Het kantoor van de NAM in Assen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Voor het eerst is de ruzie tussen de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en de staat openbaar te volgen. Het ging er venijnig aan toe op dag 1 van de rechtszaak rond herstelbetalingen in 2020 en 2021.
Het is druk deze maandagochtend in de rechtbank van Groningen. Elke stoel is bezet in de rechtszaak tussen de NAM en het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). De zaal zit tjokvol toga’s, pakken en puntschoenen. Er zijn zelfs tolken bij om elk woord te vertalen. Zowel de olieclub als de overheid trekt alles uit de kast om deze rechtszaak te winnen.
Er staat dan ook veel op het spel tijdens dit titanengevecht van drie dagen. De partijen hebben ruzie over herstelbetalingen tussen 2020 en 2021 voor het aardbevingsleed in Groningen. De overheid stuurt de bonnetjes voor schadebedragen naar de NAM, maar die vindt het totaalbedrag van 800 miljoen veel te gortig. De NAM heeft de minister van BZK daarom voor de rechter gesleept.
Juridisch spel
Het is een nieuw hoofdstuk in de vechtscheiding tussen de NAM en de staat, die inmiddels tientallen conflicten met elkaar uitvechten over het Groningen-dossier. Jarenlang trokken de twee gebroederlijk op en werden er bakken met geld verdiend aan de gaswinning. Sinds het Groningenveld op slot zit en het herstellen van de gasellende juist klauwen met geld kóst, kunnen de staat en de NAM niet meer fatsoenlijk door een deur.
Het juridisch steekspel vindt nu niet achter gesloten deuren plaats, zoals de arbitragezaken die al langer lopen, maar is openbaar. Nog voor de zaak begon, was de toon al gezet. De Telegraaf kopte maandagochtend op basis van een brief van de NAM dat de staat veel te hoge vergoedingen zou uitkeren en een miljardenstrop riskeerde. In de rechtbank was vervolgens goed te zien dat er van de ooit zo gelukkige relatie niets meer over is.
Venijnig
De zaak begon op een manier die je zou kunnen omschrijven als ‘beleefd venijnig’. De advocaten van de NAM noemden keuzes van het ministerie bijzonder, slecht onderbouwd en onbegrijpelijk. Andersom zeiden de landsadvocaten dat de NAM zich beroept op verkeerde modellen – „dit klopt van geen kant” – en de situatie over zichzelf had afgeroepen, door veel te streng te zijn toen zij zelf nog over schadebeoordelingen ging: „Een benepen opstelling is niet op zijn plaats.”
In de loop van de zitting nam het moddergooien en het muggenziften over de regeltjes verder toe. Ging het niet over de precieze grootte van cirkels op de kaart van Groningen, dan wel over het effect van trillingen of over types schade. De NAM vindt dat je andere schadeoorzaken serieus moet nemen, de staat vindt van niet.
Grens tot aan Gelderland
De olie-advocaten verzetten zich tegen de ‘brede bandbreedte’ van de overheid. Een beetje bijvangst is prima, maar moet de NAM soms elk haarscheurtje aan de rand van het bevingsgebied vergoeden? „Dan kun je het gebied wel tot aan Overijssel en Gelderland gaan uitspreiden. Op een gegeven moment is de realiteit zoek dat het nog door gaswinning komt.”
De advocaten van de minister bleven erop hameren dat alles op papier klopte en dat de NAM onzin verkondigde: „Een standpunt herhalen maakt niet dat het ook waar is.” Het ministerie vindt dat niet voor niets is afgesproken dat schadevergoeding voortaan ruimhartig moet gebeuren.
De Staat en de NAM hebben jarenlang miljarden verdiend aan de gaswinning, zei de landsadvocaat. „De keerzijde daarvan is de schade. Het is volstrekt redelijk om ruim te compenseren. Dat zou de NAM zelf ook moeten vinden.” Dat schoot dan weer in het verkeerde keelgat bij de tegenstander: „Ik vind het een miskenning hoe de NAM wordt weggezet.”
Dinsdag gaat de zaak verder. Dan trekken beide partijen een blik deskundigen open, in de hoop de rechters te overtuigen van hun eigen gelijk.