Geurt Henk van Kooten laat in zijn boek 'Echo's van het goede nieuws' Jezus oprijzen uit de geschiedenis. Foto: Corné Sparidaens
Geurt Henk van Kooten uit Groningen, hoogleraar theologie aan de Universiteit van Cambridge, schreef een spraakmakend boek over de vier Bijbelse evangeliën. Hoe een enkel woordje leidde tot een nieuwe visie op het leven van Jezus.
Het begon allemaal op een zondagmiddag in Groningen. Geurt Henk van Kooten (56) zat op de bank in zijn woonkamer te lezen in het Johannesevangelie, de laatste van de vier biografieën van Jezus in de Bijbel. „In het Grieks”, vertelt de hoogleraar, die in Cambridge een prestigieuze leerstoel bekleedt. „Ik ben bezig met een groot boek over het Johannesevangelie. En dan is het altijd goed om terug naar de bron te gaan.”
Die middag viel hem opeens iets op. „In Johannes 5, vers 2 staat: ‘Er is in Jeruzalem nabij de Schaapspoort een bad met vijf zuilengangen’. Ik dacht: Er is? Hoezo er is? Vanwaar die tegenwoordige tijd?” Het badhuis was immers verwoest in het jaar 70, tijdens de Joodse Oorlog. En Bijbelwetenschappers dateren het ontstaan van het Johannesevangelie doorgaans aan het eind van de eerste eeuw.
Die vraag was het startschot van een diepgravend onderzoek, waarbij Van Kooten als een detective in de Grieks-Romeinse wereld van de eerste eeuw dook. Het leidde tot een nieuwe, spraakmakende visie op de vier evangeliën: Echo’s van het goede nieuws - De evangeliën in context, toen en nu. Zijn boek, dat onlangs verscheen, heeft in kerkelijk Nederland en onder collega-wetenschappers veel losgemaakt.
Symposium en vertalingen
„Ik werd gisteren in de trein nog aangesproken door iemand die het interview met mij in De Ongelooflijke Podcast had gezien”, vertelt Van Kooten. „Veel mensen vinden het een fris perspectief. Ik denk omdat ik Jezus in mijn boek laat oprijzen uit de geschiedenis.” Op 17 april houdt de VU in Amsterdam de eerste van vele studiedagen rond zijn boek. Ook internationaal is de belangstelling groot.
En dat begon dus allemaal met die ene frase ‘Er is’, die de traditionele datering van het Johannesevangelie op losse schroeven zette. „Terwijl ik daar niet echt in geïnteresseerd was”, zegt Van Kooten. „Ik sprak er tijdens een lunch over met een collega in Cambridge, een autoriteit in Griekse grammatica. Hij zei: ‘Deze specifieke formulering wordt altijd gebruikt voor iets dat er daadwerkelijk nog is.’ Dat is het literaire gebruik.”
Van Kooten onderzocht vervolgens of er ook handschriften waren met ‘Er was’. „Nee dus.” En hij voerde de frase in een database in met alle Griekse teksten van Homerus tot de middeleeuwen. „Wat blijkt? Als er ‘Er is’ staat, bedoelt de auteur dat het er op het moment van schrijven nog steeds is.” Zijn conclusie: het Johannesevangelie is geschreven in het jaar 65, vóór de Joodse Oorlog, en bevat de oudste beschrijving van het leven van Jezus.
Om tot dat precieze jaartal te komen, voert Van Kooten overigens nog tal van andere argumenten aan. Zoals zijn hele boek vol staat met kleine aanwijzingen die uit de evangelieteksten gelicht worden en die, gecombineerd met diepgaand historisch onderzoek naar de Grieks-Romeinse wereld van de eerste eeuw, tot zijn opvallende conclusies leiden. „Ik krijg wel sceptische reacties. ‘Gebaseerd op één woordje?’ Nou: ja dus!”
Het Nieuwe Testament is Griekse literatuur
Het uitgangspunt van zijn boek is dat je de evangeliën, net als de rest van het Nieuwe Testament, omdat ze in het Grieks zijn geschreven, moet lezen als onderdeel van de Griekse literatuur. „En dan betekent die formule ‘Er is’ wat het in alle Griekse teksten betekent.” De drie andere Bijbelse evangeliën, die van Matteüs, Marcus en Lucas, leest Van Kooten op soortgelijke wijze. En ook daarbij komt hij tot tal van opmerkelijke bevindingen.
Zo beargumenteert Van Kooten dat het Lucasevangelie pas rond het jaar 100 geschreven kan zijn, in Rome. Het Marcusevangelie dateert hij op 67/68 na Christus en hij identificeert de auteur ervan als een leerling van Petrus. Matteüs is volgens hem een van de twaalf discipelen, die rond het jaar 80 het Marcusevangelie uitbreidt met de aantekeningen die hij zelf maakte van Jezus’ toespraken.
Geurt Henk van Kooten, in het Engelse taalgebied bekend als George van Kooten, is sinds 2018 de Lady Margaret's Professor of Divinity aan de Universiteit van Cambridge. Foto: Corné Sparidaens
Van Kooten schopt nogal wat heilige huisjes in zijn vakgebied in zijn boek omver. Zo laat hij vanuit zijn literaire benadering zien dat het Marcusevangelie veel diepzinniger is dan vaak wordt aangenomen. En Lucas maakte bij het schrijven volgens hem gebruik van alle drie zijn voorgangers. Van Kooten laat zien dat de evangelieschrijvers alle vier het levensverhaal van Jezus toespitsen op hun lezerspubliek en de politieke en culturele context van hun tijd.
„Vaak is gezegd dat de teksten elkaar tegenspreken”, zegt Van Kooten. Zo worden Marcus en Johannes, die rond dezelfde tijd zijn geschreven, als elkaars tegenpolen gezien: een simpele beschrijving versus een ingewikkelde tekst, die Jezus’ goddelijkheid benadrukt. „Mijn punt is: als je ze in hun context leest, dan zie je dat het verschillende perspectieven zijn.”
De historische Jezus
Hij geeft een voorbeeld. „Wij wonen alle twee in Groningen in het jaar 2026. We hebben overlap en we hebben onze blinde vlekken. Als je later onze verslagen leest, moet je ze niet tegen elkaar gaan uitspelen omdat ze elkaar tegenspreken. Want wat wij zeggen wordt mede bepaald door onze perspectieven, onze achtergronden en de kleine sociale kringen waarin we ons begeven.”
Als je de evangeliën vanuit die gedachte leest, rijst er een ‘ontzettend betrouwbaar beeld van de historische Jezus’ uit op, zegt Van Kooten. „Er zijn wederzijdse bevestigingen en er zijn zaken die slechts één auteur noemt. Maar je kunt niet zeggen: één bron is geen bron. Want vaak is sprake van wat ik ‘culturele historiciteit’ noem: dan past iets helemaal bij de omgeving waarin het betreffende evangelie geschreven is.”
Hij geeft een voorbeeld. „De wijzen uit het Oosten, die Jezus eer komen bewijzen, komen alleen in Matteüs voor. Als je je verdiept in de wereld van die tijd, dan zie je dat het de koningsmakers van de Parthen zijn. Lucas laat de magiërs echter weg omdat hij schreef voor een Romeins lezerspubliek in een tijd dat de relaties met Parthië sterk verslechterden. Als hij positief over Parthen zou schrijven, dan zou dat zijn verhaal verdacht maken.”
Op 11 april is het precies 1999 jaar geleden dat Jezus stierf aan het kruis
Eigenlijk is het ongelofelijk dat Jezus in zo’n korte tijd zoveel literatuur heeft gegenereerd, zegt Van Kooten. „We hebben over bijna niemand uit die tijd zoveel informatie. Wat we weten over het leven van Jezus is alleen vergelijkbaar met wat we weten over de levens van de Romeinse keizers. Al die verschillende perspectieven vormen dus eigenlijk een luxeprobleem.”
