‘Lex is toch normaal?’, vraagt zoon, als we Koningsdag kijken. Ik wijs op ‘beetje dom’, coronavakanties en ’Prins Pils’. ‘Wel aardige kerel schijnt het’ | column Herman Sandman
Zoals half Nederland zitten wij, vrouw, jongste zoon en ik, op Koningsdag toch weer voor de buis. En zoals half Nederland voorzien wij de beelden uit Dokkum van commentaar.
Als Amalia langs loopt zeg ik bijvoorbeeld: „Lijkt stuk dunner.”
„Klopt”, zegt mijn vrouw, „ze is behoorlijk afgevallen.”
„Zit in het leger”, vul ik aan. Zoon knikt: „Reservist.”
Wat niet zo is, de kroonprinses is werkstudent bij de luchtmacht, maar behalve mijn vrouw, die goed op de hoogte is van onze royals, roepen zoon en ik maar wat, op basis van hearsay.
Hij zegt dat Ariane een aandoening zou hebben, ik meen Alexia, waarna Laurentien in beeld komt. O ja, grensoverschrijdend gedrag in de toeslagenaffaire. En kijk, de pandjesprins. Zopas gescheiden, wellicht vanwege zijn vreemdgaan.
„Nog altijd die bril”, schamper ik, „niet te doen.”
„Eigenlijk is met alle leden van het koningshuis wel wat”, vat ik samen, „de vader van Máxima zat in een regering die mensen uit helikopters gooide, affaire Mabel en ga zo maar door.”
„Lex is toch normaal?”, vraagt zoon. Maar ik wijs op ‘beetje dom’, coronavakanties en ’Prins Pils’. „Wel aardige kerel, schijnt het.”
En ik benoem maar weer eens dat ik tegen het koningshuis ben. Kost klauwen met geld, niet meer van deze tijd en net even te veel affaires, met het logeren bij Trump als jongste dieptepunt.
„Maar dat schrijf ik niet op”, brom ik als ik weer aan het werk ga, „komen er altijd ingezonden brieven. Ons koningshuis is heilig.”
„Weet je”, veert mijn vrouw op, „ik haal snel oranje tompoezen en ander lekkers. Het is toch feest en de winkel is tot 1 uur open.”