Suze Commandeur van Vandeeg Vandaag in Groningen. Foto: Jaspar Moulijn
Veel contact met klanten, kleinschalig, niet meer midden in de nacht bakken en veel carrière switchers: er is de laatste jaren een nieuw soort bakker ontstaan. En veel van van hen zijn vrouw. Wie zijn deze vrouwen?
Suze Commandeur (33), Vandeeg Vandaag in Groningen
„Ik kom uit een geitenwollensokkengezin, dus ik eet mijn hele leven al goed brood. Natuurlijk at ik ook weleens een wit broodje met pindakaas en hagelslag, maar mijn ouders waren altijd bezig met waar ons eten vandaan komt. We hadden kippen en één keer per jaar kochten we een rund. Dat vlees ging in de vriezer en daar konden we lang van eten.”
„Ik wilde tuinder worden, maar toen ik bij een tuinderij in Deventer werkte, mocht ik elke week brood bakken. Dat vond ik leuker. Als tuinder ben je altijd met een planning van een jaar bezig, dat vond ik lastig. Met brood bakken is alles veel directer. Ik heb de eigenaren van Vandeeg Vandaag benaderd of ik daar bakker mocht worden. Daar waren ze heel enthousiast over. Terwijl dit werd verbouwd (Vandeeg Vandaag zit in voormalig tankstation Dudok, red.) ben ik stage gaan lopen bij verschillende bakkerijen.”
Suze Commandeur van Vandeeg Vandaag in Groningen. Foto: Jaspar Moulijn
„Bakker zijn is traditioneel gezien niet echt een vrouwenbaan, omdat het fysiek zwaar kan zijn. Je moet veel zwaar tillen; ik hoef zelf echt geen krachttraining meer in de sportschool te doen. Maar je kunt van bijna alle banen zeggen dat het traditioneel geen vrouwenbaan is, omdat vrouwen in het verleden alleen thuis werkten. Volgens mij is werken met je handen sowieso steeds meer in trek, niet alleen bij vrouwen. Veel mensen zijn zat van hun computerbaan.”
Noortje van Gemmert (30), Bakkerij Vlier in Klijndijk
„Wij zijn een generatie die zijn opgevoed met het idee dat je kunt doen wat je leuk vindt. Dat je blij mag worden van je werk. Brood bakken is mijn passie, een soort verslavend project. In onze eigen bakkerij kan ik een werkplek creëren waar ik kan floreren. Ik kan veel stress krijgen door druk van de buitenwereld. Hier voel ik dat minder. Ik heb ook dyscalculie. Dat is niet erg handig bij brood bakken, maar we hebben het zo geregeld dat het toch werkt.”
„Ik heb een tijd vrij afgelegen in Noorwegen gewoond en daar maakte ik alles from scratch. Als ik een broodje hamburger wilde, maakte ik zelf broodjes, mayonaise, burgers, alles. Want het was er gewoon niet. Daar ontstond mijn liefde voor brood. Eenmaal terug in Nederland verdiepte ik me er verder in. Drie jaar later bleek een lokaal in de voormalige school naast de kinderopvang van mijn moeder vrij te komen. Mijn brood was nog niet goed genoeg, maar we namen het lokaal toch. De eerste tijd verkochten we de broden voor een euro per stuk. Tot klanten zeiden dat ze er graag normale prijzen voor wilden betalen.”
Noortje van Gemmert met haar vriend Rob Nijsink van bakkerij Vlier in Klijndijk. Foto: Yan Kei Lo
„Het is een klein dorp, maar mensen rijden hier graag een stukje extra voor. Dat merk ik ook uit de waardering van klanten. Als wij een paar weken vrij nemen, moedigen mensen dat aan. Ze willen dat we rusten zodat we door blijven gaan.”
„Voordat ik begon met Stoet, zag ik een documentaire over een bakkerij in het Midden-Oosten. Die man had een oven waar het hele dorp met eigen brooddeeg brood kon bakken. Die bakkerij had een heel belangrijke functie in de gemeenschap. Hier kan een bakkerij net zo’n functie hebben. Het kan een plek zijn om elkaar te ontmoeten, in een tijd dat zulke plekken in dorpen steeds schaarser worden. Dat sociale aspect van een bakkerij vind ik interessant. Dat in combinatie met een behoefte om terug naar de basis te gaan, maakte dat ik bakker werd.”
Steffie Herbrink van Bakkerij Stoet in Glimmen. Foto: Jaspar Moulijn
„In mijn werk in de psychiatrie moest ik heel veel nadenken, maar ik kon nooit 100 procent met een oplossing komen. Het was nooit genoeg. Bakken is eigenlijk heel simplistisch. Een afgerond geheel. Je hebt water, meel, zout en een starter. Dat maak je tot een brood, een ander koopt en eet het, en het proces begint opnieuw. Brood is een heel alledaags product, bijna iedereen eet het dagelijks. Desem is wel luxebrood, maar het is ook weer niet de nieuwste iPhone.”
