Arend van Wijngaarden is parlementair verslaggever van Dagblad van het Noorden Foto: Marcel Jurian de Jong
Zodra de gasprijzen omhoog gaan, willen we liever de Groningse gaskraan open dan onder een dekentje op de bank. Dat begrijpen de rechtse partijen beter dan de linkse.
Een fractie van een seconde liet Dilan Yesilgöz bij Buitenhof haar masker zakken. De VVD is ‘nu’ tegen het openhouden van de Groningse gaskraan, versprak ze zich. Meteen herstelde ze zich: natuurlijk blijft het kabinet bij de belofte aan de Groningers. Maar dat ene moment liet zien hoe dun het politieke ijs is. De discussie over de gaskraan smeult als een slecht gedoofd vuurtje.
En dat vuurtje wordt graag opgestookt. Eerst riepen alleen Forum voor Democratie en JA21 dat de gasputten open moesten blijven. Daarna volgden de Groep Markuszower, Geert Wilders en deze woensdag ook de SGP, die in een debat over de economische gevolgen van de oorlog bekende nooit enthousiast te zijn geweest over ‘volstorten met beton’.
In bijna elk Kamerdebat, over het Midden-Oosten, energie, inflatie of benzineprijzen, duikt vroeg of laat dezelfde vraag op: kan die kraan niet gewoon weer even open?
Annabel Nanninga van JA21 voorspelde woensdag al dat ze uiteindelijk gelijk gaat krijgen. En hoe onverstandig het ook is, ondenkbaar is het niet. Populistisch rechts heeft een stevige rugwind. Mensen maken zich zorgen over oorlog en economie, het leven is duur, en de verleiding van simpele oplossingen is groot. De gaskraan staat ver weg in Groningen, de thermostaat hangt bij mensen thuis.
Vooral linkse partijen krijgen jeuk van die gemakzucht. Wie pleit voor open putten hoeft niet na te denken over ongemakkelijke vragen: hoe besparen we structureel, hoe worden we minder kwetsbaar, hoe blijven we op lange termijn warm? Politiek is het veel comfortabeler om te doen alsof Groningen nog steeds de reserve-emmer onder een lekkende kraan is.
Het klinkt lekker: kraan open, probleem opgelost. Maar het is gratis bier-politiek. Zonder bier, alleen de kater.
We vergeten bovendien opvallend snel. Wie denkt nog terug aan 2022, vlak na de Russische inval in Oekraïne? Toen ging de thermostaat massaal een graadje lager en zaten we onder een dekentje op de bank. Daken lagen binnen maanden vol met zonnepanelen, de ‘anti-Poetinplaten’. Nederland bleek prima in staat tot gedragsverandering, zolang de pijn maar voelbaar is.
En nu? Nu klinkt van links tot rechts de roep om lagere prijzen aan de benzinepomp. Maar het kabinet houdt het hoofd koel. Het marktmechanisme zou simpel moeten werken: wat schaars is, wordt duurder, zodat je het minder gebruikt. Besparen dus. En van lagere accijnzen profiteren vooral de grootste auto’s en best gevulde portemonnees.
De rel rond het interview van minister Elanor Boekholt-O’sullivan in The Guardian liet vooral zien hoe moeizaam het kabinet hierover communiceert. Ze betoogde dat Nederlanders best wat zuiniger kunnen doen met hun elektrische apparaten, en haalde daarbij haar ervaringen met douchemuntjes in Afghanistan aan. Muntjes die de militairen daar helemaal niet bleken te krijgen. Zelfs zonder die blunder viel half populistisch-rechts Nederland al over haar heen: weer een minister die vanuit een ivoren toren, ditmaal in Londen, burgers de les leest terwijl de prijzen blijven stijgen.
Nee, Den Haag heeft even weinig trek in zuinig doen. Met ‘Blijf besparen’ win je geen verkiezingen. ‘Draai de kraan maar open’ bekt lekkerder.
Stientje van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei. Foto: ANP\Remko de Waal
Maar stel dat we het tóch zouden doen. De prijzen zouden nauwelijks dalen - minister Stientje van Veldhoven herhaalde het woensdagavond nog. Nederland zou alleen maar opnieuw afhankelijker worden van gas. En stel dat Nanninga gelijk krijgt en het kabinet toegeeft aan de ‘roep van het volk’? Dan ontdekken we na een paar maanden dat er weinig verandert. De energierekening halveert niet. De geopolitiek schuift niet op. Groningen belandt opnieuw in onzekerheid.
En dan moeten we thuis toch weer onder dat dekentje op de bank. Misschien kunnen we het al klaar leggen. Als geheugensteuntje dat makkelijke oplossingen vooral warm aanvoelen omdat we de kou liever niet willen voelen.
(Arend van Wijngaarden is parlementair verslaggever van Dagblad van het Noorden)