Jezus stierf 1999 jaar geleden
Van Kooten reconstrueert in Echo’s van het goede nieuws minutieus het leven en de boodschap van Jezus, en de culturele en politieke achtergronden waarin de vier biografieën totstandkwamen. Dat levert tal van nieuwe en fascinerende inzichten op, zoals de invloed van het Griekse theater op de beroemde proloog van het Johannesevangelie (’In het begin was het Woord’).
Johannes en Marcus vertegenwoordigen twee, gelijkwaardige hoofdstromingen in de Jezus-literatuur, zegt Van Kooten. „Johannes beschrijft Jezus in Jeruzalem, vanuit een Judees perspectief. Marcus loopt als het ware met Jezus mee vanuit Galilea naar Jeruzalem. Matteüs is een herwerking van Marcus, een tweede editie eigenlijk, en Lucas transponeert Matteüs in een Romeinse toonsoort. Eigenlijk is het heel simpel.”
Saillant detail, vanuit zijn historische detectivewerk komt Van Kooten ook tot een waarschijnlijke geboortedatum van Jezus: 17 april in het jaar 6 voor Christus. Ook Jezus’ sterfdatum is bekend: 11 april van het jaar 27. Volgende week, op 11 april, is het dus precies 1999 jaar geleden dat Jezus stierf aan het kruis. Hij was op 6 dagen na 32 jaar oud. Van Kooten: „Maar erg belangrijk is dat niet. Het is bijvangst.”
Historische verbeeldingskracht
Critici verwijten Van Kooten dat hij in zijn boek soms erg speculatief te werk gaat, te makkelijk verbanden legt en vervolgens stellige conclusies trekt. „Ik spreek liever van historische verbeelding dan van speculatie”, zegt Van Kooten. „Voor mij is de historische sensatie van de Groningse geschiedfilosoof Frank Ankersmit heel belangrijk. Daarom staan er ook zoveel illustraties in het boek.”
Van Kooten wijst ook op het hypothetische karakter van veel andere theorieën over de vier evangeliën. Feit is dat het model dat hij in zijn boek presenteert weinig open eindes bevat. „Als het geheel past en er liggen geen puzzelstukjes meer op tafel, dan zeg je: de puzzel is af. Tot er puzzelstukjes opduiken die niet passen. Dat is de uitdaging voor mijn collega’s.”
Van Kooten is niet de eerste de beste. Hij was hoogleraar Nieuwe Testament en vroeg christendom aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij tevens 5 jaar decaan was van de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap. Sinds 2018 is hij Lady Margaret’s Professor of Divinity aan Cambridge University, een van de oudste en meest prestigieuze leerstoelen op zijn vakgebied. Erasmus ging hem in Engeland in 1511 voor. Althans, dat dacht men lange tijd.
Geurt Henk van Kooten in de werkkamer van zijn huis in Groningen. „Ik had mijn boek niet kunnen schrijven zonder Groningen." Foto: Corné Sparidaens
„Erasmus heeft er wel naar gesolliciteerd, maar hij heeft de post niet gekregen”, zegt Van Kooten, die de kwestie onderzocht. „Men vond hem te humanistisch. Hij heeft wel het grafschrift van Lady Margaret geschreven. Daarin veranderde hij de omschrijving van de leerstoel: ‘heilige theologie’ werd ‘heilige letteren’. Zijn visie op de theologie was dat je die met een literaire methode moet beoefenen.”
Van Kooten deelt die benadering met zijn illustere bijna-voorganger in Cambridge. Zoals hij zijn nadruk op de culturele en maatschappelijke context waarin de teksten zijn geschreven, deelt met zijn collega’s aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Ik had mijn boek niet kunnen schrijven zonder Groningen”, stelt Van Kooten onomwonden. Maar ook Cambridge was belangrijk. „Cambridge is een beetje als het oude Rome, met een voortdurende stroom aan bezoekers. Dat maakt het een heel dynamische plek.”
Wat is het goede nieuws?
Het woord ‘evangelie’ betekent ‘het goede nieuws’. In zijn boek gaat Van Kooten uitgebreid in op wat dat goede nieuws was en nog steeds is. „Het evangelie was goed nieuws voor de cultuur waarin deze teksten tot stand kwamen. Als het dat niet was geweest, zou het verhaal verdampt zijn in de geschiedenis. Daarom maak ik ook geen groot onderscheid tussen de historische Jezus en de Christus van de kerk.”