„Mijn overgrootopa was ook bakker. Hij werkte met een kolenoven, daar werd hij heel vies van. Zijn vrouw stond in de winkel, heel traditioneel. Dat is veranderd, zoals zoveel veranderd is vergeleken met die tijd. Maar er gebeurt sowieso veel in de bakkerswereld. Mensen denken veel meer na over de vraag: willen we harde productie draaien in de nacht of willen we ambacht en verbinding met klanten?”
Sonja Kilsdonk (61), Kilsdonker-Bruin in 2e Exloërmond
„Ik heb jarenlang in de salarisadministratie gewerkt. Ik hikte er al een hele tijd tegenaan dat ik graag een bakkersopleiding wilde doen bij Bakery Institute, maar dat kon ik niet combineren met mijn werk. Tot mijn partner zei: ‘Als je het echt wil, moet je het gewoon doen’.”
Sonja Kilsdonk van bakkerij Kilsdonker-Bruin in 2e Exloërmond. Foto: Cor Lasker
„Eind 2018 heb ik ontslag genomen en heb ik allerlei cursussen en de vakopleiding bij Bakery Institute gedaan. In maart 2020 begon ik met broden verkopen aan huis, in het Westen. Ik kon dit doen omdat we kunnen leven van het loon van mijn partner. Met de bakkerij verdienen we terug wat we investeren, plus wat extra’s. Het scheelt ook dat ik geen huur heb. Mijn bakkerij zit in de garage naast mijn huis en verder doen we alles zelf: van verbouwen tot administratie. Als jonge meid was dit echt geen optie. Er moesten centjes verdiend worden, maar als ik om half 5 vrij was stond de oven om 5 uur aan en was ik aan het bakken.”
„In 2022 verhuisden we naar Drenthe. De notaris moedigde me aan om ook hier een bakkerij te beginnen. ‘Het wordt een succes omdat we zuurdesem hier niet kennen.’ Ik bood echt wat anders aan dan je bij de reguliere bakker of supermarkt kunt kopen en dat sloeg aan. De gemeente en dorpsbewoners waren erg blij dat er weer een bakker in het dorp zat, er kwam weer leven in het dorp.”
Waarom zijn veel nieuwe bakkers vrouw?
„Het clichébeeld van de bakker is een witte, iets te dikke man die diep in de nacht keihard aan het werk is”, zegt Suzanne van Rhijn van Bakery Institute. „Ik denk dat een nieuwe generatie bakkers een andere invulling geeft aan het beroep en dat het daardoor aantrekkelijker is geworden voor vrouwen.”
Wat ze dan precies doen? „Er is meer sociaal contact, doordat de bakkerijen vaak open zijn. Doordat ze andere producten maken, zoals zuurdesem, hoeven ze niet midden in de nacht te werken. Dat maakt het fysiek minder zwaar. Daardoor zien we ook dat personeelstekort een minder groot probleem is bij deze bakkerijen.”
Bakery Institute in Zaandam is een opleidingscentrum voor bakkers. Van aspirant professionals tot thuisbakkers. Veel bakkers in het Noorden hebben hier ook een opleiding gevolgd. „Het doel bij de oprichting was om verandering teweeg te brengen in de sector”, zegt Van Rhijn. „Er waren zoveel sluitingen en worstelingen, er was een frisse wind nodig.”
Volgens Van Rhijn zijn bij veel cursussen en opleidingen vrouwen in de meerderheid. Officiële cijfers zijn er niet. „De KvK telt de vrouwen in de winkel ook mee, dan zijn vrouwen sowieso in de meerderheid. Het is natuurlijk ook zo dat meer vrouwen nu vrouwelijke bakkers zien. Dat werkt uitnodigend.”
„Maar we moedigen studenten aan om stage te lopen bij een bakkerij voordat ze onze opleiding volgen. Helaas krijgen ze dan vaak ontmoedigende opmerkingen. ‘Zou je dat nou wel doen? Dat is wel heel zwaar voor een vrouw’.”
De belangrijkste doelgroep van Bakery Institute zijn mensen die van carrière willen veranderen. Meestal verlaten ze een kantoorbaan. „Ze zijn op zoek naar betekenisvol werk.”
Brood bij bakkerij Stoet in Glimmen. Foto: Jaspar Moulijn
Dit is een mini-serie over de nieuwe bakkerij. Lees hier de vorige afleveringen: