Hulpverleners maandag bij bultrug Timmy. De walvis ligt bij het eilandje Poel, ten noorden van Wismar in Duitsland. Foto: AFP/Danny Gohlke
Jan-Willem Zwart (55) uit Buitenpost volgt als landelijk strandingscoördinator walvisachtigen de ontwikkelingen rond de in de Duitse Oostzee vastgelopen bultrug Timmy op de voet. Anders dan in Duitsland heeft Nederland een protocol.
Hoelang ben je al strandingscoördinator walvisachtigen?
„Bijna vier jaar, vanaf dat ik hoofd van de Waddenunit ben. Het hoort bij de functie, ik ben rijksambtenaar in dienst van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.”
Heb je sindsdien met strandingen te maken gehad?
„Zeker, je hebt grote en kleine walvisachtigen. Daar vallen ook dolfijnen onder, we hebben bijvoorbeeld een paar strandingen van levende spitssnuitdolfijnen gehad. De kustwacht belt mij dan en SOS Dolfijn. Bij grotere dieren gaat het meestal om dode dieren die stranden, zoals twee weken geleden de potvis bij Renesse in Zeeland.”
Voor strandingen van levende walvisachtigen groter dan vijf meter heeft Nederland sinds 2012 een walvisprotocol. Wij hebben geleerd van de stranding van bultrug Johanna op een zandplaat bij Texel. Die bezweek na een doodsstrijd van honderd uur.
„Dat klopt. Daarvoor waren dieren groter dan vijf meter niks voor de wet. Sindsdien is het zo geregeld dat zo’n dier na een melding van de Kustwacht van het ministerie van LVVN is, daardoor kunnen wij wat bewerkstelligen. De leidraad is heel duidelijk: binnen twaalf uur vormen we een adviesteam, bestaande uit mensen van de universiteit, SOS Dolfijn, het ministerie en dierenartsen.”
„De eerste optie is volledig inzetten op redding. Dat moet heel zorgvuldig. Je kan niet zomaar aan de staart van een walvis trekken, voor je het weet bezorg je zo’n dier een dwarslaesie. Van alles weggraven onder de walvis is ook heel spannend. Hij gaat spartelen met zijn staartvin, daar komt heel veel energie bij vrij. Dat kan gevaarlijk zijn en een dier kan zichzelf verwonden.”
„Meestal is het zo dat je wat moet doen aan het lijden, dat is de andere optie. De massa van zo’n dier is niet gebouwd om op land te liggen. Euthanaseren hoort daar ook bij.”
Voor de kust van Ameland was een kleine twee jaar geleden wel een succesvolle reddingsactie van een jonge bultrug van een meter of zeven.
„Dat was heel spannend. Het is de KNRM toen gelukt met kleine bootjes richting het zeegat tussen Schiermonnikoog en Ameland te begeleiden. Dat dier is voor zover bekend niet teruggekomen en ook niet dood aangespoeld. Bijna uniek.”
Duitsland heeft nog geen protocol en worstelt nu al vier weken met de naar schatting twaalf meter lange bultrug Timmy. Reddingsacties zijn mislukt en iedereen lijkt zich met het lot van het gestrande dier te bemoeien.
„Zo’n walvisstranding is eigenlijk een crisis die ontstaat, dat zie je nu in Duitsland. Een media-crisis: iedereen vindt er wat van, er komt van alles op gang, dat heb je niet in de hand. Bij zo’n situatie is niemand gebaat.”
De overleden bultrug Johanna op De Razende Bol bij Texel, in december 2012. Foto: ANP/Nico Jankowski
Het nieuwste, hoogst omstreden, plan is de bultrug in een stalen aquarium een kilometer of 400 te verslepen naar de Noordzee, gefinancierd door twee Duitse multimiljonairs. Volg je dit op de voet?
„Ja, ja. Of het dier in de Noordzee bij ons in beeld komt? Dat zou heel goed kunnen. Ik vind het heel spannende ontwikkelingen om met zo’n groot dier, zo lang te slepen. Het dier heeft al heel wat mee gemaakt.”
Is het eigenlijk wel verstandig om gestrande walvissen een naam te geven?
„Het gebeurt. Op die manier worden dieren heel erg gepersonaliseerd. Ik spreek liever van de bultrug van Duitsland.”