Jezus werd beschouwd als mogelijk antwoord op de vragen waar de mensen mee worstelden, waarbij de vier evangelisten andere accenten leggen. Heel grof gesteld: bij Johannes, de meest filosofische, staan de liefde en de waarheid centraal. Bij Marcus gaat het om innerlijke catharsis. Bij Matteüs draait het om afkeer van hypocrisie en dubbele standaarden, terwijl Lucas sociale rechtvaardigheid en armenzorg centraal stelt.
„Volgens mij is Lucas een linkse leerling van de apostel Paulus”, zegt Van Kooten met een glimlach. Hij begrijpt heel goed dat Jezus’ leer ook vandaag de dag nog leidt tot bepaalde politieke keuzes. „Maar Jezus is geen politieke messias die de Romeinen met geweld Jeruzalem uitgooit. Hij is een lijdende messias, die opstaat uit de dood. Goddelijk, maar aan het kruis ook door God verlaten. Dat was ook voor zijn eerste volgelingen mysterieus en ontzettend spannend.”
Het genie van Jezus
De opstanding is volgens Van Kooten ‘het springende punt’. „Als zijn eerste volgelingen daar niet in geloofd hadden dan was het christendom geruisloos verdwenen in de geschiedenis. Met de opstanding wordt toch nog recht gedaan. Het is geen mirakel maar een daad van Gods rechtvaardigheid. Het noodlot van de Griekse tragedie wordt hier overstegen.”
Voor Van Kooten is het goede nieuws - de innerlijke catharsis, liefde, waarheid, naastenliefde - de centrale boodschap van het christendom. Dat is ook wat hij zelf vanaf de preekstoel verkondigt, want hij gaat als dominee regelmatig voor bij vesperdiensten in Groningen en evensongs in Cambridge. „Ik probeer de relevantie ervan te laten zien. Dat je nog altijd met deze gedachten kunt denken.”
Het gaat hem daarbij om ‘het genie van Jezus’. „Ik vind dat het bevrijdende gedachten zijn die voor zichzelf spreken en geen enkele externe autoriteit behoeven. Ik zal nooit zeggen: het is waar omdat het in de Bijbel staat. Zoals Jezus in mijn boek opkomt uit de geschiedenis, zo probeer ik het ook in de diensten te doen. Voor mij is er geen grote tegenstelling. Ik vind de preek wel altijd een stap extra, omdat je daarin constructief moet worden. Hoe zit het dan wel? Hoe kunnen we innerlijk heel worden?”
Paspoort
Naam: Geurt Henk van Kooten
Geboren: 8 november 1969 in Delft
Opleiding: studeerde theologie aan de Universiteit van Durham, judaïstiek aan de Universiteit van Oxford en promoveerde aan de Universiteit Leiden (2001)
Loopbaan: universitair docent (2002) en hoogleraar Nieuwe Testament en vroege christendom (vanaf 2006) aan de Rijksuniversiteit Groningen; Lady Margaret’s Professor of Divinity aan de Universiteit van Cambridge (sinds 2018)
Bijzonderheid: gaat als predikant in de Protestantse Kerk Nederland (sinds 2008) regelmatig voor bij diensten in de Martinikerk in Groningen
Privé: woont afwisselend in Groningen en Cambridge, getrouwd met Marike, juriste bij de Provincie Groningen; drie kinderen (twee studeren aan de RuG, de derde is scholier aan het CSG Augustinus)
Geurt Henk van Kooten, Echo’s van het goede nieuws – De evangeliën in context, toen en nu is verschenen bij KokBoekencentrum en al aan zijn tweede druk toe (29,99 euro, 358 blz.).
Op de zondag na Pasen, 12 april, preekt Van Kooten in de Martinikerk in Groningen, aanvang 9.30 uur (vrije toegang).
Maandagavond 20 april geeft Van Kooten een lezing over zijn boek in Boekhandel Riemer in Groningen, tickets via boekhandelriemer.nl.