals een tand - maar dat komt vrijwel nooit voor. Zo’n cyste ontstaat bovendien al vroeg, als de vrouw zelf nog een foetus is. Het heeft dus helemaal niets met een zwangerschap of een bevalling te maken.’’
Op zoek naar de wetenschap achter de wetenschap
Bastiaansen zit op een pluchen blauwe stoel in een vrijwel leeg restaurant De Prinsenhof. Het is woensdagochtend. Naast haar staat een kop gemberthee. Haar boek Babybullshit en hoe het echt zit verschijnt 25 januari bij Uitgeverij Boekerij. Ze promoveerde in de neurowetenschappen, heeft voor GGZ Friesland gewerkt, werkt bij het Universitair Medisch Centrum Groningen en is columnist voor Ouders van Nu. ,,Ik lees graag wetenschappelijke onderzoeken. Vooral om te kijken hoe ze in elkaar steken. De wetenschap achter de wetenschap zeg maar.’’
Toen ze zo’n vier jaar geleden zwanger was van haar zoontje IJsbrand ontdekte ze hoeveel vreemde fabels rondgaan over zwangerschap, en ook hoeveel goedbedoelde maar vaak ongevraagde adviezen mensen delen over het onderwerp. Ze besloot te kijken waar die ideeën vandaan komen en belangrijker nog: of ze kloppen. Er staan ruim zestig in haar boek, verdeeld in vier delen: de zwangerschap, de bevalling, de babytijd en de peutertijd. Sommige adviezen verwijst ze met genoeg bewijs naar het rijk der fabelen, maar er zitten ook tips bij waar simpelweg te weinig onderzoek naar is gedaan om een conclusie te trekken.
,,Die heb ik er toch in gelaten, ook al heb ik geen duidelijk antwoord’’, vertelt ze. ,,Ik vind de wetenschap heel belangrijk, maar ik heb er ook een appeltje mee te schillen. Soms worden namelijk conclusies getrokken die vertekenend kunnen zijn. Door in mijn boek te laten zien hoe een bepaald advies is onderzocht, hoop ik de bullshitradar van de lezer te trainen. Soms is er best wel wat af te dingen op bepaalde conclusies.’’
Auteur Jojanneke Bastiaansen heeft het boek 'Babybullshit en hoe het echt zit' geschreven. Daarin onderzoekt ze fabels en feiten die de ronde doen over de zwangerschap, bevalling en babytijd. Foto: Corné Sparidaens
Sommige fabels bezorgen ouders een schuldgevoel
Neem bijvoorbeeld onderzoek naar gember en of dat helpt tegen misselijkheid: een veelgehoord advies. Wat blijkt? Er zijn verschillende onderzoeken naar gedaan, maar die verschillen onderling zo van elkaar dat er eigenlijk geen duidelijk advies uit te trekken valt. ‘Gelukkig is er ook nog altijd zoiets als het placebo-effect: iets helpt als je verwacht dat het helpt, niet omdat er een werkzaam stofje in zit’, schrijft Bastiaansen in het boek.
Een andere reden voor het boek is dat Bastiaansen fabels de wereld uit wil helpen, die vooral bij ouders een soort schuldgevoel opwekken. ,,Toen mijn zoontje naar de kinderopvang ging, zei iedereen: o, dan wordt ‘ie vaak ziek. Daar voelde ik me enorm schuldig door. Stuur ik hem naar zo’n bak met bacteriën omdat ik zo nodig moet werken? Maar uit onderzoek blijkt dat zodra een kind naar de basisschool gaat, hij al die ziektes alsnog krijgt.’’ Kinderen die naar de opvang gaan, zijn dus niet vaker, maar eerder ziek.
Nog zo eentje: kinderen krijgen krampjes door wat mama eet. ,,Lekker dan, heeft je kleine baby buikpijn door jou! Daar is helemaal geen bewijs voor. Kinderen hebben gewoon weleens krampen.’’
Jojanneke Bastiaansen (39) uit Groningen. Foto: Corné Sparidaens
Op zoek naar houvast
De wetenschapper heeft wel een idee waarom er juist over opvoeden en zwangerschappen zoveel - vaak ongevraagde - adviezen de ronde doen. ,,Een kind krijgen is zo’n levensingrijpende verandering waar je geen grip op hebt, dat veel mensen op zoek zijn naar houvast. En als je iemand ziet worstelen, is het een hele menselijke reactie om te willen helpen.’’
Een opvallende tip waar wel een kern van waarheid in schuilt? Pindakaas op de tepels smeren tijdens het geven van borstvoeding kan een pinda-allergie voorkomen. Daar kwam Bastiaansen haar schoonmoeder mee op de proppen.
,,Je hoeft het niet op je tepels te smeren’’, zegt Bastiaansen lachend. ,,Vroeger was het idee dat je pinda niet te snel aan kinderen moet geven omdat het een allergiegevoelig product is. Nieuw onderzoek wijst uit dat het juist verstandig is om kinderen al vroeg pindahapjes te voeren omdat het een allergie kan voorkomen. Maar dat mag gewoon met een lepel, hoor.’’
Signeersessie
Op 28 januari is Jojanneke Bastiaansen om 16:00 uur in Van der Velde Boeken aan het Akerkhof in Groningen om haar boek te signeren. (Uitgever Boekerij, 20 euro.)