Henk Roede van Museumdrukkerij IJzer & Lood nam onlangs een verbijsterende collectie over van de overleden Friese notaris Hylke Wierda uit Leeuwarden, waaronder deze fraaie Columbian Printing Press uit 1813. Foto: Nienke Maat
Museumdrukkerij IJzer & Lood in Grootegast ontfermt zich over de indrukwekkende collectie drukpersen uit de duizelingwekkende nalatenschap van notaris en verzamelaar van verzamelingen Hylke Wierda (1937–2024) uit Leeuwarden.
Het is kil in de loods van het voormalige mechanisatiebedrijf aan de Langeweg in Grootegast. Een treiterige, ijskoude regen kletst tegen de ramen. Henk Roede (52) verontschuldigt zich bijna voor de in zijn ogen ietwat chaotische situatie: dofzwarte drukpersen en oude letterkasten staan kriskras door elkaar. „We zijn druk bezig met de verhuizing.”
Hij is de CEO, oprichter/initiatiefnemer/directeur/verhuizer/curator en conservator van het drukkerijmuseum dat naar verwachting voor de zomer de deuren opent, en deelde tot voor kort een ruimte met het Victory Museum en het LEGiO Museum, die in het voormalige LEGO-hoofdkantoor zijn gehuisvest. Roede: „Het beviel daar prima hoor, maar nu zijn we baas in eigen huis.”
De museumdrukkerij verhuisde onlangs van het onderkomen in het oude LEGO-hoofdkantoor naar een voormalig mechanisatiebedrijf. Foto Nienke Maat
Roede, zelf oud-drukker, klopt op een wonderlijk gedecoreerde drukpers. „Kijk, dit is wel een bijzonder fraai exemplaar. Deze is rond de tijd van de Slag bij Waterloo (1815, red.) uitgevonden door George Clymer, een Amerikaan. Dit is een Columbian Printing Press.”
De pers is een bonk symboliek. Het contragewicht bestaat uit een Amerikaanse adelaar, een hoorn des overvloeds banjert over het ijzer en een dolfijn – die er toch wel erg draakachtig uitziet – drijft over de bovenkant. Twee slangen, die symbool staan voor Hermes, de boodschapper van de Griekse goden, kronkelen over de zijkant.
Het museum beschikt over een grote hoeveelheid letters die vroeger voor het drukken van kranten en ander drukwerk werd gebruikt. Foto Nienke Maat
Maar dat is niet zozeer wat deze pers anders dan anders maakte. Een vernuftig systeem van hefbomen zorgde voor een verbluffende drukkracht waardoor een krantenpagina reeds bij de eerste poging puntgaaf werd afgedrukt. „Destijds waren de meeste persen nog van hout gemaakt. Deze …” — hij klopt met een liefdevol ‘bonkbonk’ weer op het ijzer — „was veel steviger en duurzamer. Maar vanwege het gewicht was hij moeilijk te vervoeren en hij was ook een stuk duurder. Het sloeg dus niet meteen aan.”
‘Het was net pakjesavond’
De Columbian Printing Press is een van de tientallen drukpersen die het museum overnam uit de collectie van notaris Hylke Wierda uit Leeuwarden, die in februari vorig jaar overleed. „Die stond in een voormalig gymnastieklokaal nabij de woning van de notaris.” Hij glimlacht bij de herinnering. „Het was helemaal tot de rand gevuld. Ik moest klimmen en klauteren om alles goed te kunnen bekijken. We zijn ook in het huis geweest om andere spullen te bekijken.” Weer die glimlach. „Deze man was een echte verzamelaar. Geweldig! Het was net pakjesavond! Och, het was allemaal prachtig.”
Het museum opent voor de zomer van 2026 de deuren voor het publiek. Foto Nienke Maat
Hij wijst naar een fraaie houten balie die nu nog wat verweesd in het museum staat. „Zie je die? Komt daar vandaan. Je wilt gewoon niet geloven wat we allemaal vonden. Zo was ik al jaren op zoek naar bepaalde onderdelen voor een type drukpers. Nergens en nergens te vinden. Je raadt het al: daar lagen ze in een doos.”
Hij schudt zijn hoofd. „Echt fantastisch. Je wist gewoon niet waar je kijken moest. Een biljarttafel in de woonkamer was helemaal gevuld met oud speelgoed. En echt geen raar spul of zo. Die man had een goed oog voor kwaliteit.”
Twee zogeheten stypen, waaronder de laatste voorpagina van de Leekster Courant die op de pers in Leek is gedrukt. Foto Nienke Maat
De machines, de letterkasten; ze vallen prettig in het oog. En toch heeft de aanblik iets onuitsprekelijks treurigs. De drukpersen zijn nooit gemaakt om tentoon te stellen. Ooit vormden ze het kloppend hart van drukkerijen, uitgeverijen en kranten. De kasten liggen nog vol met loden lettertypes met – voor de leek – cryptische beschrijvingen op de naamplaatjes van de lades als ‘Lectura mager 16 pt.’ en ‘Folio smalmager 12’. Lades waar de letterzetters van toen blind een greep in deden om de juiste letter weer tevoorschijn te halen. Ze herinneren aan een bijna vergeten wereld van bijna vergeten ambachten.
Redding bij stroomstoring
„Een beetje moderne drukpers kostte nog niet eens zo heel lang geleden 150.000 gulden”, vertelt Roede, zelf oud-drukker. „Daar kocht je destijds een woning voor. Nu gaan ze naar de schroothoop, hoewel er hier en daar nog kunstenaars en amateurdrukkers zijn die ermee werken.”
