Bistro Le Marronnier zit ietwat verborgen in de Korrewegwijk, waar het tijdens ons bezoek nog lekker winters is. Foto: Carleen de Jong
Franse bistro’s, met de kenmerkende entrecôte en gerechten vol room en boter, schoten de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond in Nederland. Leuk, zoveel nieuwigheid, maar Groningen heeft al ruim twintig jaar een parel van een bistro: Le Marronnier.
Waar zijn we?
Een beetje restaurantfan is het opgevallen: Franse bistro’s zijn populair. In Groningen opende eind 2025 bijvoorbeeld Bistro Entrecôte. In Niehove kwam Bistro Eisseshof, met een hoofdrol voor Groningse vlees, zuivel en aardappels. En Parool had het over een ‘overdosis Franse bistro’s’ in Amsterdam.
De inrichting van Le Marronnier is typisch voor een Franse bistro. Foto: Carleen de Jong
Tussen al die nieuwigheid kan één bistro in Groningen een bron van inspiratie vormen. Le Marronnier, knus weggestopt in de Korrewegwijk, bestaat ruim twintig jaar. De chefs koken er volgens klassieke Franse principes met ook wat Italiaanse en Spaanse invloeden.
Le Marronnier aan de Tweede Hunzestraat in Groningen. Foto: Carleen de Jong
Een Franse bistro, wat houdt dat precies in?
Een bistro is klein, informeel, gezellig en vooral niet pretentieus. Vanavond bij Le Marronnier zit een groep jongens met FC Groningen sjaaltjes aan de lange tafel naast ons. Hun geschreeuw overstemt bijna elk gesprek. Een van de koks omhelst een van de jongens hartelijk bij het afscheid. Het transporteert mij terug naar een Parijse bistro waar ik vorig jaar was. Met te veel tafels voor de te kleine ruimte, een gastheer die schalks meedeed met hard praten, rijkelijk vloeiende rode wijn en de hele avond Franse muziek.
Bij Le Marronnier liggen overal snuisterijen en (lege) flessen wijn. Foto: Carleen de Jong
Bij Le Marronnier zie ik twee paar schoenen onder een grote wijnkast liggen, de keuken is mini en open waardoor het hele restaurant naar rijke gerechten ruikt en afwassen gebeurt achter de bar in het restaurant. Overal hangen en liggen willekeurige snuisterijen, kookboeken en (lege)flessen wijn.
Le Marronnier heeft een kleine keuken en afwassen gebeurt in het restaurant. Foto: Carleen de Jong
En het menu?
De kaart is overzichtelijk en klassiek. Hier geen verrassingsmenu, je mag zelf kiezen. Alles is in het Frans geschreven met eronder een Nederlandse vertaling. Denk aan escargots (slakken), coquilles St. Jacques (gegratineerd) en cuisse de canard (gekonfijte eendenbout).
De amuse: paté van verschillende zwammen. Foto: Carleen de Jong
Als amuse krijgen we knapperige crackertjes met een paté van kastanjechampignons, oesterzwam en cantharellen. De smaak van hartige paddenstoelen is overweldigend. Het gerecht lijkt vrij simpel: gebakken en gepureerde champignons met een goede lading boter. Toch is het geheel verrassend licht.
We drinken de twee rode huiswijnen (een negroamaro en een merlot/cabernet sauvignon), die allebei aan de zoete kant zijn en makkelijk wegdrinken.
Wat bestel je?
We beginnen met een kom warme, romige preisoep en een rustiek bord vitello tonato. De soep barst van de smaak; hartig, maar ook een beetje zoet zoals goed gegrilde prei zo mooi kan zijn. Er ligt een plak camembert in, dat ziet er wat onsmakelijk uit (het lijkt op een haring), maar het maakt de gladde soep extra romig en hartig en zorgt voor een beetje structuur.
Voorgerechten bij Le Marronnier: preisoep en vitello tonnato. Foto: Carleen de Jong
De plakjes vitello tonato (kalfsvlees) zijn ongelijk gesneden, sommige zijn aan de dikke kant. Ook is het gerecht net te koud, dat is vooral bij de kwartjes tomaat storend. Verder is het een overdadig voorgerecht, met veel vlees, een goede hoeveelheid zilte tonijnmayonaise en lekker veel kappertjes. Het verse, luchtige brood met superknapperige korst (van Microbakkerij Omni in Stad) gaat er goed bij.
En de hoofdgerechten?
De wildzwijn stoof met zwarte bessen en ernaast een stevige maar qua smaak zachte aardappelpuree is een feestje. Het vlees ligt in stevige blokjes in de saus, maar is erg mals en de randen zijn licht gekarameliseerd. De saus is hartig, maar door de vele (hele) bessen ook zoet en zuur. Het is daardoor geen klassieke winterse stoof waarin je wil verdrinken na een dag in de sneeuw. Ik zie mezelf dit ook eten in de lente.
Dan het enige vegetarische hoofdgerecht op de kaart, de ravioli met oesterzwam en truffel en een saus van gorgonzola. Dit is (los van de pasta) de belichaming van de Franse keuken: een rijke saus, romige smaken, zachte structuren. Maar ook licht waar dat passend is, de vulling is een beetje zuur. Het doet denken aan de paté van de amuse.
Hoofdgerechten bij Le Marronnier: stoof van wild zwijn en ravioli met oesterzwam en truffel. Foto: Carleen de Jong
We krijgen er grove frieten bij met een geweldige zelfgemaakte mayonaise: licht en met wat mosterd. De salade is fris maar simpel.
Doen bistro’s ook aan goede toetjes?
Deze wel. De mousse van chocolade lijkt op het eerste gezicht minimaal in formaat (drie dunne golfjes), maar bij de eerste hap blijkt meteen dat dit een zware mousse is. Er is geen ontkomen aan de pure cacaosmaak, maar qua structuur smelt het geheel snel weg. Hij is geniaal. En ook de met calvados (een Franse drank gemaakt met appels) geflambeerde appels zijn een fijne afsluiter. De appels zijn nog knapperig en lekker zoet.
Desserts bij Le Marronnier: chocolademousse en appels geflambeerd in calvados. Foto: Carleen de Jong