De 107-jarige Jan Boerema krijgt bezoek van Marco Kroon. Foto: Corné Sparidaens
Hij is de oudste man en de oudste oorlogsveteraan van het land: Jan Boerema (107) uit Marum. Maandagmiddag kreeg hij bezoek van misschien wel Nederlands bekendste militair: Marco Kroon. En Boerema kreeg een verzoek.
Zelden wordt een mens zo vanzelfsprekend en onbekommerd 107 jaar oud als Jan Boerema uit Marum. Hij woont nog in het huis waar hij samen met zijn vrouw Fransien neerstreek toen hij 40 jaar geleden met pensioen ging. Een gehoorapparaat heeft hij niet nodig. Verstaat hij het Journaal slecht, dan wijt hij dat aan het onduidelijke praten van de mensen op televisie.
Boerema merkt gerust dat hij er niet jonger op wordt. De groentetuin in de achtertuin heeft hij dit jaar vaarwel gezegd, de auto laat hij staan sinds hij anderhalf jaar terug merkte dat hij angstig terugreed van de kapper en z’n linkeroog laat hem in de steek. Het boeken lezen dat hij zo graag deed, gaat zodoende niet meer goed.
Maar hij is er, hij geniet van het mooie weer, hij leest de krant, ziet zijn twee dochters en twee kleindochters graag en hij is bovenal goed bij de les. Naast hem ligt z’n mobiele telefoon die hij verplicht bij zich moet dragen van z’n kinderen. „Het is wel eens gebeurd dat ik viel en niet meer overeind kwam’’, zegt hij en lacht erom.
‘Je dacht niet aan oorlog’
Vandaag wacht hem bijzonder bezoek; hij zegt het bijna schouderophalend. Als iemand zichzelf niet op de borst wil kloppen, is het Boerema wel. Het bezoek is van oud-militair Marco Kroon die stafofficier veteranenzaken is bij de Landstrijdkrachten en Boerema wil eren als oudste veteraan van het land. De stichting Wageningen45 is met Kroon meegereisd, evenals burgemeester Ard van der Tuuk. Kroon heeft drie boeken van eigen hand meegebracht voor Boerema.
Het was Marco Kroon een eer om kennis te maken met de oudste veteraan van het land: Jan Boerema uit Marum. Foto: Corné Sparidaens
Die ziet het allemaal goedmoedig aan. Hij wil best iets vertellen over de tijd dat hij als soldaat diende, maar hij wil er ook niet meer van maken dan het was. „Ik moest in 1938 in dienst voor zes maanden en dat werd verlengd. Ik ben uiteindelijk 18 maanden in dienst geweest: eerst in Groningen en halverwege bij de grens in Nieuweschans, Booneschans en Bellingwolde.’’
Het leek de jonge Boerema wel leuk, een poosje in dienst. „Ik piekerde er niet over om soldaat te worden, maar m’n vader en m’n ooms hadden hele verhalen over hun diensttijd. Ik dacht: dan kan ik ook meepraten. Je dacht niet aan oorlog. Nou ja, op het laatst wel, toen Denemarken en Noorwegen werden binnengevallen. ‘Nu zijn wij aan de beurt’, zei ik, maar dat was niet zo’n kunst om te voorspellen.’’
Als jongen al zocht hij graag kievitseieren
Hij maakte als soldaat de vijf gevechtsdagen tegen het Duitse leger mee, van 10 tot 15 mei 1940. „Vechten? Ik heb geen schot gelost. Wij lagen aan de grens en hoorden gedreun in de verte. Dat waren bruggen die werden opgeblazen. Later bleek dat de Duitsers al in Winschoten zaten.’’
Met zijn wapenbroeders ging hij op de fiets richting Assen en later belandden ze op de Afsluitdijk waar ze van de capitulatie hoorden en waar ze 14 dagen als krijgsgevangen werden vastgehouden. Omdat Boerema nodig was op de boerderij van zijn ouders, mocht hij naar huis. Naar Nuis.
Hij was de oudste van een gezin van vijf kinderen en nam de ouderlijke boerderij met acht of negen koeien over rond 1950. „Je moest vergroten en mee in de stroom, maar dat heb ik niet gedaan. Ik kreeg er baantjes naast, werd raadslid voor de PvdA in Marum en werd later wethouder.’’ Hij draaide het om: hij had een baan en was ernaast boer. Dat leverde wat op en hij hield van de natuur. Als jongen al zocht hij graag kievitseieren.
Op een dag belandde hij met een liesbreuk in het ziekenhuis. Daar werd hij verpleegd door Fransien, met wie hij trouwde en met wie hij twee dochters kreeg. Ze overleed zeven jaar geleden op bijna 93-jarige leeftijd.
‘Een mens verkijkt zich op vroeger’
Hij ademt rustig verder, zegt hij en ziet de veranderingen in de wereld zachtmoedig aan. „Alles heeft z’n mooie en slechte kanten. Een mens verkijkt zich op vroeger, dat het toen zo gezellig was.’’ Hij weet: het komt zoals het komt: „Vroeger hoorden we dat er televisie zou komen. Dat beleven wij niet meer, dachten we. Net als de computer. Toen die kwam, zei ik ook ‘Daar begin ik niet meer aan’. Had ik wel moeten doen.’’
En nu schijnt hij, Jan Boerema uit Marum, de oudste veteraan van het land te zijn. „Het zal wel zo zijn, ik kan het niet nagaan.’’ Hij praat innemend met Marco Kroon en met de mensen van Wageningen45. Ze verzoeken hem om komend jaar in de nacht van 4 op 5 mei het Vrijheidsvuur in Wageningen te ontsteken.
Hij is verguld en ook een beetje verlegen met die vraag. Plannen maken voor over een jaar doet hij nooit. Hij is dan 108. Natuurlijk kunnen ze hem naar Wageningen rijden, wat niet kan. „We moeten eerst 4 mei maar halen’’, zegt hij. En eerlijk is eerlijk: hij is het liefste thuis.