Deze drukpers uit Nieuw-Zeeland staat nu nog in de opslag en verhuist naar Museumdrukkerij IJzer & Lood. Bron Henk Roede
Maar niet alle drukpersen leiden in het museum een verstild bestaan. Hij gebaart naar een nog lege ruimte. „Die wordt ingericht als een drukkerij uit de jaren zestig en deze gaan we ook gebruiken.”
Ergens in Brabant staat in een loods een tonnen zware drukpers uit de jaren zeventig op vervoer naar Grootegast te wachten. „Die pers komt uit Nieuw-Zeeland en is een van de weinige persen waarmee je nog kranten met loden letters kunt drukken.”
Hij glimlacht bij het idee. „Dus mocht er zich in de toekomst ooit een grote stroomstoring voordoen, hetgeen vandaag de dag niet heel ondenkbaar is, dan kunnen wij nog steeds kranten drukken.”
Hylke Wierda
De drukpersen in het museum in Grootegast stonden decennialang in een voormalig gymnastieklokaal in Leeuwarden nabij de woning van notaris Hylke Wierda, die ze met een raak oog verzamelde. Hij overleed in februari dit jaar. „Er staan er nog twee, best een vreemd gezicht”, zegt zijn dochter Marion Wierda (58). „Het is een gek idee dat ze voor het overige nu weg zijn, maar we zijn erg blij dat ze goed terechtkomen. Wij vroegen ons natuurlijk ook af wat we met die drukmachines moesten beginnen.”
Marion Wierda in het oude gymnastieklokaal waar de drukpersen van haar vader stonden. Foto: Hoge Noorden/Jaap Schaaf
‘Wij’ zijn de drie notarisdochters die het afgelopen jaar druk bezig zijn geweest de nalatenschap van hun vader in zijn geest af te wikkelen. Geen geringe opgave, want de notaris was bij leven een hartstochtelijk verzamelaar van … ja, waar eigenlijk niet van?
Moderne kunst
Wierda: „Moderne kunst bijvoorbeeld. Hij bezat werken van onder anderen Armando en Schoonhoven. Het werk van de Friese kunstenaars Sies Bleeker en Willem van Althuis lag hem nauw aan het hart. Maar hij hield ook veel van etnografica, vooral van kunst uit Afrika en Papoea-Nieuw-Guinea. Ook verzamelde hij scheepsmodellen, stoommachientjes en jazzplaten. Hij leidde zijn leven eigenlijk als een jamsessie. Hij was ook geen standaardvader. Wij kenden hem als een eigenzinnige man die wij met verbazing en verwondering bekeken. Hij nam ons mee naar musea en concerten. Prachtig natuurlijk, er gaat een wereld voor je open. Maar we kregen ook het gevoel dat we aan een hoge standaard moesten voldoen. Hij had zulke uitgesproken meningen. Als tieners hebben we daar wel mee geworsteld. Maar we weten zeker dat hij veel van ons hield en trots op ons was.”
Hylke Wierda zoals hij vaak zat: aan de keukentafel met een drankje en een versnapering. Foto: Familie Wierda
Ze sluit niet uit dat haar vader over het ‘artistieke gen’ beschikte dat in de familie sluimert. „Tijdens stamboomonderzoek stuitte ik op een aantal personen bij wie dat gen in ruime mate aanwezig was. Er was een schilder bij van wie werk in het Rijksmuseum hangt. Ook was er een kamerheer van koning Lodewijk Napoleon die later naar Leeuwarden vertrok (de kamerheer, niet de koning, red.) en pentekenaar werd. Mijn vader maakte dan niet zelf kunst, maar hij had wel een feilloze antenne voor het herkennen van goede kunst en ook voor artistieke mensen. ‘Door kunst ga ik anders kijken’, zei hij.”
Een artistiek gen
Hylke Wierda werd geboren op 29 december 1937. Zijn vader had een transportbedrijf. Hij studeerde rechten en na zijn trouwen met Jannie Massaut werd hij notaris. „Mijn vader was niet iemand die aan zoiets als een papadag deed. Hij was echt van een andere generatie. Hij werkte hard. Daarnaast besteedde hij veel tijd aan zijn verzamelingen en interesses. Eigenlijk was hij een vrije, Leeuwarder jongen die graag zijn eigen gang ging. Dat zorgde natuurlijk wel eens voor spanningen thuis.”
Ontspullen? Nee
Hoewel van royale afmetingen, stroomde de notarisvilla vol met kunstvoorwerpen. „En alles was van uitstekende kwaliteit.” Maar toch was het al met al veel en een term als ‘ontspullen’ was aan de notaris niet besteed. „Dat kon en wilde hij niet. Die spullen betekenden veel voor hem. Het huis was wie hij was. Het toonde zijn binnenwereld binnenste buiten. Kwam je aan zijn spullen dan kwam je aan hem. Ook toen hij later blind werd, wilde hij niet dat er voorwerpen werden verplaatst.”
Het huis is nu leeg en staat te koop. „We konden vanzelfsprekend niet alles zelf houden, maar toch hebben we alle drie wat mooie dingen gehouden. Ik heb onder meer de jazz-elpees; ik houd zelf ook veel van die muziek. En wat schilderijen, etnografica en boeken.” Ze lacht. ,,Ik heb nu dubbele rijen in de boekenkast.”
De drie zussen nemen binnenkort een kijkje in de museumdrukkerij in Grootegast. „Gewoon even kijken hoe de drukpersen van papa erbij staan. Nogmaals: we zijn blij dat ze een mooie plek hebben gekregen, maar het gymlokaal maakt nu wel een kale indruk hoor.”