Sieger Leever vond een economische studie de meest logische. 'Daar lagen de grootste baankansen, de hogere lonen' Foto: Corné Sparidaens
We wisselen al jaren steeds vaker van beroep, ook naar beroepen beneden ons opleidingsniveau. Wint het praktische beroep aan populariteit? „Kantoorbanen zijn ideale banen om weg te dromen over wat je eigenlijk wél zou willen doen.”
Hij wist altijd al dat hij hield van dingen maken. Sieger Leever (35) repareerde als tiener al fietsen en computers, maakte meubels en kluste bij vrienden. Maar om daar nou zijn werk van te maken, dat was in zijn hoofd nooit een serieuze optie geweest.
„Toen ik een studiekeuze moest maken, was een studie in een economische richting de meest logische optie.” Daar lagen de grootste baankansen, de hogere lonen. „Mijn ouders hebben me nooit gepusht, maar mijn omgeving beïnvloedde me wel onbewust. Waarom zou je niet kiezen voor meer zekerheid en een beter loon?”
Via een baan als bedrijfsleider in een ICT-winkel kwam Leever terecht in de sales bij een softwarebedrijf. „Eindelijk een serieuze baan, dacht ik. Ik had genoeg uitdaging, kon mezelf ontwikkelen en had serieuze klanten in beheer.”
‘Waarvoor doe ik dit eigenlijk?’
Toch begon hij na een paar jaar te twijfelen. „Het ging heel goed, maar ik was continu bezig met cijfers, contracten, offertes, telefoontjes en mailtjes. Ik vroeg mezelf steeds vaker af: waarvoor doe ik dit eigenlijk?”
Na gesprekken met een loopbaancoach hakte hij tweeënhalf jaar geleden de knoop door. Hij zegde zijn baan op, volgde een timmeropleiding en werkt nu in de restauratie bij bouwbedrijf Jurriens Noord. „Alles viel op zijn plek: de oude gebouwen, materialen en vooral het resultaat van mijn werk.”
Ommezwaai
Leever is niet de enige. In de rubriek De Ommezwaai portretteert Dagblad van het Noorden wekelijks noorderlingen die het roer omgooien. Niet zelden gaat het om een switch van een kantoorbaan naar een praktisch beroep. Van manager naar ontwerper, van architectuurgeschiedkundige naar timmerman en van journalist naar boswachter. Wint het praktische beroep aan populariteit?
Volgens Annemarie Resink, directeur van regio Noord bij loopbaanadviesbureau Van Ede, kiest zo’n 10 procent van de hoogopgeleide noorderlingen bij een baanwissel voor een praktisch beroep. „En ik durf wel te stellen dat daar een stijgende lijn in zit.”
Loopbaancoach Ruud Dekkers van OntDekkers uit Gieten herkent dat beeld. „De mensen die ik coach zijn vaak op zoek naar een baan waarin ze meer voldoening ervaren en meer resultaat zien van hun werk. In veel gevallen kom je dan uit op een praktisch beroep.”
Rationele keuze
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houdt sinds 2013 cijfers bij van het aantal baanwisselingen. In de eerste drie kwartalen van 2025 wisselden er 355.000 werkenden naar een lager beroepsniveau. Tien jaar eerder waren dat in dezelfde periode 245.000.
Hoe dat komt is gissen, maar Dekkers denkt mensen geneigd zijn voor hun opleiding een rationele keuze maken. „Veel van de mensen die ik begeleid, hebben gekozen vanuit de vraag: hoe hoort het?”
Hoe ‘het hoort’, hangt af van je omgeving, maar ook van de maatschappij. Al decennia ligt de focus op doorstuderen, zegt Resink: „Ik ben in de jaren 80 afgestudeerd. Als je geen titel had, was je minder.” Die focus op doorstuderen kan leiden tot mismatches. „Mensen bij wie een praktisch beroep misschien beter past, gaan zich op een gegeven moment achter hun laptop afvragen: is dit het wel?”
‘Wie een timmerman nodig heeft, kan maanden wachten’
Maar ook het imago van praktische beroepen is verbeterd, denkt Resink. „Mede door het tekort in bepaalde sectoren. Wie een timmerman nodig heeft, kan maanden wachten. Het maakt dat we merken hoe belangrijk die vaardigheden zijn, en vakmanschap meer waarderen.”
Daarnaast is van een aantal praktische beroepsgroepen de lonen gestegen. „In de bouw en techniek bijvoorbeeld, maar ook in het onderwijs. Het zorgt ervoor dat mensen voor wie een goed salaris belangrijk is, ook eerder overwegen die switch te maken.”
Leever moest 15 procent van zijn loon inleveren. „Ik had in mijn oude baan nog niet de top bereikt, dus het was te overzien. Maar ik moest wel een stap terug doen.” Voor hem kon het uit. „Ik had nog geen kinderen of koophuis. Dan was het moeilijker geweest.”
Hij is niet de enige bij Jurriens Noord die een ommezwaai heeft gemaakt. Het bouwbedrijf verwelkomde in de afgelopen vier jaar zeker acht zijinstromers, waaronder een stedenbouwkundige, psycholoog, een aan het conservatorium afgestudeerde organist en een afgestudeerd rechtenstudent.
Sieger Leever moest voor zijn carrièreswitch 15 procent van zijn loon inleveren. 'Ik had nog geen kinderen of koophuis. Dan was het moeilijker geweest'. Foto: Corné Sparidaens
We wisselen sowieso meer
Een kanttekening bij de cijfers van het CBS is dat we sowieso meer van baan wisselen. Er kiezen meer mensen voor een lager beroepsniveau, maar óók meer voor een baan in hetzelfde of een hoger beroepsniveau.
„Je kan het ook zo zien: we switchen meer naar lagere beroepsniveaus omdát we meer switchen”, zegt Rudi Wielers, hoofddocent sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. „En dat we meer wisselen kan allerlei oorzaken hebben: een hang naar flexibiliteit, werkgevers die te weinig in hun werknemers investeren.”
‘Een kantoorbaan kan zinloos voelen’
Wielers herkent wel de ervaren nadelen bij een kantoorbaan. „Ze kunnen zinloos voelen, omdat je geen direct resultaat ziet. Daarnaast is het ook weinig fysiek. Het zijn ideale banen om weg te dromen over wat je eigenlijk wél zou willen doen.”
Maar het resultaat van die onvrede is volgens hem eerder dat meer mensen ervoor kiezen een praktisch beroep of hobby uit te voeren naast hun hogeropgeleide baan. Een advocaat die een paar dagen in de week loodgieter is, bijvoorbeeld. „Zodat je naast je baan met een goed salaris en genoeg mentale uitdaging ook die fysieke uitdaging hebt. En concreet resultaat.”
Dat het imago van praktische beroepen zou zijn opgekrikt, vindt hij een te geromantiseerd beeld. De focus op doorleren en een hoog niveau zit echt nog heel sterk in onze samenleving, ziet hij. „Ik moet de ouders nog tegenkomen die tegen hun kind zeggen: kies vooral een vakopleiding.”
20’ers en 30’ers meer bezig met werk-leefbalans
Resink denkt dat het imago in de afgelopen veertig jaar wel degelijk is veranderd. „Zeker onder 20’ers en 30’ers. Die generatie is meer bezig met een werk-leefbalans. Het gaat bij hen meer over ‘waar word ik blij van?”
Voor Leever is die vraag beantwoord met zijn nieuwe baan. „Ik heb nagedacht over de vraag wat mij gelukkiger zou maken: meer geld, of doen wat ik echt leuk vind. Nu kan ik zeggen dat dat het laatste is.”