Journalist Wieberen Elverdink (40) woont met zijn vrouw en drie kinderen in een middelgroot dorp, centraal in het Noorden. Hij schrijft over kleine en grote gebeurtenissen in het (dorps)leven.
,,Waarom’’, vroeg een collega laatst smalend, ,,vind jij die plat-puberale serie zo goed?’’ We hadden het over Sex Education, de Netflix-hit waarvan enkele weken geleden het derde seizoen verscheen. Die serie, even komisch en ontroerend als taboedoorbrekend, volgt een groep middelbare scholieren in een lieflijk Engels heuvellandschap en zet hen – met al hun verlangens, twijfels, impulsen en imperfecties op seksueel gebied – in een zacht licht.
De belangrijkste verhaallijn is die over de slungelige Otis en Maeve, het knappe, tikkie alternatieve woonwagenmeisje. Samen beginnen ze in seizoen 1 een illegaal seksadviesbureau voor medescholieren in een haveloos, verlaten sanitairblok op het schoolterrein. Dat blijkt een gat in de markt; de twee bouwen onder hun nogal diverse clientèle (geslacht, geaardheid, kleur, komaf) een goede naam op.
De serie bracht me terug naar de tweede klas, toen de seksuele voorlichting niet heimelijk over het dunne wandje tussen twee ranzige wc’s tot ons kwam, maar gewoon in lokaal 110. Biologie. Eerste uur. Hoofdstuk ‘Voortplanting’, pak het boek er maar bij, jongens en meisjes.
Fronsende blikken bij de complexe pentekening van een wijdbeens afgebeeld vrouwenlijf, met lijntjes naar de verschillende delen van het feminiene geslachtsorgaan. Sidderingen bij de anatomische illustratie van een in de lengte doorgesneden piemel.
Daarna het ongemak van de docent, een late vijftiger in safaribroek, die het uiteinde van de bezemsteel van een condoom voorzag, haastig en zonder omhaal van woorden – natuurlijk, hij had het ook veel liever over fotosynthese, of de ontwikkeling van ongewervelden in moessontijd.
Biologie op de middelbare school verengde seks in mijn puberteit tot een verschijnsel. Een proces. Vrijen was een handeling die je, als je niet oppaste, een kind of een soa opleverde – maar over genot en genegenheid bleef het stil.
Het leek me wijs voorlopig verre te blijven van het mijnenveld dat voortplanting heette.
In de videotheek maakte ik kennis met een andere, niet veel betere kant. In zoverre: als ik op vrijdagavonden een onschuldig VHS’je kwam huren, categorie Police Academy 4, Robin Hood, of Home Alone 3, kon ik het soms, zodra niemand keek, niet laten een tersluikse blik op de bovenste plank te werpen, de plek waar de porno stond opgesteld – je bent een onderzoekende puber of je bent het niet.
Die videohoezen verhulden weinig. Bleke, kronkelige lijven in netelige poses. Plastic emoties, woeste blikken in holle ogen. Uitpuilende kokosmatten onder fluorescerende niemendalletjes. Was dát het dan, seks? Nou, mij niet gezien.
,,Gelukkig is er nu Netflix’’, zei ik tegen de collega. ,,En gelukkig heeft iemand Sex Education geschreven.’’
Omdat die serie nieuwe generaties pubers leert dat er tussen de uitersten van het koude gemedicaliseer in lokaal 110 en de expliciete smakeloosheid van die hoogste plank nog een wereld te ontdekken is. Een spannend onverkend terrein, dat óók zijn valkuilen kent, zeker, maar waarin het vooral fijn, veilig en uiteindelijk uitbundig ontluiken is – hetero of queer, man, vrouw of non-binair, solo of met meer, lijfelijk of virtueel, in bed of in een krappe auto.
Dat seks kan stomen, vonken, maar dat die passie ook hopeloos kan doven in onzekerheid, schaamte of domme onhandigheid – en dat dat dan óók oké is.
Maar boven alles: dat een duik tussen de lakens iets is om naar uit te kijken.