Frank Hindriks: „Ik miste de gemeenschapszin van de kerk.'' Foto: Nienke Maat
Nu nog voelt de zondag soms leeg. Filosoof Frank Hindriks groeide op in de vrijgemaakt gereformeerde kerk in Zuidhorn. Hij was vastbesloten om dominee te worden. Het liep anders.
Op zondag geen ijsjes was even vanzelfsprekend als langs de openbare school in Zuidhorn fietsen en weten: dit is de school van de heidenen. De openbaren. „De anderen, die het verkeerd hadden en naar de hel gingen’’, zegt Frank Hindriks (52) als hij terugblikt op zijn kinderjaren.
Twee keer per zondag ging hij anderhalf uur naar de vrijgemaakt gereformeerde kerk. Voor het eten baden ze aan tafel, na het eten lazen ze uit de bijbel. Hij ging naar de vrijgemaakt gereformeerde Jan van Nassauschool, hij kreeg elke dinsdagavond catechisatie van de dominee en hij kon de Heidelbergse catechismus opdreunen.
„Wat is uw enige troost in leven en sterven?’’ herhaalt hij een zin uit een ver verleden. „Dit was de eerste van de 129 vragen en ik leerde ze allemaal inclusief antwoorden uit mijn hoofd. Mijn vader overhoorde me. Het was de voorbereiding op onze belijdenis.’’
„Ik voelde me alleen.'' Foto: Nienke Maat
‘Ik wist op m’n vierde al dat ik naar de universiteit ging’
Als kind deed Frank wat moest. Het kwam niet in hem op om ertegen in te gaan. „Ik was serieus met het geloof bezig en ik weet nu dat het me deels intellectueel gevormd heeft. Het ging ergens over, ik was als serieus jongetje oprecht geïnteresseerd in de leer van de kerk, ik heb erdoor leren argumenteren.’’
En hij wilde dominee worden.
Frank zit in zijn werkkamer van de faculteit wijsbegeerte aan de RUG. Hij is hoogleraar ethiek, sociale en politieke filosofie, wat neerkomt op college geven, onderzoek doen en bestuurlijke zaken regelen. Hij kijkt naar buiten waar bomen en planten uitbundig in het blad en in bloei staan. „Ik had daar vroeger geen oog voor’’, zegt hij.
Het eeuwige nadenken zat hem in de weg. Zijn somberte ook. De dogma’s uit de kerk en uit zijn opvoeding.
„Ik wist op mijn vierde al dat ik naar de universiteit ging’’, zegt Frank. „Tandarts of notaris moest ik worden, wat niets met mij te maken had.’’
Twijfel
Dat vaststaande idee kwam uit de koker van zijn vader. Die studeerde scheikunde toen hij ten gevolge van een brommerongeluk wekenlang in coma lag en daaruit blind ontwaakte. „Hij zat thuis altijd met z’n koptelefoon op naar boeken te luisteren. Hij was de grote afwezige die van ons eiste dat we presteerden.’’
We - dat zijn Frank, z’n oudere broer en jongere zus. Hij weet nog dat toen hij een jaar of 11 was de dominee vaak langskwam. Zijn ouders gingen scheiden, zeer ongebruikelijk in hun kringen. Ook wilde zijn vader breken met de kerk.
„Het werkte niet meer.'' Foto: Nienke Maat
Zijn vader verhuisde naar Paddepoel waar hij zijn kinderen eens per twee weken op zaterdag ontving. Omdat hij niet meer geloofde, trachtte hij ook zijn kinderen van het geloof af te praten.
Frank ging naar het vrijgemaakt gereformeerde Gomarus College, stak uren en uren in Grieks en Latijn - nooit weg voor een toekomstig dominee. Hij besloot economie te gaan studeren in Rotterdam.
En langzamerhand begon hij te twijfelen aan het geloof. „Ik zat bij een vrijgemaakt gereformeerde studievereniging waar iedereen heel serieus bezig was met het geloof. Ik ook, bovendien was ik samen met een vriend heel kritisch, wat gewaardeerd werd.’’
‘Het zijn gewoon verhalen die de ronde hebben gedaan’
Dat kantelde toen Frank het geloof op steeds kritischere, haast wetenschappelijke wijze begon te benaderen. Hij maakte een geloofsquiz in het verenigingsblad, waar hij geestige nonsens in fietste. „Dat vonden ze te ver gaan. Ik ben nog een tijdje bij de vereniging gebleven, maar het werkte niet meer.’’
Hij verloor, op een na, al zijn gelovige vrienden nadat hij rond zijn 23ste serieus brak met het geloof. De dominee kwam met hem praten, een ouderling belde. Waarom, wilden ze weten.
„Omdat ik het niet meer geloofde’’, herhaalt Frank zijn antwoord van toen. „De bijbel als het ware woord van God klopte niet, dat zijn gewoon verhalen die de ronde hebben gedaan. Het geloof was voor mij een vast vertrouwen en een zeker weten. Dat glipte uit m’n vingers.’’
Zijn moeder zag zijn keuze met lede ogen aan; zijn zusje maakte zich zorgen of hij wel in de hemel zou komen. Tegelijkertijd zag zijn vader het als zijn verdienste dat zijn zoon brak met de kerk. „Heel verwarrend’’, blikt Hindriks terug.
Bovendien voelde hij zich alleen. „Op je 23ste leren om vrienden buiten de kerk te maken; dat was een zoektocht. Ik had last van eenzaamheid, miste de gemeenschapszin van de kerk en ervoer spiritueel gezien een leegte. Ik wist niet meer wat ik op zondag moest doen. Gelukkig ontdekte ik de jonge humanisten die ook op zondag bijeenkwamen. Daar maakte ik kennis met mijn eerste heidense vrienden.’’
‘Het geloof is een harnas voor je denken’
Naast zijn studie economie begon hij aan filosofie: beide studies rondde hij af. „Ik ben mezelf geworden. Ik heb ontdekt dat het individualisme, zo lang het geen plat consumentisme wordt, een groot goed is, juist omdat je je eigen keuzes maakt. Geloof geeft je leven betekenis van buitenaf; om die van binnenuit te vinden, is moeilijk.’’
Maar het lukt hem. Hij zingt bij een koor, hij leest veel, doet onderzoek en schreef The structure of the open society. „Dat is de kroon op mijn werk, het bewijs dat ik de afgelopen 20 jaar wat zinnigs heb gedaan. Het gaat in een notendop over hoe we met elkaar omgaan in de gepolariseerde maatschappij.’’
Of zijn rotsvaste geloof hem kwaad heeft gedaan? Ja, zegt hij.
„Het geloof heeft me een verkeerd idee gegeven van hoe de wereld in elkaar steekt. Als je meent dat het echte leven na dit leven komt, is dat een harnas voor je denken en betekenisgeving.’’
Als atheïst juicht hij de vrijheid toe. „Durf te denken, durf te leven! Dan vind je je eigenheid en kun je onafhankelijk zijn. Dan kun je op avontuur.’’
De Ommezwaai
In de wekelijkse rubriek De Ommezwaai portretteren we noorderlingen die op een of andere manier het roer omgooiden in hun leven. Bent u of kent u iemand die dat heeft gedaan? Schroom niet en meldt het ons via het e-mailadres ommezwaai@dvhn.nl.