Stefan Oving van Boomrooierij Oving staat bij een grote oude eik die op 20 juni is omgewaaid in Odoorn. Foto: Marcel Jurian de Jong
Na het noodweer van afgelopen weken liggen overal nog omgewaaide bomen en takken. Waar gaat al dat hout naartoe en mag je het zelf sprokkelen? Boomrooier Stefan Oving (31) uit Buinen geeft antwoord. „Gezonde bomen zijn afgeknakt als luciferhoutjes. Bizar.”
Met luid ronkende takkenversnipperaars werken de medewerkers van Oving Boomrooierij uit Buinen zich een slag in de rondte. Aan de Vijverlaan in Stadskanaal verslindt een versnipperaar de takken van de zoveelste boom die het niet heeft gered.
„Dit was een Italiaanse populier”, zegt eigenaar Stefan Oving (31), terwijl hij naar de in stukken gezaagde stam en takken wijst. „Die is ondersteboven de vijver in gegaan. Het noodweer was echt gigantisch heftig. Deze boom had al wat aantasting, maar ook complete, vitale bomen zijn afgeknakt als luciferhoutjes. Bizar.”
Oving werd midden in de nacht wakker tijdens het zware noodweer van vrijdag 19 op zaterdag 20 juni, toen in delen van Groningen en Drenthe op grote schaal bomen omwaaiden.
„Rond half één dacht ik: dit is mis”, vertelt hij. „Niet veel later kwamen de eerste meldingen binnen van gemeenten, brandweer en campings waar bomen op caravans dreigden te vallen.” Diezelfde nacht ging hij met zo’n vijftien man op pad om vooral wegen zo snel mogelijk vrij te maken.
Het zijn drukke tijden voor Stefan Oving uit Buinen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Gevaar nog niet geweken
Bij het noodweer van afgelopen weekend viel de schade volgens Oving mee. „We kregen maar één melding: een boom in Stadskanaal die door de bliksem was getroffen.” Toch zal het volgens hem nog maanden duren om alle bomen van het noodweer in juni op te ruimen en te controleren op gebroken takken en andere schade.
„Sommige bomen gaan direct om, maar anderen lopen schade op die je niet meteen ziet”, legt hij uit. „Wortels kunnen gescheurd zijn of takken hangen los. Die vallen misschien nu nog niet, maar over een tijdje wel.”
In de zwaarst getroffen gebieden moeten complete bomenrijen worden gecontroleerd. „We rijden alles langs, soms met een hoogwerker, om te kijken waar nog gevaar zit.” Met behulp van een app houden Oving en zijn veertien medewerkers bij waar al is gewerkt en waar nog actie nodig is.
Stefan Oving bij een grote oude eik die is omgewaaid in Odoorn. Foto: Marcel Jurian de Jong
We rijden alles langs, soms met een hoogwerker, om te kijken waar nog gevaar zit
Geen gratis brandhout
Voor wie de open haard alvast wil vullen en gratis brandhout ruikt, lijkt zelf sprokkelen verleidelijk. „Maar dat mag niet”, zegt Oving stellig. „Tenzij het om jouw eigen boom gaat, is het eigendom van de gemeente of een andere instantie. Neem je het mee, dan is het dus diefstal. Met deze grote hoeveelheden zal er misschien iets minder streng worden gehandhaafd, maar het is absoluut niet de bedoeling.”
Oving haalt de boomrestanten in opdracht van gemeenten op. Die krijgen vervolgens zoveel mogelijk een nieuwe bestemming. „We proberen alles zo duurzaam mogelijk te verwerken”, zegt hij. „Het goede hout gaat naar zagerijen, waar er weer nieuwe producten van worden gemaakt. Populier kan bijvoorbeeld naar pallets.”
Met de snippers worden stallen, kassen en zwembaden verwarmd.
Wat overblijft, verdwijnt in de versnipperaar. De houtsnippers krijgen ook een nieuwe functie. „Die worden gebruikt als bodembedekking in de tuin of gaan naar lokale boeren om stallen te verwarmen. Ze worden opgeslagen en later verbrand in installaties, waarmee bijvoorbeeld ook kassen en zwembaden worden verwarmd.”
Stefan Oving bij de versnipperaar die overuren draait. De houtsnippers worden hier gelost. Foto: Marcel Jurian de Jong
Extremer weer, grotere schade
Hoe kon het dat er in korte tijd zoveel bomen sneuvelden? „Het is echt een combinatie van factoren”, zegt Oving. „Wat meespeelt, is de periode waarin het gebeurde: we hebben veel regen gehad, waardoor de grond op plekken verzadigd is. Maar uiteindelijk is het vooral een combinatie van bomen die vol in het blad staan en harde wind.”
Volgens de jonge ondernemer komt dit vaker voor, maar dan meestal plaatselijker en minder „massaal en uitgestrekt”. Volgens hem speelt klimaatverandering zeker een rol. „Het wordt allemaal wat extremer en explosiever. Dit soort situaties ga je gewoon vaker zien.”
Goed voor de zaak, zou je zeggen. Maar het heeft ook een keerzijde. „Tuurlijk, het is werk”, zegt Oving. „Maar we hebben ook veel klanten die echt gehecht zijn aan hun boom. Die zijn nu kapot of helemaal weg. En er is schade aan huizen en auto’s. Het is mooi dat je mensen kunt helpen, maar leuk is dit niet.”